Hoe gaat het energieplafond er nou precies uitzien, en wat wordt de energierekening?

Zeven vragen over het prijsplafond Het nieuwe prijsplafond voor gas en stroom is gunstiger dan het eerdere voorstel. Het voordeel kan oplopen tot ruim 2.600 euro per huishouden. Maar energiebedrijven hebben nog geen idee hoe ze de nieuwe maatregelen moeten verwerken in hun systemen. Hoe ziet de energienota er volgend jaar uit? En wat gebeurt er daarna?

Bewoners van een oude, middelgrote middenwoning kunnen er door het prijsplafond jaarlijks 2.635 euro op vooruitgaan.
Bewoners van een oude, middelgrote middenwoning kunnen er door het prijsplafond jaarlijks 2.635 euro op vooruitgaan. Foto Getty Images

Maar liefst 2.635 euro per jaar voor de bewoners van een oude, middelgrote middenwoning en nog altijd 1.410 euro voor de alleenstaande in een klein, nieuw appartement. Dat zijn twee illustraties van de gunstige, mogelijke prijseffecten van het nieuwe prijsplafond voor energieprijzen dat volgend jaar van kracht is.

Minister Rob Jetten (Energie, D66) noemt de bedragen in zijn bijgewerkte plannen om de effecten van de hoge stroom- en gasprijzen te dempen. De prijseffecten zijn indicaties, want niemand weet of de gas- en stroomprijzen zo hoog blijven. Duidelijk is wel dat de steunoperatie omvangrijk is. Het prijsplafond, waarvan de contouren al op Prinsjesdag bekend werden, gaat de schatkist zo’n 23,5 miljard euro kosten. Een deel daarvan komt al dit jaar, in de vorm van een korting van 190 euro per maand op de energienota van november en december.

Wat betekenen de maatregelen in de praktijk voor de energierekening?

1 Hoe werkt dat prijsplafond?

Zowel gas als stroom krijgen in het energieplan van het kabinet een maximumprijs. De consument heeft dan geen last meer van de torenhoge energieprijzen van dit moment. Gas kost nu gemiddeld 3,66 euro per kubieke meter, stroom gaat voor 83 cent per kilowattuur.

Het maximumtarief voor gas komt in 2023 op 1,45 euro per kubieke meter te liggen, dat geldt voor de eerste 1.200 kubieke meter. Wie meer gebruikt, betaalt daarover het volle pond. Veel huishoudens, circa de helft verwacht Jetten, zullen binnen de 1.200 kubieke meter blijven. Volgens budgetinstituut Nibud wordt bij een gemiddelde tussenwoning 1.120 kubieke meter gas gebruikt en voor een flatwoning is dat 800. Veel bezitters van grotere – vrijstaande – huizen, maar ook huurders van slechte geïsoleerde woningen komen geregeld boven de 1.200 kubieke meter uit.

Ten opzichte van de op Prinsjesdag gepresenteerde plannen is er wat gas betreft amper iets veranderd. Alleen de maximale prijs is een stuiver (was 1,50 euro) lager uitgevallen.

De plannen om de stroomkosten te beteugelen zijn wel serieus veranderd. Aanvankelijk was de maximumprijs voor een kilowattuur vastgesteld op 70 cent, nu is dat verlaagd tot 40 cent. Verder is de grens opgehoogd. In plaats van de eerder genoemde 2.400 kWh, geldt nu een grens van 2.900 kilowattuur voor de maximumprijs.

Met de aanpassingen komt Jetten tegemoet aan kritiek van mensen die geen gas meer gebruiken. Wie overgeschakeld is op een warmtepomp gebruikt immers geen gas meer – en profiteert dus niet van het plafond op gasprijs – en gebruikt juist wel veel meer stroom. Daar staat tegenover dat veel bezitters van een warmtepomp zonnepanelen hebben die de stroomconsumptie beperken.

Lang niet iedereen zal binnen de grens van 2.900 kWh blijven. Volgens energiemaatschappij Engie ligt het gemiddelde verbruik van een Nederlands huishouden (2,2 inwoners) op 3.500 kWh.

2 Wat betekent dit voor een gemiddeld huishouden (en voor mensen die meer dan dat verbruiken)?

Wie exact zoveel gebruikt als het plafond vergoedt, betaalt op jaarbasis 2.900 euro. Omgerekend is dat 241,67 per maand. Huishoudens die meer gas en stroom verbruiken, profiteren ook nog steeds van het prijsplafond. Jetten rekent voor dat bewoners van een „oude grote vrijstaande woning”, met een (fictief) verbruik van 2.350 kubieke meter en 4.480 kWh, dankzij het prijsplafond 2.635 euro minder aan energie kwijt zijn. Dat is wel afhankelijk van de marktprijzen: hoe hoger die zijn, des te groter het voordeel. „Een bewoner in een oude, kleine rijwoning” is dankzij de regeling in 2023 tot 1.992 euro minder kwijt.

3 Hoe gaat de energierekening er komend jaar uitzien?

Het eerlijke antwoord van Vattenfall en Eneco – na Essent de twee grootste leveranciers met elk zo’n twee miljoen klanten – is op dit moment nog: geen idee. Het eerste deel van het steunpakket, de korting van 190 euro op de maandnota’s van november en december, is relatief simpel uit te voeren.

Het tweede deel van de steun, het prijsplafond, is complexer. Er zijn verschillende mogelijkheden. Zo kan het geschatte jaarverbruik van een huishouden als basis dienen voor de compensatie. Op basis van die schatting, kan een maandbedrag worden vastgesteld (zoals nu ook al gebeurt). Dat maandbedrag kan dan gesplitst worden in een deel dat onder het plafond valt, en een deel dat tegen marktprijzen geleverd wordt.

Lees ook: Als het energieprijsplafond niet gericht kan, dan maar ongericht – en duur

4 Hoe gaat de overheid energiebedrijven compenseren voor het prijsplafond?

Energiebedrijven leveren een deel van hun energie aan hun klanten tegen een veel lager tarief dan waarvoor zij het zelf hebben moeten inkopen. De overheid draait op voor dat verschil. Zij zal energiebedrijven een bedrag uitkeren op basis van hun totale verwachte levering van gas en elektriciteit die maand. Voor het deel gas en elektriciteit dat onder het prijsplafond valt, maakt de overheid het verschil tussen het prijsplafond en de dan geldende marktprijs over aan de energieleverancier. Onduidelijk is nog of dat op basis van de daadwerkelijke levering in een bepaalde maand is, of dat het geschatte jaarverbruik op maandbasis wordt vergoed. Afgesproken is dat aan het einde van het jaar gekeken wordt of de compensatie door de overheid correspondeert met de werkelijke hoeveelheid geleverde energie. Is er te veel gecompenseerd, dan moet het energiebedrijf dat terugbetalen.

5 Kunnen energiebedrijven dit allemaal aan, qua uitvoering?

Dat is de vraag. De energiebedrijven zijn nog bezig te achterhalen hoe het plan er precies uit gaat zien. Daarover zijn zij in gesprek met het ministerie van Jetten. Zij benadrukken dat het van groot belang is dat er snel helderheid komt over de exacte invulling, omdat IT-systemen opnieuw ingericht zullen moeten worden om de operatie ook daadwerkelijk te laten slagen.

Aanvankelijk hadden de energiebedrijven er vóór de zomer al voor gepleit om de hoge energieprijzen te compenseren via de Belastingdienst. Die heeft immers zicht op de inkomenspositie van huishoudens, en zou dus relatief eenvoudig moeten kunnen vaststellen hoeveel een huishouden extra nodig heeft om de stroom- en gasrekening te betalen. Zo voorkom je ook dat huishoudens die het niet nodig hebben, alsnog gecompenseerd worden. Dit voorstel stuitte echter op uitvoeringsproblemen bij de fiscus.

Nu ligt de bal dus bij de energiebedrijven. Die moeten alles achter de schermen aan elkaar knopen. Zo gauw het pakket in detail is uitgewerkt, zullen de energiebedrijven hun klanten informeren. Daarbij moeten zij de overheid ook nog eens inzage geven in hun boekhouding, omdat de overheid wil kunnen vaststellen of de energiebedrijven niet oneigenlijk winst maken.

6 Wie gaat dit betalen?

Het nieuwe pakket kost in totaal naar schatting 23,5 miljard euro. Daarvan is 2,6 miljard gereserveerd voor dit jaar (de korting van 190 euro per maand voor november en december). Voor 2023 staat nu 20,9 miljard ingeboekt, maar de daadwerkelijke kosten hangen af van de marktprijzen voor gas en stroom. De totale regeling kan mogelijk oplopen naar 40,1 miljard euro, schrijft minister Sigrid Kaag (Financiën, D66) aan de Kamer. De regeling stopt op 31 december 2023.

Van al die miljarden is op dit moment 5,4 miljard euro gedekt. Dat is de meevaller die de overheid kan inboeken omdat een eerder voorgestelde verlaging van de energiebelasting niet doorgaat. De rest van de dekking is nog ongewis. Een deel zou betaald kunnen worden door de hogere aardgasbaten voor de overheid. Hoe hoger de marktprijzen zijn, des te meer de overheid daar aan verdient. In het gemiddelde scenario levert dat 6,5 miljard euro aan extra aardgasbaten op. Het kabinet wil ook een zogenoemde solidariteitsheffing invoeren, een extra belasting voor bedrijven in de olie-en gaswinning, die fors profiteren van de huidige hoge marktprijzen. Die moet 1,5 miljard opleveren. Dan is er nog steeds een kleine 10 miljard euro ongedekt. Die lopen vooralsnog in het tekort (ze verhogen de staatsschuld).

7 Wat gebeurt er na 2023?

Het is een heikel punt: in zijn Kamerbrief schrijft Jetten dat de steunmaatregelen „nadrukkelijk tijdelijk” van aard zijn. Maar hij waarschuwt ook dat de energieprijzen vermoedelijk nog lang hoog zullen blijven. Vooralsnog is er geen sprake van steun na volgend jaar. Jetten wil komende zomer opnieuw bekijken hoe de situatie is.

Jetten zit in een lastig parket. Als de prijzen hoog blijven, zal de roep om nieuwe steun aanzwellen. Maar nog meer miljarden blijven uitdelen is voor geen enkele overheid structureel houdbaar. Bovendien verminderen de subsidies de prikkel om aardgas te besparen, wat niet bijdraagt aan de klimaattransitie. Jetten stelt dat de enige echte oplossing uiteindelijk het drastisch reduceren van het gasverbruik is, en het vervangen ervan door schonere energiebronnen.

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zo is het stroomnet nu al overvol, wat een belemmering vormt voor bijvoorbeeld industriebedrijven die willen stoppen met fossiele brandstoffen en in plaats daarvan stroom willen gebruiken. Jetten zei ook daar versneld werk van te willen maken, bijvoorbeeld door vergunningstrajecten te vereenvoudigen voor uitbreidingen van het stroomnet.

Energie besparen is goed voor je portemonnee en goed voor het milieu. Met deze tips kun je gelijk aan de slag.