Melkveehouder Van Zijtveld: „Het beleid is belabberd, het vliegt van links naar rechts.”

Foto’s Eric Brinkhorst

Interview

Remkes’ toon is ‘fijn’, maar hij neemt de woede en het wantrouwen niet weg

Boeren Boeren keken gespannen uit naar Remkes’ bevindingen. „We kunnen niet ineens maïs gaan telen”, zegt Alien van Zijtveld.

Haar drie kinderen van acht, zes en twee jaar oud zijn elders ondergebracht, tijd voor boerin Alien van Zijtveld (30) om, zittend achter een kop soep aan de keukentafel, via de laptop rechtstreeks te vernemen hoe Johan Remkes denkt dat het verder moet met de boeren in Nederland. „Ik heb er geen grote verwachtingen van”, zegt Van Zijtveld. Samen met haar echtgenoot Pieter (31) is ze eigenaar van een melkveebedrijf in het Overijsselse Rouveen, met ruim honderd koeien.

De toon van Remkes valt aanvankelijk goed bij Van Zijtveld, secretaris van Agractie, een enigszins gematigde actiegroep die strijdt voor het belang van de boeren in tijden van stikstofbeleid. „Fijn”, verzucht ze als Remkes vanuit Den Haag spreekt over een land waarin plaats is voor boeren, „ook jonge boeren”.

Maar als Remkes klaar is met zijn toelichting, overheerst toch de teleurstelling. Vooral over diens advies om boeren die dicht bij Europees beschermde natuurgebieden wonen te bewegen tot „een andere bedrijfsvoering”, te verleiden om te verhuizen of vrijwillig te stoppen en, als dat niet lukt, te onteigenen. „Stoppen is verschrikkelijk, als je er als boer niet zelf voor kiest. Het is een levenswerk.” En een andere bedrijfsvoering? „Hoe moeten wij dat doen? We zitten hier op veengrond. We verbouwen gras voor onze koeien, we kunnen niet ineens maïs gaan telen of iets dergelijks.”

Boerin Alien van Zijtveld kijkt naar de presentatie van het rapport. Foto Eric Brinkhorst

Grote modderkruiper

Alien van Zijtveld weet niet of haar bedrijf met overheidsmaatregelen te maken krijgt. De koeien staan op ruim anderhalve kilometer afstand van Olde Maten en Veerslootslanden, een Natura2000-gebied waar volgens de beschrijving vooral onbemeste blauwgraslanden het beschermen waard zijn, alsmede de grote modderkruiper. „Nooit van gehoord”, lacht ze. Of haar melkveehouderij behoort tot de „piekbelasters” die nabij natuurgebieden volgens de overheid te veel stikstof uitstoten, weet zij ook niet. „Wanneer ben je een piekbelaster? Dat is niet vast te stellen. Bovendien kun je nooit stellen dat door de stikstof van jouw bedrijf dat ene stukje natuur minder waardevol is geworden.”

Wel tevreden is ze over de mening van Remkes dat de kritische depositiewaarde, de grens van wat een natuurgebied aan te veel stikstof kan verstouwen, niet heilig moet worden verklaard en dat er vooral moet worden gekeken naar de staat van de natuur zélf. Van Zijtveld: „Dan blijkt het vaak niet te gaan om stikstof maar om water of bodem.” Ook tevreden is ze over Remkes’ kritiek op het optreden van de overheid de afgelopen jaren. „Het probleem is niet stikstof, het probleem is een onbetrouwbare overheid”, zegt ze. „Kijk hoeveel boeren het niet meer zien zitten.”

Ze somt een aantal maatregelen op die boeren het leven zowat onmogelijk hebben gemaakt; vooral het enkele jaren geleden ingestelde systeem van fosfaatrechten voor boeren die even daarvoor nog juist het aantal koeien hadden mogen uitbreiden, heeft veel ellende veroorzaakt. „Veel boeren zijn de dupe van falend overheidsbeleid. Het beleid is belabberd, het vliegt van links naar rechts. Ik zat laatst met mijn dochter van zes aan het stuur van de trekker. Ze stuurde te ver naar links en daarna te veel terug naar rechts en zo zwabberde ze over het land. Tot ik zei: zoek eens een plekje in de verte, een boom bijvoorbeeld, en stuur naar die boom. In één keer ging ze recht. Zo is het ook met de overheid. Wat ontbreekt, is een gedegen plan met een helder doel voor de landbouw.”

Het gaat in Nederland om veel meer dan stikstof, daar is ze van overtuigd. „Wat als Nederland straks dit stikstofprobleem heeft verholpen? Dan zijn er weer andere problemen.” Met de kwaliteit van water bijvoorbeeld, of het te veel aan mest. Zelf heeft het gezin Van Zijtveld eerder dit jaar het bedrijf van haar schoonouders overgenomen en is nu aan het uitbreiden. Grond hebben ze nog onvoldoende om de mest van al hun koeien uit te kunnen rijden.

De koeien van boerin Alien van Zijtveld Foto Eric Brinkhorst

Uitkopen piekbelasters

Haar telefoon roept, voorzitter Bart Kemp wil overleggen over een reactie op de plannen van Remkes. Die is gemengd: de plannen voor het uitkopen van piekbelasters noemt hij „vuurgevaarlijk” maar hij is tevreden dat Remkes signaleert dat de overheid „grote fouten maakt”. Na het telefonisch overleg showt Van Zijtveld haar koeien, en ook de aanschaf van twee melkrobots die het driemaal daags handmatig melken van de koeien overbodig heeft gemaakt. Wat ze „mist”, zegt ze, is een duidelijke overheid. „Wij hebben ons bedrijf uitgebreid. Omdat we geld willen verdienen. Ons bedrijf is zwaar gefinancierd en we willen aflossen. Maar krijgen we daar de kans voor? Ik denk het niet. Straks hebben we een grote berg beklommen, staan we boven aan de top, en dan komt er, ploep, weer een nieuwe maatregel en lig je beneden. Dan kun je weer opnieuw beginnen.”

Op haar telefoon speelt een filmpje met een lied over een land dat trots is op boeren. Woensdag gelanceerd. „Dit lied gaat over hoe je samen aan een mooi land kunt werken. Een lied over hoe je een land wilt nalaten aan je kinderen.”

 

Lees ook: Remkes verwacht ‘juridische hobbels’ bij het stoppen van grote stikstofvervuilers Lees ook: ‘Hier moet ik uitleggen waarom bij mij geen omgekeerde vlag wappert