Analyse

Remkes verwacht ‘juridische hobbels’ bij het stoppen van grote stikstofvervuilers

Advies Remkes De grootste pijn in het stikstofadvies van Johan Remkes is het uitkopen of beëindigen van 500 tot 600 ‘piekbelasters’ in één jaar. Dat gaat nog moeilijk worden.

Johan Remkes tijdens de presentatie van zijn stikstofrapport Wat wel kan.
Johan Remkes tijdens de presentatie van zijn stikstofrapport Wat wel kan. Foto Phil Nijhuis/ANP

Als een ervaren bemiddelaar probeerde Johan Remkes woensdag alle partijen de weg voorwaarts in de stikstofdiscussie te wijzen. In perscentrum Nieuwspoort presenteerde de onafhankelijke gespreksleider tussen de boeren en het kabinet zijn langverwachte rapport: Wat wel kan.

Remkes gaf alle partijen wat kritiek en begrip, schiep ruimte en zette druk, en rekte de coalitie-afspraken zachtjes op, zonder ze te breken. Na ruim zestig gesprekken met boeren, overheden, bedrijven en natuurorganisaties kwam Remkes naar eigen zeggen met een „eerlijk verhaal” met 25 aanbevelingen.

De grootste pijn in Remkes’ advies zit in het uitkopen van 500 tot 600 grote vervuilers in één jaar: de zogeheten piekbelasters onder boeren en fabrieken. Liefst vrijwillig met een gunstige financiële compensatie, als dat niet kan, volgen „verplichtende maatregelen”, zei hij.

Met het uitkopen van deze piekbelasters zou slechts „1 procent” van de 52.500 agrarische ondernemers geraakt worden, volgens Remkes. Het voordeel is dat het stikstofruimte biedt om 2.500 (boeren)bedrijven te helpen die wachten op legalisatie van hun vergunning.

De harde deadline van Remkes is nieuw, maar of die haalbaar is, moet blijken. Het kabinet moet eerst toestemming van Brussel krijgen, want bedrijven ruimhartig uitkopen, kan ‘staatssteun’ zijn. Als bedrijven niet vrijwillig stoppen, kan onteigening tot slepende rechtszaken tussen boeren en overheid leiden.

„Ik realiseer mij dat dat een ingewikkeld proces is, waarbij je af en toe hier en daar tegen wat juridische hobbels aan kunt lopen”, zei Remkes tijdens de persconferentie.

Tijdpad van vijftien jaar

Remkes schetst een langjarig tijdpad, wat ruimte moet bieden aan zowel de politiek als de agrarische sector. Komend jaar begint het uitkopen van piekbelasters, in acht jaar (2030) moet de stikstofuitstoot worden gehalveerd en in vijftien jaar moet het platteland de omslag maken naar duurzame landbouw.

De ruimte die Remkes heeft gevonden, is dat het kabinet tussentijds in 2025 en 2028 kan evalueren of 2030 nog haalbaar is – of niet. Als provincies met „dwingende redenen” aantonen dat ze meer tijd nodig hebben om stikstof terug te dringen, moet dat kunnen van Remkes.

„Om dwingende reden wordt níet verstaan: politieke redenen”, waarschuwde Remkes in Nieuwspoort. Ofwel: bestuurders kunnen niet zomaar onder hun stikstofdoelen uitkomen, omdat deze gevoelig liggen bij hun kiezers. En er moeten „stevige resultaten” zijn geboekt, voordat uitstel bespreekbaar is.

Maar in feite maakt Remkes van de harde coalitieafspraak van 2030 zo wel een zachte afspraak. Ja, het kabinet moet er „vooralsnog” vooral aan vasthouden, maar als het niet lukt, zien we dan verder.

Landbouw verspreiden

Het kabinet heeft eerder al gezegd dat de landbouw beter verspreid moet worden over het land om de natuur, water en bodem niet uit te putten. Remkes heeft dit idee verder uitgewerkt en stelt voor de landbouwgrond op te delen in rode, oranje, gele en groene zones.

Twee jaar geleden opperde Remkes ook al iets soortgelijks in zijn stikstofrapport Niet alles kan overal – waar de titel van zijn nieuwe advies op voort lijkt te borduren. In rode zones is intensieve, geclusterde landbouw mogelijk, in groene alleen biologische landbouw.

Zo simpel als het klinkt, zo ingrijpend zal zo’n herverdeling van de agrarische sector zijn. Het gaat om grote verhuisbewegingen van vele boeren over vele jaren.

Remkes schippert rond de meetmethode van stikstof, die veel boeren niet vertrouwen. De ‘kritische depositiewaarde’ (kdw), hoeveel stikstof mag neerdalen zonder aantasting van de natuur, is „niet heilig”, zegt Remkes. Je kunt met de kdw de natuurschade meten en het wordt gebruikt in rechtszaken rond vergunningen. Maar de kdw mag van Remkes in de wet worden vervangen, wanneer er een betere, juridische beproefde methode is.

Of, en zo ja wanneer, er een nieuwe techniek komt om stikstof te meten, is nog onduidelijk.

Stikstofkaartje van tafel

Het beruchte stikstofkaartje van minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof, VVD) moet „van tafel”, vindt Remkes. Een gemakkelijk advies, want Van der Wal had na alle kritiek al wat afstand genomen van dit gedetailleerde kaartje met voorlopige stikstofdoelen.

Communicatief zit het rapport van Remkes slim in elkaar. Het begint met een samenvatting van het stikstofvraagstuk, want „voor een goede dialoog” heb je „een gedeeld beeld van de feiten” nodig. Vervolgens komt Remkes boeren tegemoet met een opsomming van alle fouten van de overheid in de laatste jaren: zwalkend beleid, vooruitgeschoven stikstofmaatregelen, eenzijdige focus op de agrarische sector.

‘Het grootste cadeau’

Niet alleen de agrarische sector, maar ook het kabinet zal daarom „niet blij” zijn met dit rapport, concludeert Remkes erin. De vraag is of dat waar is, want de aanbevelingen zijn grotendeels in lijn met het kabinetsbeleid. De nieuwe minister van Landbouw, Piet Adema (ChristenUnie) mocht het rapport op zijn tweede werkdag in ontvangst nemen. Breedlachend noemde Adema het rapport „het grootste cadeau” wat hij bij zijn aanstelling had gekregen.

Minister Van der Wal zei dat het haar speet dat zoveel boerengezinnen met zorgen over de toekomst zitten. Het kabinet komt op 14 oktober met een eerste reactie op hoofdlijnen.

Remkes benadrukte dat hij geen „definitief plan” heeft willen afleveren. Hij hoopt dat de politiek en boeren tot een ‘landbouwakkoord’ kunnen komen, en als dat gezamenlijk niet haalbaar is een nieuw kabinetsplan.

Waar komt de boerenonvrede vandaan? NRC geef in deze gids lees- en kijktips voor meer context.