Waar liggen de oplossingen in het gestrande stikstofoverleg?

Stikstofdoelen Bemiddelaar Johan Remkes komt woensdag met zijn langverwachte advies over de stikstofaanpak. Dit zijn de opties.

Johan Remkes na afloop van een gesprek over de stikstofcrisis.
Johan Remkes na afloop van een gesprek over de stikstofcrisis. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Is het Johan Remkes gelukt een doorbraak in het oververhitte stikstofoverleg tussen de regering en boeren te forceren? De verwachtingen van de „bevindingen” waar ‘onafhankelijk gespreksleider’ Remkes deze woensdag mee komt, zijn hoog.

Zelf had Remkes geen illusies, toen hij in augustus begon aan een rondgang langs landbouw- en natuurorganisaties, bedrijven en overheden. Hij hoopte „iets van onderling vertrouwen op te bouwen” voor verder overleg over de aanpak van stikstof.

Maar zeker na het aftreden van landbouwminister Henk Staghouwer, ontstond het beeld van Remkes als een soort ‘schaduwminister’ die de stikstofcrisis moest bezweren. Staghouwers opvolger Piet Adema (ChristenUnie) en stikstofminister Christianne van der Wal (VVD) zullen Remkes’ rapport in ontvangst nemen.

De gesprekken van Remkes waren vooral niet bedoeld om de stikstofdoelen van het kabinet „ter discussie” te stellen, stelden Staghouwer en Van der Wal vooraf. Toch zal Remkes met alle partijen hebben gekeken naar ruimte voor gezamenlijke oplossingen in de aanpak van stikstof. Welke opties zijn er wel en niet?

Meer tijd voor halvering stikstof

De stikstofuitstoot moet volgens het coalitieakkoord in 2030 gehalveerd zijn ten opzichte van 2019. Het kabinet-Rutte IV haalde de deadline vijf jaar naar voren, in de wet staat 2035. De agrarische sector vindt dit doel onrealistisch: je kunt niet het platteland in een paar jaar omgooien. Voor milieuclubs is vertragen juist geen optie: hoe langer je wacht, des te groter de natuurschade. Bovendien moet Nederland ook voldoen aan Europese stikstof-, water- en klimaatregels. In 2027 moet Nederland al de waterkwaliteit van rivieren, meren, plassen en kanalen op orde hebben.

Remkes lijkt het tijdpad op te willen delen in drie blokken, zeggen betrokkenen, al dan niet met een tussentijdse evaluatie. De eerste twee jaar zijn de „urgente fase”, zegt milieuhoogleraar Jan Willem Erisman: in die periode moet een groep grote uitstoters (‘piekbelasters’) stoppen. Daarna, tot 2030, ligt de focus op de provincies en hoe zij de uitstoot omlaag gaan brengen. Ná 2030, zegt Erisman, is pas „de herstructurering van de landbouw” aan de beurt.

Blijft de vraag wat Remkes gaat schrijven over het stikstofdoel van 2030. Moet dit losgelaten worden, en moet de deadline weer worden teruggedraaid naar 2035 uit de wet? Voor Wopke Hoekstra van regeringspartij CDA is 2030 „niet heilig” meer, zei hij al.

Grote uitstoters eerst aanpakken

Het kabinet kan tijd winnen door grote uitstoters eerst uit te kopen. De piekbelasters dus, vaak grotere boerenbedrijven die natuurgebieden zwaar belasten. Ook sommige grote fabrieken zijn piekbelasters, maar het kabinet komt pas later met een stikstofaanpak voor industrie en vervoer.

Voorstanders van het versneld uitkopen van boeren die veel uitstoten, zeggen dat daarvoor de oplossing in Brussel ligt. Het kabinet zou eenmalig toestemming moeten vragen om een groep grote uitstoters ruimhartig uit te kopen – tegen Europese staatssteunregels in. Bemiddelaar Johan Remkes heeft ook gezocht naar een juridische oplossing, samen met adviesbureau Berenschot, zegt milieuhoogleraar Erisman, die ook is geconsulteerd.

De praktijk moet uitwijzen hoe snel zulke piekbelasters zich vrijwillig willen laten uitkopen. De eerste tranche van een landelijke, vrijwillige uitkoopregeling leverde weinig op: slechts twintig boeren tekenden, inventariseerde de NOS onlangs.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeerde deze week dat de rijksoverheid zich al jaren verkijkt op het effect van uitkopen. Ook Johan Vollenbroek, oprichter van milieuclub MOB die veel stikstofprocedures aanspant, denkt dat niet veel boeren vrijwillig zullen stoppen. „Je zult ook natuurvergunningen van bedrijven moeten intrekken.”

Sleutelen aan de techniek

Is de meetmethode die berekent hoeveel stikstof per jaar op een natuurgebied mag neerkomen betrouwbaar? Boeren vinden van niet. De ‘kritische depositiewaarde’ (kdw), zoals dit meetinstrument heet, is volgens de boeren te zwart-wit: alles boven de kdw is goed, alles eronder slecht. Met technische innovatie, zoals slimme stallen die mest scheiden, zou stikstof prima terug te dringen zijn.

De kdw is een belangrijke pijler onder de vergunningverlening voor de uitbreiding van boerenbedrijven. Remkes gaf in september al aan dat de kdw niet ideaal is, en dat er naar alternatieve methoden gekeken wordt. Ook het kabinet deed een soortgelijke belofte, maar verbond daar geen concreet moment aan.

Het is de vraag of een ander meetinstrument veel gunstiger uitpakt voor boeren. Een alternatief waar de afgelopen vier jaar in opdracht van het ministerie van Landbouw aan werd gewerkt, is niet minder streng, zei ecoloog Wieger Wamelink begin september in NRC. Remkes benadrukte eerder al dat een vervangend systeem „juridisch houdbaar” moet zijn met het oog op de vergunningverlening.

Hank Bartelink van samenwerkingsverband LandschappenNL vindt de roep om een andere meetmethode überhaupt onzin: „Als je voor een rood stoplicht staat, kun je niet zeggen: het is voor mij oranje, ik rijd gewoon door. De kdw is een goed, wetenschappelijk onderbouwd instrument, dat moeten we koesteren.”

Meningen op het platteland zijn heterogener dan het lijkt: ‘Wij boeren moeten gaan bewegen’

Boeren een toekomst geven

Geef de boeren ‘perspectief’ voor de toekomst, roept iedereen. Al is dat woord een beetje besmet, sinds de afgetreden minister Staghouwer er in een Kamerbrief van 49 kantjes niet echt in slaagde dat ‘perspectief’ concreet te maken. Zijn opvolger Adema wil de boeren die niet stoppen, helpen bij de omslag naar meer duurzame en diervriendelijke landbouw. Boeren bij natuurgebieden zullen met minder vee (extensiever) moeten werken, bijvoorbeeld in combinatie met agrotoerisme, streekproducten of zorg, opperde Staghouwer al. De overheid kan boeren ook ondersteunen bij het verplaatsen van hun bedrijf, om de stikstofuitstoot beter te spreiden. Een deel van de boeren zou duurzame bouwmaterialen kunnen gaan verbouwen, zoals hennep, algen, vlas, schimmels, hout en stro, opperde CDA-minister Hugo de Jonge (Ruimtelijke Ordening).

Om echt ‘perspectief’ te hebben, moeten boeren kunnen rekenen op een stabiele en rendabele bedrijfsvoering. Dat kan alleen als de hele agrarische en voedselketen meewerkt in de omslag naar duurzame en diervriendelijke landbouw: van banken en het transportwezen, tot supermarkten en de consument. Vanzelfsprekend is dat niet in een tijd van inflatie en koopkrachtdaling, want boerenproducten zullen vaak duurder worden.

Waar komt de boerenonvrede vandaan? NRC geef in deze gids lees- en kijktips voor meer context.