Als het energieprijsplafond niet gericht kan, dan maar ongericht – en duur

23,5 miljard Met een ongekend groot bedrag neemt het kabinet een deel van de energierekening over van Nederlandse huishoudens.

Foto Rias Immink/ANP

Het energieprijsplafond van het kabinet wordt royaler voor burgers – en fors duurder voor de schatkist. Er wordt straks meer energieverbruik vergoed, tegen een lager tarief. Vooral Nederlanders die veel elektriciteit verbruiken gaan erop vooruit in de uitgewerkte plannen, in vergelijking met het plafond dat op Prinsjesdag werd gepresenteerd.

En dat gaat wat kosten. Het kabinet rekent op een kostenpost van 23,5 miljard in de komende veertien maanden. Dat is evenveel geld als het kabinet in het stikstoffonds steekt en meer dan de jaarlijkse begroting van een ministerie als Defensie of Justitie en Veiligheid.

Het is ook een hoger bedrag dan alle koopkrachtmaatregelen die het kabinet tot nu toe nam om de klap van de energieprijzen te dempen, en flink meer dan de 15 miljard waar het kabinet op Prinsjesdag van uitging voor dit prijsplafond.

De uiteindelijke kosten moeten nog blijken: die hangen af van de energieprijzen de komende maanden en hoe koud de winter wordt. Worden de prijzen in 2023 weer zo hoog als ze op de piek in augustus van dit jaar waren, dan kan het prijskaartje oplopen tot meer dan 40 miljard euro.

Ongericht plafond

Minister voor Energie Rob Jetten (D66) en het kabinet doen daarmee alsnog wat ze lange tijd wilden vermijden. De steun aan huishoudens was in de eerste maanden van dit jaar ongericht als een schot hagel: iedereen kreeg geld terug, en de hoogste inkomens profiteerden het meest. Economen waren er kritisch over. In aanloop naar Prinsjesdag wilde het kabinet aanvankelijk alleen een plafond instellen voor de allerarmste huishoudens. Dat zou niet meer dan een miljard kosten.

Het was alleen niet te doen. Gegevens verzamelen over energielabels, huizenwaardes en inkomensniveaus bleek een helse opgave en de politieke druk zwol aan om méér te doen voor grotere groepen. Een plan voor een prijsplafond van PvdA en GroenLinks kreeg steeds meer fans, ook uit de coalitie. Zie daar het dilemma. Brede steun is ongericht, gerichte steun amper uitvoerbaar. Dus is het prijsplafond alsnog ongericht: duur, maar tenminste wel uitvoerbaar.

Dankzij het plafond kunnen Nederlandse energiebedrijven hun stroom en gas tegen een vaste basisprijs aanbieden aan al hun klanten. De overheid subsidieert straks hun gas en elektriciteit, zodat die nooit boven een vooraf vastgelegde prijs uitstijgen. Huishoudens betalen daardoor voor gas 1,45 euro per kuub voor de eerste 1.200 kuub, het gemiddeld verbruik. Voor elektriciteit gaat de prijs naar 0,40 euro per kWh voor de eerste 2.900 kWh. Daarboven geldt de prijs van de leverancier.

Lees ook de column van Marike Stellinga: Prijsplafond: niet zo simpel als het klinkt

De nieuwe plannen zijn met name voor grootverbruikers van elektriciteit goed nieuws. De Kamer drong, met PvdA en GroenLinks voorop, aan op verruimingen voor groepen die alsnog fors zouden moeten gaan betalen. Daarbij ging het bijvoorbeeld om mensen met een warmtepomp, die geen gas meer verbruiken maar wel extra veel elektriciteit. De nieuwe plannen houden daar rekening mee. Het voorgestelde plafondtarief daalt van 0,70 naar 0,40 euro per kWh en het geldt ook tot een hoger verbruik: niet 2.400 maar 2.900 kWh.

Ook voor mensen met stadsverwarming, die eveneens buiten de boot dreigden te vallen, komt er een oplossing. Voor hen wordt gestreefd naar een tarief van 47,39 euro per gigajoule. Voor groepen als chronisch zieken, met veel apparatuur, zoekt het kabinet nog een oplossing, net als voor energie-intensieve mkb’ers zoals bakkers en sauna-uitbaters.

Chronisch zieken hebben weinig baat bij het prijsplafond: ‘Het voelt als een oneerlijke strijd’

Het prijsplafond gaat op 1 januari in. In november en december keert het kabinet op basis van een schatting geld uit aan de energiebedrijven om de prijzen laag te houden. Dat moet ieder huishouden een korting van gemiddeld 190 euro per maand opleveren.

Nog drie vragen

Nu de plannen bekend zijn, resteren drie grote vragen. Eén: is het genoeg? Eerder schatte het Centraal Planbureau dat het aantal huishoudens met betalingsproblemen zou stijgen naar 1,3 miljoen. Door het prijsplafond gaat dat bijna terug naar het oude niveau: 540 duizend huishoudens.

Twee: wordt er nog wel op energieverbruik bespaard? Het kabinet hoopt dat die prikkel blijft. De prijs is door het plafond weliswaar veel lager, maar nog altijd hoger dan een jaar geleden. En boven het plafond geldt direct de hoge prijs van je leverancier.

Vraag drie is de meest onzekere: wat als de prijzen ook ná 2023 hoog blijven? Het prijsplafond loopt dan af, maar het is onvoorspelbaar hoe de grillige energiemarkt er dan voorstaat.

Chronisch zieken hebben weinig baat bij prijsplafond pagina E4