Ruangrupa, de curatoren van Documenta 15 in juni 2022.

Foto Maurice Boyer

Interview

Curatoren Documenta: ‘Het Duitse schuldgevoel heeft alle andere verhalen overschaduwd’

ruangrupa De curatoren praten kort na afloop over waarom hun editie van het grote kunstenfestival Documenta in Kassel zoveel controverse opriep. Hoe kon het zo escaleren met verwijten van racisme en antisemitisme?

Geen eerdere editie van Documenta in Kassel, sinds 1955 een van ’s werelds belangrijkste hedendaagse-kunsttentoonstellingen, was zo controversieel als de vijftiende. Vorige week zondag was de laatste dag. Meteen na de opening in juni van het vijfjaarlijkse kunstfestival werden twee antisemitische karikaturen ontdekt op een centraal doek van kunstenaarscollectief Taring Padi. Vanaf dat moment ontspon zich een steeds verbitterder strijd tussen de Duitse publieke-opiniemakers en curatoren van Documenta, het Indonesische kunstenaarscollectief ruangrupa en diens ondersteuners. Weekblad Die Zeit vatte de Documenta-zomer samen met de woorden: „Ruangrupa vs. Duitsland”.

Drie dagen na het einde is de ontmanteling in Kassel in volle gang. Tegen het centrale tentoonstellingsgebouw staat een steiger, aanplakbiljetten zijn half overgeplakt, in het bezoekerscentrum is het licht uit. Daarboven, in een kantoortje, rondom tafels bezaaid met papieren en posters, vertellen drie leden van ruangrupa en een curator over hun tijd in Kassel, en waarom een dialoog met Duitse bestuurders voor hen langzaam maar zeker onmogelijk werd. Ze voelen zich onheus behandeld door de Duitse publiciteit, die alleen maar het verwijt van antisemitisme zou hebben gerecycled en geen oog had voor andere aspecten van Documenta. In de laatste open brief die ruangrupa vorige maand ondertekende, beschuldigt de groep de Duitse bestuurders van „racisme en censuur”, van „vernederende kritiek”, en van een poging de curatoren te „re-koloniseren”.

70 procent van onze tijd opgeslokt door de beschuldigingen

Gertrude Flentge curator

Reza Afisina van ruangrupa is al sinds anderhalf jaar in Kassel en blijft nog een paar maanden. Julia Sarisetiati en Indra Ameng gaan binnenkort terug naar Jakarta. Gertrude Flentge is een Nederlandse curator en werkt al meer dan twintig jaar met ruangrupa, zo ook in de afgelopen jaren in voorbereiding op Documenta. Hoe het zo kon escaleren? Afisina draait een sigaret terwijl hij antwoordt. Hij wijst op de stemming die al vóór het openen van de tentoonstelling werd gemaakt: „Op een blog verschenen al in januari de eerste beschuldigingen van antisemitisme. Die beschuldigingen werden klakkeloos overgenomen door andere media. Dat had het effect dat sommige kunstenaars zich zorgen maakten en we met de autoriteiten en de politie over onze veiligheid in gesprek moesten.”

Die eerste beschuldigingen gingen over sympathieën van Documenta-kunstenaars voor de BDS-beweging, een beweging voor een Israël-boycot die in Duitsland als antisemitisch staat geboekstaafd. Critici meenden dat ruangrupa geen enkele Israëlische kunstenaar had uitgenodigd, wat ruangrupa ontkent: die kunstenaars zouden er wel zijn, ze willen alleen niet bij naam genoemd worden. In de opzet van ruangrupa moet Documenta 15 gaan om collectieven, om samenwerking en om duurzaamheid, en niet om individuele kunstenaars, grote ego’s en zo duur mogelijk te verkopen kunstwerken – vandaar ook dat onduidelijk kan blijven wat van wie waar hangt.

Afisina: „De situatie escaleerde toen de antisemitische figuren in Taring Padi’s werk werden gevonden. We erkenden natuurlijk dat het kwetsend was, zelfs als er in al die twintig jaar dat het bestaat nooit zo op gereageerd is en we nooit rekening hadden gehouden met zulke reacties.”

Moeilijk te begrijpen

Eerder noemde historicus Meron Mendel in NRC tenminste één van de twee karikaturen op het bewuste werk een „klassiek antisemitisch beeld zoals we kennen uit de Middeleeuwen en de nazitijd”: een figuur met prominente neus, bloeddoorlopen ogen en slaaplokken.

Afisini: „Taring Padi initieerde een overleg met ons en de andere kunstenaars, en we haalden de banner weg. Maar voor ons was de Duitse context moeilijk te begrijpen. In ons werk zijn de thema’s eerder islamofobie, racisme, gender issues en zulke dingen.” De botsing tussen ruangrupa en Duitsland kan meer in het algemeen worden gezien als een botsing tussen een internationale kunstwereld waarin postkoloniale thema’s in zwang zijn, en een Duits discours waarin antisemitisme vanzelfsprekend gevoelig ligt, maar ook kritiek op Israël minder vanzelfsprekend is dan in veel andere landen.

Het doek van Taring Padi werd gebruikt om ons te controleren

Reza Afisina ruangrupa

Kort na het bedekken van het Taring Padi-werk in Kassel leek een wederzijdse verzoening tussen Duitsland en Documenta nog mogelijk. Ruangrupa was immers ook naar Kassel gekomen onder het motto: „Make friends, not art”. Een lid van ruangrupa verontschuldigde zich voor een delegatie van het Duitse parlement voor de „pijn en de angst” die de „antisemitische elementen” hadden veroorzaakt. Documenta-directeur Sabine Schormann stapte op. Maar de fronten verhardden zich zodra het Documenta-bestuur, onder druk van de publieke opinie, een ‘wetenschappelijk comité’ aanstelde om andere beschuldigingen van antisemitisme na te gaan.

Afisina: „We merkten dat het doek van Taring Padi werd gebruikt als reden om ons te controleren. Het comité werd in het leven geroepen om elk kunstwerk tegen het licht te houden.”

Ruangrupa, de curatoren van Documenta 15 in Kassel kort na de opening in juni. Met Reza Afisina (4de van links), Julia Sarisetiati (4de van rechts) en Indra Ameng 3de van rechts. Foto Maurice Boyer

In augustus besloot het comité dat de vertoning van een werk van Subversive Film, Tokyo Reels, dat grotendeels bestaat uit Palestijnse anti-Israël propagandafilms uit de jaren zestig en zeventig, direct zou moeten worden gestopt. Volgens verdedigers van het werk moet het worden gezien als „archiefmateriaal”, volgens het comité roept het op tot geweld. Ruangrupa verzette zich tegen de bemoeienis van het comité en vond hun brief „pseudo-wetenschappelijk” en „vernederend”.

In de brief die u heeft ondertekend wordt de „onderdrukkende aanpak” van het comité in verband gebracht met de „Duitse schuld en geschiedenis”. Bedoelt u dat Duitsland uit schuldgevoel overijverig reageert op het antisemitisme en zo antikoloniale bewegingen onderdrukt?

Gertrude Flentge: „Het gevoel van schuld is zo zwaar. Het is in principe belangrijk, maar het heeft alle andere verhalen overschaduwd. Het is alsof er een hiërarchie is, waarin de Duitse schuld zwaarder weegt dan wat dan ook.”

In de brief klinkt het alsof die Duitse context maar benauwend wordt gevonden, alsof het een keurslijf is waar Documenta 15 niet aan wilde voldoen. Was het niet ook wat minzaam geweest als Duitse critici hun standaarden hadden opgeschort omdat ruangrupa van een ander continent komt?

Flentge: „Dat is niet wat we vragen. Maar we vragen de critici om een bredere blik.” 

Reza Afisina: „Mijn idee is dat de media geen vocabulaire hadden voor wat er hier bij ons gebeurde. Het had een uitdaging kunnen zijn om te beschrijven wat precies de context van Taring Padi’s werk was, bijvoorbeeld, maar daar vonden ze geen woorden voor, en evenmin voor onze praktijk van collectiviteit, van duurzaamheid, van samenwerking met de burgers van Kassel. Mijn indruk is dat ze simpelweg kozen voor het narratief waar ze in Duitsland wel iets vanaf weten, namelijk antisemitisme.”

Misschien werd de bezoeker ook te weinig aan de hand genomen. Sommige namen van kunstwerken bleven onvertaald, sommige begeleidende teksten waren erg summier. Was het ook opzet om de bezoeker enigszins te desoriënteren?

Flentge: „Dat was zeker niet de opzet, maar deel van onze aanpak was wel dat we niet bij de theorie wilden beginnen, maar bij verhalen. Volgens onze Lumbung-aanpak is de sociale verbinding en de gastvrijheid het uitgangspunt. We wilden weg van een studeerkamer-benadering van het kunstwerk. Veel bezoekers zeiden dat ze zich veel meer welkom voelden dan op andere kunstshows, vooral mensen van buiten de kunstwereld.”

We wilden niet per se disruptief zijn, maar gebruikmaken van de kans een andere dialoog voor te stellen

Reza Afisina ruangrupa

Afisina: „Veel bezoekers van buiten Duitsland vertelden over een gevoel van herkenning, zeiden dat ze zich thuis voelden. Voor anderen was de opzet ongebruikelijk: waarom is er een kinderhoek in het hoofdgebouw, waarom zijn er zoveel feestjes? Als wij naar een kunstevenement in Europa gaan, dan doen we het normaal gesproken ook zo: we maken een dag vrij voor een museum, alles is helder en duidelijk. Maar dat vonden we niet heel luchtig.”

Julia Sarisetiati: „…en altijd is de uitleg er al. Hier vroegen sommige bezoekers: waarom zoveel discussies, zoveel programmapunten, zoveel archieven?”

Indra Ameng: „We willen niet didactisch zijn. Voor ons gaat het meer om de praktijk dan om het thema. De meeste kunstenaars waren tijdens de Documenta in Kassel, dus bezoekers hadden de gelegenheid om hen aan te spreken.”

Flentge: „Maar een andere factor is: vanaf januari werd 70 procent van onze tijd opgeslokt door de beschuldigingen. En ik denk dat onze teksten en onze infobordjes daaronder hebben geleden. Die hadden beter gekund.”

In hoeverre zal Documenta 15 nog nawerken in de kunstwereld?

Afisina: „De vraag is: in welke kunstwereld? Voor veel kunstenaars is onze opzet niet nieuw. Voor veel kunsthandelaars of bezoekers van commerciële kunstbeurzen wel. We wilden niet per se disruptief zijn, maar we wilden gebruikmaken van de kans om een andere dialoog voor te stellen.”

Flentge: „Charles Esche, de directeur van het Van Abbemuseum, noemde Documenta 15 in een lezing vorige week de ‘eerste tentoonstelling van de 21ste eeuw’. Volgens hem is het een enorme breuk.”

Een motto van Documenta 15 was: ‘Make friends, not art’. Hoe kijken jullie nu naar dat motto?

Er rolt een diepe collectieve lach door het kantoor in Kassel.

Ameng: „Die uitspraak is al oud. We begonnen ruangrupa in een woongebied in Jakarta, dus we moesten wel vrienden maken. En ook hier: we wilden naar Kassel komen en iets goeds doen voor de burgers van de stad.” 

Sarisetiati: „We willen de zorgen en de geschiedenis van de mensen van hier wel begrijpen. Ook al wisten we er eerst weinig vanaf.”