Franse leraar voelt zich niet alleen onderbetaald, maar ook ondergewaardeerd

Onderwijs Een op de vijf lerarenvacatures kan in Frankrijk niet vervuld worden. „Ik weet niet of ik hier nog mee kan doorgaan tot mijn pensioen.”

In het kantoor van de onderwijsvakbonden in Lyon roepen affiches op tot een staking voor betere arbeidsvoorwaarden.
In het kantoor van de onderwijsvakbonden in Lyon roepen affiches op tot een staking voor betere arbeidsvoorwaarden. Foto Sabine Greppo

Het is een serieus gesprek. Zo een dat gepaard gaat met gefronste wenkbrauwen, ernstige blikken, zachte stemmen en stiltes om na te denken. Behalve als het over de leerlingen gaat. Dan verschijnt er een brede lach op het gezicht van Rindala Younes. „Gelukkig hebben we de leerlingen”, zegt ze gevraagd naar haar gekrulde mondhoeken. „Ik fleur op van de energie van onze jongeren.”

De 49-jarige Younes is lerares Frans op een middelbare school in het chique eerste arrondissement van Lyon. „Mijn ouders zijn uit de misère geraakt dankzij hun opleiding en ik heb altijd de wens gehad om jongeren te helpen hetzelfde te doen. Om hen te helpen emanciperen, deel te nemen aan een vorm van democratisering”, zegt Younes in het kantoor van de lokale afdeling van vakbond SNES-FSU voor docenten in het middelbaar onderwijs, waarvan ze secretaris is, in het centrum van Lyon. Het wat kil verlichte pand is sober aangekleed; her en der hangt een actieposter of vlag aan de verder kale, witte muren.

Maar het werk gaat niet vanzelf meer. „Ik begin moe te worden. Soms denk ik bij mezelf: ik ben bijna vijftig. Ik weet niet of ik hier nog mee kan doorgaan tot mijn pensioen”, zegt ze met in haar lichtbruine ogen een meewarige blik. Dat komt doordat het werk anders is geworden, zwaarder. „We hebben grotere klassen, meer lesuren en meer verantwoordelijkheden terwijl we relatief minder zijn gaan verdienen. En intussen moeten we prof bashing aanhoren: media, politici en landgenoten die zeggen dat we het recht niet hebben om te klagen.”

Niet gewaardeerd

Rindala Younes is niet de enige docent in Frankrijk die het gewicht van de publieke opinie op haar schouders voelt. Vraag een willekeurige Franse docent wat zijn werk zwaar maakt en die zal beginnen over landgenoten die grappen over dat docenten lui zijn, met hun ogenschijnlijk korte werkdagen en lange vakanties, terwijl ze een baan en dus zekerheid voor het leven hebben. Uit onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) uit 2018 blijkt zelfs dat minder dan 7 procent van de Franse leerkrachten de indruk heeft dat hun beroep „gewaardeerd of zeer gewaardeerd wordt in de maatschappij”. Dit is beduidend lager dan het gemiddelde van alle OESO-landen (31 procent); alleen Slovenië, Wallonië en Slowakije scoren slechter.

Paradoxaal genoeg blijkt uit onderzoek na onderzoek dat Fransen hun leerkrachten wel degelijk waarderen. Het diepgewortelde gevoel van onderwaardering bij de docenten komt dan ook ergens anders vandaan. „Een van de belangrijkste structurele oorzaken is het lage salaris dat Franse leerkrachten verdienen”, zegt onderwijsexpert Geraldine Farges van de Universiteit van Bourgondië telefonisch. Docenten beginnen op zo’n 1.800 euro bruto per maand; met vijftien jaar ervaring verdienen de hoogst opgeleiden iets minder dan 3.700 euro bruto per maand. Dat is 16 procent minder dan het gemiddelde van alle OESO-landen. Ook is het minder dan andere Fransen verdienen die even hoog zijn opgeleid.

Maar salaris is volgens Farges niet het enige euvel. Sinds de jaren negentig kregen docenten er in opvolgende hervormingen van het onderwijssysteem steeds meer taken bij. Zo moeten leraren meer rapporteren over de voortgang van hun leerlingen en moeten lessen gepersonaliseerd worden om te zorgen dat alle leerlingen kunnen meekomen. Farges: „Inhoudelijk zijn leerkrachten het meestal wel eens met de achterliggende gedachte van zulke veranderingen, maar ze zijn vaak niet in praktijk te brengen.”

Basisschoolleraar en -directeur Benjamin Grandener (45), die actief is voor de vakbond SNUIPP-FSU voor basisschoolleraren, geeft als voorbeeld de dertig minuten „fysieke activiteit” die leraren sinds de coronacrisis in hun dag moeten verwerken. „Dat is een schoolvoorbeeld van een beleidskeuze de merde”, zegt hij in een kamertje in het vakbondskantoor dat SNUIPP-FSU en SNES-FSU delen in Lyon – hij heeft een grote bos krullen, een opvallende bril en draagt een wollen trui met elleboogstukken. „Het klinkt goed voor de bühne maar wij hébben al drie uur gymles per week en wij hebben helemaal geen tijd om iedere dag dertig minuten vrij te maken. Niet zonder dat de wiskunde-, Frans- of geschiedenislessen daaronder lijden.”

Top-down beleid

Bij de frustratie speelt mee dat het Franse onderwijsbeleid erg top-down wordt bepaald: leerkrachten en vakbonden wordt veel minder dan in andere landen gevraagd mee te denken over hervormingen en regels. „En dat voelt oneerlijk omdat leraren hooggekwalificeerde mensen zijn die vijf jaar hebben gestudeerd, die een baan hebben met een sterk maatschappelijk nut en die in direct contact staan ​​met het schoolpubliek”, zegt Farges.

Het maakt Grandener woedend dat „de politici in Parijs onze professionaliteit continu in twijfel trekken” door leraren links te laten liggen. „De voormalige minister van Onderwijs Jean-Michel Blanquer – die geen enkele ervaring heeft als leraar – heeft een boekje uitgebracht waarin letterlijk staat welke zinnen ik moet oplezen in mijn lessen en hoeveel seconden er tussen die zinnen moet zitten”, zegt hij verbolgen. „Ze willen in Parijs dat we niet nadenken en als een soort machines hun beleid doorgeven aan de leerlingen.”

Docent en vakbondslid Benjamin Grandener is woedend dat „de politici in Parijs onze professionaliteit continu in twijfel trekken”. Foto Sabine Greppo

De problemen en frustraties op de werkvloer hebben in combinatie met de zeer gespannen arbeidsmarkt dit jaar tot een crisissituatie geleid. Zowel in het basis- als in het middelbare onderwijs zijn enorme arbeidstekorten ontstaan omdat er een massale uitstroom van docenten heeft plaatsgevonden én minder leerlingen zich aanmelden voor de lerarenopleiding. Een deel van hen stopt bovendien na of tijdens het stagejaar uit schrik over de praktijk.

Inmiddels staat bijna 20 procent van alle posten in het primaire en secundaire onderwijs open. Voor het vak Duits is zelfs bijna de helft van de plekken niet opgevuld door een vaste leerkracht. „Dit is een zeer uitzonderlijke situatie voor Frankrijk”, benadrukt Farges. „Leraren worden hier in principe voor het leven benoemd en worden sociaal gezien goed beschermd dus we zijn het niet gewend dit soort problemen te hebben.”

Wisselende leerkrachten

De arbeidstekorten maken de situatie voor de docenten die overblijven bovendien nog nijpender, beschrijven Younes en Grandener. „Op mijn school werken steeds meer invalkrachten en zij komen vaak zonder enige opleiding aan”, vertelt Younes – vanwege de tekorten worden tegenwoordig ook mensen ingezet zonder enige onderwijsopleiding en -ervaring. „Wij verwelkomen en begeleiden ze zo goed als we kunnen, maar ook dat komt allemaal bovenop ons eigen werk en maakt de baan nog zwaarder.” En de vraag is of de leerlingen beter worden van niet-opgeleide en continu wisselende leerkrachten.

Dat de huidige situatie niet houdbaar is, begint door te dringen. Door de uitzonderlijke tekorten en een aantal stakingsdagen en demonstraties wordt sinds een aantal maanden veel gesproken over de lerarencrisis en de eerste stapjes richting verandering zijn gezet. President Emmanuel Macron heeft bekendgemaakt dat het salaris voor beginnende leraren verhoogd zal worden naar 2.000 euro per maand. Ook stelde hij enkele maanden geleden tot verrassing van velen historicus Pap Ndiaye aan als nieuwe minister van Onderwijs, die een beduidend socialer profiel heeft dan zijn voorganger Blanquer.

Leerkracht en vakbondslid Rindala Younes twijfelt of ze tot haar pensioen wil doorgaan. Foto Sabine Greppo

Toch lijkt niemand in de onderwijswereld echt optimistisch. De salarisverhoging is nog niet doorgevoerd en zal enkel gelden voor de jonge leraren, dus helpt oudere docenten als Younes en Grandener niet direct. En onder Ndiaye lijkt het onderwijsbeleid in grote lijnen hetzelfde te blijven als onder Blanquer. Hoewel zijn toon zachter is en hij volgens Younes en Grandener meer respect toont naar leraren, heeft hij volgens Farges „geen grote veranderingen doorgevoerd of aangekondigd”. „Er zijn geen aanwijzingen dat op de korte termijn dingen zullen veranderen die het beroep écht aantrekkelijker kunnen maken” zoals structureel hogere salarissen, het verminderen van de bemoeienis van bovenaf en het betrekken van vakbonden bij beleidskeuzes. Ook Younes voelt „weinig speelruimte zolang Macron de leiding heeft”.

Hoe de toekomst er voor Younes zelf uitziet, is onduidelijk. Voorlopig gaat ze door met lesgeven en haar werk voor de vakbond. „Maar ik merk dat ik een ander soort docent geworden ben. Eerder namen leerlingen me vaker in vertrouwen, om advies te vragen over persoonlijke dingen die speelden in hun levens. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van een docent die ook vertrouwenspersoon was naar een docent die enkel uitlegt wat goed en wat fout is.”