‘Hier moet ik uitleggen waarom bij mij geen omgekeerde vlag wappert’

Boerenprotesten Niet alle boeren willen zich tot het uiterste verzetten tegen de stikstofplannen. Het leidt soms tot spanning binnen families en lokale gemeenschappen.

Heleen Lansink, uit Haaksbergen (Twente): „Wij boeren moeten echt gaan bewegen.”
Heleen Lansink, uit Haaksbergen (Twente): „Wij boeren moeten echt gaan bewegen.”

Heleen Lansink (43) twijfelt of ze nog naar dorpsbijeenkomsten moet. De melkveehouder uit het Twentse Haaksbergen ziet haar omgeving radicaliseren. „Ik was laatst bij een lokale bijeenkomst van [belangenvereniging] LTO”, vertelt ze, „en daar hoorde ik: ‘Ze halen alleen maar buitenlanders binnen en wij moeten van alles.’ Ik kan dat écht niet aanhoren. Maar eerlijk: ik heb het ook niet tegengesproken. De hele zaal knikte instemmend. Dan moet je wel heel stevig in je schoenen staan om te zeggen: hier schrik ik van.”

Toen Lansink, geboren in Emmen, trouwde met een boer wilde ze in contact blijven met de rest van de maatschappij. Ze organiseert boerderijactiviteiten en heeft een column in een landbouwvakblad voor Oost-Nederland, Vee en Gewas, waarin ze kritisch is over de protesten tegen de kabinetsplannen om de stikstofuitstoot terug te dringen.

Ze snapt goed dat het ontbreken van perspectief – ook voor pioniers – moedeloos maakt. „Heb ik vertrouwen in de overheid? Nee. Maar wij boeren moeten echt gaan bewegen.” Aan haar boerderij wappert – in tegenstelling tot veel boerenbedrijven in de omgeving – geen omgekeerde vlag. „Dat betekent wel dat ik iedereen die hier langskomt, moet uitleggen waarom niet”, zegt Lansink.

Deze woensdag presenteert de gespreksleider in het stikstofoverleg, Johan Remkes, zijn rapport naar aanleiding van gesprekken met boerenbelangenclubs, natuurorganisaties en het bedrijfsleven. Er wordt reikhalzend naar uitgekeken.

Lees over het langverwachte rapport van Remkes: Waar liggen de oplossingen in het gestrande stikstofoverleg?

De kampen worden vaak geografisch ingedeeld. Het symbool van ‘ontevreden en afgehaakt Nederland’ – de omgekeerde vlag – zie je op het platteland in overvloed, in steden minder. Alleen: boeren en plattelandsbewoners die er een andere mening op nahouden, zijn er ook.

Stankoverlast

„Hier in het dorp steunen de meeste mensen de boeren, denk ik”, zegt Marieke van Beers (44), varkensboerin uit het Gelderse Niftrik en actief bij de lokale LTO. In haar buurt zijn het de burgers die de vlaggen hebben opgehangen, vertelt ze. „Maar er zijn ook mensen die vinden dat we behoorlijk veel varkens hebben.”

Marieke van Beers, uit Niftrik (Gelderland): „Ook hier vinden mensen dat we behoorlijk veel varkens hebben.”

Foto Bram Petraeus

„De meningen op het platteland zijn heterogener dan het lijkt”, zegt hoogleraar rurale geografie Tialda Haartsen aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Als je in één straat drie vlaggen hebt hangen, denk je: zó, hier is wat aan de hand. Maar lang niet alle boeren of plattelandsbewoners doen mee.”

Ze wijst op een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die recentelijk zestien omwonenden van agrarische bedrijven in Gelderland en Noord-Brabant in het gelijk stelde na klachten over extreme stankoverlast. Het zijn plattelandsbewoners, en niet de mensen in de stad, die overlast ondervinden.

Zelf komt Haartsen uit een boerenfamilie en woont ze in Het Hogeland, een akkerbouwgebied in het noorden van Groningen. „Ik had laatst nog bijna ruzie met mijn vader, een gepensioneerd akkerbouwer uit de Noordoostpolder. Ik zei: ‘De boeren moeten veranderen, dat zag je toch van kilometers ver aankomen.’ Maar ik raakte aan iets fundamenteels.”

De boeren, ook de enorm technologisch gedreven boeren, appelleren in hun protesten aan een „ruraal idyllebeeld”, denkt Haartsen. Dat van de rondscharrelende varkentjes en een plattelandsleven waar je ruimte en vrijheid hebt. „Dat maakt dat ze een groot deel van de plattelandsbewoners achter zich hebben gekregen. Die hebben nu het gevoel dat hun plattelandsidentiteit wordt aangetast. Het dorpsfeest, de kermis en de trekkertrek zijn soms ook aan landbouw gekoppeld. Als je in je dorp bekent dat je niet achter de boeren staat, moet je je verantwoorden. En je wordt erop aangekeken.”

Het is lastig als je in het „grijze gebied” zit tussen vandalistische acties en gewoon protest, zegt varkensboerin Van Beers. Ze valt nu vaak stil omdat ze het moeilijk vindt hierover te praten. „Dat mag je gerust opschrijven.”

„Als er met het rapport van Remkes geen perspectief komt, ben ik bang dat het uit de hand loopt. Daar ben ik niet van.” Toen in een Facebookgroep boeren bespraken om Nederland „plat te leggen”, was ze er snel weg. „Mijn vader moest naar het ziekenhuis. Ik postte: ik hoop niet dat jullie de weg blokkeren.”

Haar man is meer van de harde actie. „Soms spreken we die dingen uit, dan is het daarna ook weer goed.” Van Beers bewondert hoe snel een actiegroep als Farmers Defence Force mensen gemobiliseerd heeft. „Maar al dat gedreig, rot op. Mijn oudste zoon zegt bij elke actie: ik wil ernaartoe. Die vindt het prachtig, maar beseft onvoldoende waar het over gaat.”

Melkveehouder Heleen Lansink denkt dat meer agrariërs, zeker boerinnen, worstelen met gesprekken die ze voeren aan de keukentafel. „Omdat mannen en zonen vaak dichter op het bedrijf zitten, kunnen ze niet meer reflecteren.” Vrouwen kunnen wat uitzoomen, denkt ze.

Lansink vindt het ingewikkeld hoe ze zich tot de rest van haar dorp moet verhouden. „De laatste dorpsbijeenkomst sloeg ik even over. Ik hoorde bij de vorige te veel waar ik moeite mee had. Maar als ik nooit meer ga, zet ik mezelf erbuiten.”

Waar komt de boerenonvrede vandaan? NRC geef in deze gids lees- en kijktips voor meer context.