Onder bejubeld Kamervoorzitter Khadija Arib knakte de ene na de andere ambtenaar

Onderzoek Khadija Arib oogstte lof als Kamervoorzitter om de souplesse en humor waarmee ze debatten in goede banen wist te leiden. Bij ambtenaren liet ze een ander, onberekenbaar gezicht zien. Haar gedrag was „aanmatigend en intimiderend”, vond de OR.

Kamervoorzitter Khadija Arib in 2017.
Kamervoorzitter Khadija Arib in 2017. Foto David van Dam
Onderzoek

Het is even stil in D1.35, de vergaderruimte op de eerste verdieping van het Tweede Kamergebouw aan de Bezuidenhoutseweg. Bij de aanwezigen in de zaal met het witte systeemplafond waar geen daglicht binnenvalt, heerst opperste concentratie. Het is woensdagochtend 28 september.

Kamervoorzitter Vera Bergkamp gaat één voor één de acht andere leden van het presidium af – het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer: van de PVV ( Bosma), D66 (Belhaj), CDA (Peters), Partij voor de Dieren (Wassenberg), SP ( Van Nispen), GroenLinks (Bromet), VVD (Kamminga) en Nijboer (PvdA).

Bergkamp vraagt ieder lid afzonderlijk of het wel of niet instemt met het advies van landsadvocaat Pels Rijcken om een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen naar mogelijk grensoverschrijdend gedrag van Khadija Arib (PvdA) in haar tijd als voorzitter van de Tweede Kamer (2016-2021).

In de maanden die aan de bijeenkomst voorafgingen, heeft het presidium twee anonieme brieven ontvangen met uiteenlopende klachten over „machtsmisbruik” en „een schrikbewind”.

De OR heeft uw gedrag als intimiderend en aanmatigend ervaren

Twee afgevaardigden van de OR in een uiteindelijk niet verstuurde brief aan Arib

De aantijgingen komen niet uit de lucht vallen. De strekking van de brieven wordt onderschreven door de huidige ambtelijke leiding van de Tweede Kamer, die „zelf ook de sociaal onveilige werksfeer heeft ervaren”, schrijft de landsadvocaat in een vertrouwelijk advies waarover de leden beschikken. Het zijn niet de eerste en ook niet de enige signalen over de vermeende handelwijze van Arib, weet het presidium.

Één voor één stemmen de leden in. Het unanieme besluit is even uniek als politiek gevoelig. Nooit eerder was een Kamervoorzitter onderwerp van een dergelijk onderzoek. Bovendien is Arib nog altijd Kamerlid.

Vera Bergkamp, PVV’er Martin Bosma en CDA’er René Peters gaan Arib namens het presidium persoonlijk informeren over het op handen zijnde onderzoek, zo spreken de leden onderling af.

Het presidiumbesluit is op dat moment het voorlopige slotstuk van een tijdperk dat begon op de dag van de verkiezing van Khadija Arib als Kamervoorzitter: 13 januari 2016.

Lees ook: Onderzoek naar mogelijk grensoverschrijdend gedrag oud-Kamervoorzitter Arib

Autoriteit en humor

Al snel verovert ze de harten van veel Kamerleden én het publiek. Met autoriteit, souplesse en humor leidt Arib belangrijke Kamerdebatten. Voor velen is ze een verademing na de gezagsloze Anouchka van Miltenburg (VVD), die voortijdig het ambt heeft neergelegd.

Na de verkiezingen in maart 2017, waarbij de PvdA wordt afgerekend op de samenwerking met de VVD en slechts 9 van de 38 Kamerzetels overhoudt, is Arib de enige kandidaat voor het voorzitterschap. Ze is in korte tijd uitgegroeid tot het gezicht van de Tweede Kamer.

Wat dan nog maar weinig mensen weten, is dat Arib een stuk minder geliefd is bij delen van de organisatie van de Kamer. Daar werken zo’n 650 mensen: bodes, stenografen, griffiers, voorlichters, ICT’ers en ander ondersteunend personeel. Deze ambtenaren vallen onder de verantwoordelijkheid van de griffier, de hoogste ambtenaar.

Het presidium, met Arib als voorzitter, heeft een toezichthoudende rol op het ambtelijk apparaat. Het presidium is primair verantwoordelijk voor het politieke proces van de Kamer en diens werkwijze. Simpel gezegd: de griffier gaat over de ambtenaren, Arib en de andere presidiumleden over politieke aangelegenheden. Cruciaal voor een succesvol functioneren is „samenwerking tussen de voorzitter en de griffier”, benadrukt een vertrouwelijk rapport uit december 2014 waarin de inrichting en het functioneren van de hele organisatie op verzoek van het presidium onder de loep is genomen.

Maar met innig samenwerken heeft Arib weinig op, getuige meerdere (vertrouwelijke) documenten en 32 direct betrokkenen met wie NRC sprak. Ze is eigenzinnig en grijpt in waar en wanneer ze dat nodig vindt. Arib voelt zich daar als Kamervoorzitter in gesteund door het vertrouwelijke rapport van eind 2014, dat is opgesteld in opdracht van het presidium.

Kamervoorzitter Khadija Arib tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in 2018.Foto David van Dam

Het moet professioneler

Er wordt, zeker bij de griffiers, hard gewerkt maar de ambtelijke organisatie moet „zakelijker en professioneler”, is een conclusie. De ambtenaren zijn weliswaar „kundig en loyaal” maar omdat mensen er vaak lang werken, heerst er „een familiecultuur”. Een wat conservatief bolwerk waar aangekondigde veranderingen vaak het begin zijn van een discussie.

Het mes moet in de vergrijsde organisatie om tot een moderne taakverdeling en professionele aansturing te komen, zo luidt een aanbeveling.

In korte tijd komen er daarom drie nieuwe topambtenaren: een griffier en twee directeuren.

Maar alle drie komen ze al snel in botsing met Arib. Één voor één verlaten ze gedesillusioneerd het pand. Griffier Renata Voss is de eerste. De samenwerking met Arib in haar eerste periode als voorzitter is Voss slecht bevallen. Arib doet alsof niet Voss maar zíj leiding geeft aan het ambtelijk apparaat. Iets dat de ondernemingsraad (OR) ook van ambtenaren hoort.

Ze is toch een beetje de moeder van de Tweede Kamer. Streng, maar rechtvaardig. Ze geeft ruimte aan het debat, handhaaft respect en is altijd in voor een kwinkslag.

Harper’s Bazaar roept Arib in 2018 uit tot Woman of the year

De OR schrijft Arib daarom op 3 april 2017, een week na haar herverkiezing, een brief. Na felicitaties komt de raad ter zake. Die ziet „meer en meer” een ontwikkeling waarbij „de scheiding van taak en rol tussen politieke en ambtelijke organisatie diffuus” is. Een „zorgelijke ontwikkeling”, aldus de OR. Het „adviseert” Arib om naar de in de reglementen „beschreven scheiding” tussen de politieke en ambtelijke organisatie te gaan handelen.

De brief en het ongevraagde advies vallen in slechte aarde. Arib ontbiedt de briefschrijvers subiet op haar werkkamer en wast hen de oren, in aanwezigheid van griffier Renata Voss. De twee afgevaardigden van de OR zijn er beduusd van.

Na ruggespraak met hun collega’s stellen ze een week later opnieuw een brief op voor Arib. „De OR heeft uw gedrag als intimiderend en aanmatigend ervaren,” schrijven ze. Tot verbazing van de bezoekers gaf Arib ook „tot driemaal toe aan de baas van de Tweede Kamer te zijn. Dus ook van de ambtelijke organisatie.”

De werkelijk verantwoordelijke, griffier Voss, moest het allemaal over zich heen laten komen. „U was hard en in onze ogen ongenuanceerd in uw uitspraken,” schrijft de OR in de brief van drie kantjes. Die manier van communiceren wekte „de indruk dat de griffier verantwoording moest afleggen en openbare boetedoening moest doen”, aldus de OR. „We hebben hier met plaatsvervangende schaamte bij gezeten.”

De ergernis druipt van de pagina’s. „U hebt op ons een indruk achtergelaten van een sterk hiërarchisch sturende leider, die weinig tot geen inspraak duldt.”

De OR heeft andermaal een advies voor Arib: laat een hoogleraar staatsrecht onderzoek doen. „Om helderheid te creëren in de benodigde scheiding tussen de ambtelijke en politieke organisatie.”

De brief is „het laatste directe contact” van de OR met Arib en de rest van het presidium, schrijven de opstellers. „De OR stelt ook geen prijs op een gesprek met u over deze onverkwikkelijke zaak.”

De brief zal uiteindelijk niet worden verstuurd, op nadrukkelijk verzoek van Renata Voss. Ze heeft toch al zo’n moeizame relatie met Arib. Het maakt geen verschil. Korte tijd later vertrekt de griffier, precies twee jaar nadat ze is begonnen aan de baan.

Kleineren en negeren

De brief van de OR bevat elementen die terug zullen blijven keren in klachten van medewerkers over Arib. De Kamervoorzitter negeert, kleineert en isoleert mensen en bekritiseert hun professionele kwaliteiten.

Bij besprekingen kan Arib ambtenaren vernederen in het bijzijn van collega’s of bezoek van buiten. Ze horen haar dan dingen zeggen als: ‘Jij snapt er echt niets van’. Of: ‘Ik hoef niet te horen wat jij vindt.’ Ze zien hoe ze mensen manipuleert en tegen elkaar opzet. ‘Dit mag je absoluut niet met de griffier bespreken.’ Ze horen haar praten over collega’s: ‘Die is niet capabel.’ Of: ‘Die speelt onder één hoedje met die.’ Ze zien hoe collega’s worden buitengesloten, als Arib ze net voor een vergadering wegstuurt. ‘Jij hoeft hier niet bij te zijn.’ Het komt voor dat ze een stoel laat weghalen om tegen een ongewenste ambtenaar te zeggen: ‘Er is geen plek voor je.’

Ambtenaren zien een patroon van aantrekken en afstoten, van aardig doen en dan weer onaardig. De onvoorspelbaarheid van Khadija Arib trekt een deken van onzekerheid over de ambtelijke organisatie. Twijfel kruipt onder hun huid. En niemand weet wanneer het omslaat: het zijn weekkoersen, dagkoersen, uurkoersen – soms slaat de stemming al na een half uur weer om. Haar grilligheid maakt dat sommigen de werkkamer van Arib zoveel mogelijk mijden. Anderen wensen elkaar succes als ze een overleg met haar hebben.

U was hard en in onze ogen ongenuanceerd in uw uitspraken

Twee afgevaardigden van de OR in een uiteindelijk niet verstuurde brief aan Arib

Met regelmaat staan mensen die een afspraak met haar hebben tevergeefs voor haar deur te wachten. Of ze verschuift die ter plekke met een uur. Secretaresses worden er horendol van, als ze het al bij haar volhouden. De eerste secretaresse die voor haar werkt, zit er al een tijdje: ze heeft drie Kamervoorzitters gediend, Arib is de vierde. Ze houdt het nog geen half jaar vol en vertrekt aangeslagen.

Ook dat is een bekend patroon. In de tijd vóór haar voorzitterschap, als Kamerlid voor de PvdA, draait Arib er zoveel ondersteunend personeel doorheen dat de ondernemingsraad van de partij zich uitspreekt tegen haar kandidatuur als fractiesecretaris. Tevergeefs, Arib wordt gekozen.

Er zijn ook medewerkers, bij de PvdA én in de ambtelijke organisatie, die met plezier met haar samenwerken of geen probleem hebben met haar. Arib vraagt, zij draaien. Een heldere taakverdeling.

In de voorzittersstoel in de plenaire zaal, voor de camera’s en in de omgang met journalisten is Arib op haar best. Haar feilloze politieke gevoel wordt bewonderd in het parlement en het ambtelijk apparaat. Zelfs haar grootste criticasters zijn er danig van onder de indruk.

Niemand ook die zo goed weet hoe beeldvorming werkt als Khadija Arib. Een topambtenaar die ze al wekenlang negeert, wordt opeens vriendelijk begroet in het bijzijn van bezoekers of een journalist.

In 2018 roept het modetijdschrift Harper’s Bazaar haar op een gala-avond uit tot Woman of the year voor de inspirerende manier waarop ze haar rol vervult. „Ze is toch een beetje de moeder van de Tweede Kamer. Streng, maar rechtvaardig. Ze geeft ruimte aan het debat, handhaaft respect en is altijd in voor een kwinkslag.”

Khadija Arib (PvdA) in de Tweede Kamer.Foto David van Dam

Ontslag

De handhaving van het respect achter de schermen van de Tweede Kamer verloopt minder geslaagd. Directeur bedrijfsvoering en informatievoorziening Jan Willem Duijzer, één van de drie nieuwe topambtenaren, gaat op 6 september 2018 het gesprek aan met Arib. Daarin uit hij zijn „grote zorgen” over haar betrokkenheid bij de ambtelijke organisatie en haar houding en gedrag richting het ambtelijk personeel. Arib droogt medewerkers verbaal soms zo af, als ze in haar ogen niet functioneren of haar tegenspreken, dat ze er last van blijven houden. Iets dat Duijzer uit eigen ervaring kent.

Het gesprek, waarin hij haar aanspreekt op haar gedrag, sorteert niet het door hem gewenste effect. Hun werkrelatie raakt alleen maar verder verstoord.

Vijf maanden later, op 5 februari 2019, dient Duijzer na drie jaar als leidinggevende, zijn ontslag in bij het presidium. Zijn interventie in september 2018 heeft geen verbetering in het gedrag van Arib bewerkstelligd, schrijft Duijzer. Hij vertrekt.

Het is niet de eerste keer dat het presidium, waar Vera Bergkamp dan ook al lid van is, uit eerste hand hoort over de opstelling en het gedrag van Arib. Maar een gesprek met haar komt er ook nu niet.

Een zeer gewaardeerde voorzitter. En ik denk dat dat terecht is. Zij heeft keihard voor ons parlement gewerkt.

Vera Bergkamp over Arib nadat ze de voorzittershamer van haar heeft overgenomen

Dat gebeurt pas als de nieuwe griffier Simone Roos en directeur huisvesting Jaap van Rhijn in april 2019 belet vragen bij het presidium om hun zorgen te uiten over het werkklimaat. Een zeer ongebruikelijke stap, om als ambtenaren op te staan tegen de Kamervoorzitter.

Toch doet het tweetal dat in een gesprek met de twee ondervoorzitters van de Tweede Kamer: Ockje Tellegen (VVD) en Martin Bosma (PVV), die dan al jaren lid is van het presidium. De boodschap van de twee topambtenaren: „Dit is ontoelaatbaar.”

Het onderhoud leidt dit keer wél tot een gesprek. Twee zelfs, waarbij de twee ambtenaren, de twee ondervoorzitters én Arib aanwezig zijn. Tellegen neemt de rol van mediator aan, Bosma houdt zich meer afzijdig. Maar de gesprekken leiden uiteindelijk tot niets. Khadija Arib weigert het gespreksverslag te ondertekenen, wat ‘mediator’ Tellegen ook probeert.

Opnieuw verandert er niets. De leden van het presidium zeggen in de wandelgangen tegen betrokken ambtenaren dat ze gelijk hebben. „Ze moet weg.” In de dagelijkse praktijk blijken de leden boven alles raspolitici. Ze branden hun vingers niet aan de kwestie. Het politieke draagvlak om in te grijpen, ontbreekt. Mede omdat de vorige Kamervoorzitter, Van Miltenburg, al vroegtijdig is vertrokken. Arib blijft op haar post.

Het is een cruciaal moment voor de ambtelijke staf en hun medewerkers. Ze zien hun angst bewaarheid: als het erop aankomt, staan ze er alleen voor. Tweede Kamerleden ontlenen hun toekomst aan de volgende verkiezingen. Niet aan het lidmaatschap van het presidium; een toezichthoudende rol waarin ze een bij het electoraat populaire collega openlijk zouden moeten corrigeren. Nee, over twee jaar zijn er weer verkiezingen. Nieuwe ronde, nieuwe kansen voor een andere Kamervoorzitter. Het is precies wat de leden van het presidium de bezorgde en vermoeide ambtenaren vertellen. „Hou vol tot de verkiezingen.”

Khadija Arib blijft ondertussen het stralende gezicht van de Tweede Kamer. Ze krijgt op 6 maart 2020 de volgende prestigieuze onderscheiding. In Groningen ontvangt ze de Aletta Jacobsprijs. „De jury is onder de indruk van de wijze waarop zij in alles wat ze doet, laat zien hoe cruciaal het is om blijvend op te komen voor de universele waarden die horen bij een democratie.”

Veel voorkeurstemmen

Bij de verkiezingen in maart 2021 behaalt Arib 52.493 voorkeurstemmen. Daarmee behoort ze tot de populairste Kamerleden onder kiezers. Maar verlenging van haar voorzitterschap zit er niet in. D66’er Vera Bergkamp verslaat in één stemmingsronde Arib en PVV’er Martin Bosma, de derde kandidaat. De fracties van VVD, D66, CDA en ChristenUnie, die later het kabinet Rutte IV zullen gaan vormen, houden de rijen gesloten.

Stralend neemt Bergkamp plaats in de voorzittersstoel. „Dank voor het vertrouwen.” Tegen collega’s die niet op haar hebben gestemd, zegt ze: „Ik hoop het vertrouwen waard te zijn.”

Dan richt ze zich tot haar medekandidaten, „in het bijzonder mevrouw Arib”. Bergkamp: „Een zeer gewaardeerde voorzitter. En ik denk dat dat terecht is. Zij heeft keihard voor ons parlement gewerkt.”

Binnen het ambtelijk apparaat is de opluchting groot over het vertrek van Arib. Een hoge ambtenaar heeft de stemming gevolgd met een ontslagbrief onder de verzendknop. „Ik zou geen minuut meer voor haar hebben gewerkt.”

Niet dat het enthousiasme voor Vera Bergkamp erg groot is. Ook zij liet de ambtenaren, als lid van het presidium, aan hun lot over toen het er in de tijd onder Arib op aankwam. Het is niet de enige pijn binnen de vaste staf van de nieuwe Kamervoorzitter. De onderlinge verhoudingen zijn er in de jaren onder Arib zó verstoord geraakt dat het Haagse adviesbureau Ardis door de afdeling personeelszaken wordt ingehuurd. Onder leiding van twee coaches spreken de ambtenaren zich in onderlinge gesprekken en groepsessies uit over het giftige klimaat dat is ontstaan.

U hebt op ons een indruk achtergelaten van een sterk hiërarchisch sturende leider, die weinig tot geen inspraak duldt

Twee afgevaardigden van de OR in een uiteindelijk niet verstuurde brief aan Arib

In het eerste gesprek met Vera Bergkamp stelt de ambtelijke top een vreselijke tijd achter de rug te hebben onder Arib. Ze willen zich op de toekomst richten en werken aan een sociaal veilige omgeving, een probleem dat breder leeft in de ambtelijke organisatie. Op advies van de ambtelijke leiding besluit Bergkamp de perikelen in de periode onder Arib ongemoeid te laten. Dat blijkt al snel een misrekening.

Sommige ambtenaren voelen zich pas na het vertrek van Arib vrij om zich te melden bij een bedrijfsarts of een vertrouwenspersoon van de Kamer. Die schrijven begin juni een brief aan Bergkamp, griffier Simone Roos en het hoofd personeelszaken. De boodschap: er zijn serieuze signalen van een sociaal onveilige werkomgeving in de periode 2018-2021. In drieënhalf jaar tijd hebben deskundigen met een beroepsgeheim 23 medewerkers gesproken „met eensluidende klachten over ongewenst gedrag”. Een fors aantal, weten de deskundigen uit eigen ervaring en onderzoek. „De werksituatie werd overall omschreven als sociaal onveilig. Een angstcultuur,” schrijven ze. „De signalen zijn dan ook, naar onze mening, geen incidenten maar symptomen van meer diepgewortelde en grotere structurele problemen.” Om daar aan toe te voegen: „Geen van de betreffende medewerkers durfde een officiële klacht in te dienen.”

Het advies is om een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen. Dat zegt Bergkamp op 21 juni toe. De Universiteit Utrecht gaat aan de slag om de aard en omvang van de sociale onveiligheid binnen de hele ambtelijke organisatie in kaart te brengen. Geen feitenonderzoek maar een groot, anoniem belevingsonderzoek door middel van vragenlijsten en interviews waarvoor niet alleen ambtenaren maar ook Kamerleden en fractiemedewerkers zich kunnen aanmelden.

De Utrechtse wetenschappers zijn amper begonnen of elders in het gebouw komt de volgende melding binnen. Dit keer bij PvdA-fractievoorzitter Lilianne Ploumen. Een anonieme briefschrijver stelt onder meer dat het verstandig zou zijn „nog eens te kijken naar de omstandigheden en motieven” die een rol speelden bij het vertrek van de topambtenaren die de organisatie zouden gaan moderniseren. „Van alle drie heb ik destijds persoonlijk vernomen dat de omgangsvormen binnen de organisatie een belangrijke rol hebben gespeeld.”

Ploumen stuurt de brief elf dagen na ontvangst, op 21 februari 2022, door aan griffier Simone Roos en Kamervoorzitter Bergkamp. „Het ging niet over de PvdA-fractie, dus het was niet aan mij om actie te ondernemen,” laat Ploumen in een schriftelijke reactie weten. Op de vraag of ze de brief en de inhoud met Khadija Arib heeft besproken, schrijft Ploumen: „Ik heb het met niemand besproken.”

De brief belandt uiteindelijk op tafel bij het presidium. Na overleg besluiten de leden dat de drie vertrokken topambtenaren zullen worden uitgenodigd voor een gesprek over de reden van hun vertrek.

Maar zover zal het nooit komen. De geschiedenis staat op het punt het presidium en Khadija Arib te achterhalen.

In 2021 nam Vera Bergkamp de voorzittershamer over van Khadija Arib.Foto Bart Maat/ANP

Nieuwe functie Arib

Het is een bont gezelschap dat zich op woensdag 6 juli van dit jaar verzamelt naast de roltrap bij de ingang van de Tweede Kamer. Pepijn van Houwelingen (FvD) neemt uiterst links plaats voor de foto, helemaal rechts staat Vicky Maeijer (PVV). Ook CDA, VVD, D66, JA21 en Groep Van Haga zijn vertegenwoordigd. Net als de eenpitter Pieter Omtzigt. In het midden staat de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek gaat doen naar de coronacrisis: Khadija Arib. In haar commissie „is ruimte voor alle geluiden,” zegt ze tegen journalisten.

Het is niet die uitspraak die een deel van het ambtelijk apparaat doet opschrikken, maar haar nieuwe rol. Een deel van de medewerkers krijgt op slag klamme handen van het idee dat ze opnieuw voor Arib moeten gaan werken.

Haar benoeming tot voorzitter van de coronacommissie zal het beslissende moment blijken voor het einde van haar politieke loopbaan. De paniek die ontstaat in delen van het ambtelijk apparaat van de Tweede Kamer is ongekend. Op 27 juli komt er bij het presidium een nieuwe brief binnen met aantijgingen aan het adres van Arib over haar tijd als Kamervoorzitter. Aanleiding voor het schrijven is haar „recente benoeming”, schrijft een anonimus, met wie NRC later in contact zal komen.

In de gedetailleerde brief weidt de schrijver uit over tal van ambtenaren die zijn vertrokken na aanvaringen met Arib, zoals directeur Jan Willem Duijzer. Ook gaat het over „kleinerende opmerkingen” van Arib tegen ambtenaren die zorgden voor „een onveilige werkomgeving”.

De jury is onder de indruk van de wijze waarop zij in alles wat ze doet, laat zien hoe cruciaal het is om blijvend op te komen voor de universele waarden die horen bij een democratie.

Jury van de Aletta Jacobsprijs in 2020

In het presidium worden de klachten zo serieus genomen dat er in een extra vergadering, op 19 september, besloten wordt juridisch advies in te winnen bij de landsadvocaat. Wat te doen met deze signalen? De juristen schrijven na ruggespraak met betrokkenen in de ambtelijke organisatie dat de anonieme klachten niet op zich staan. De „concrete voorvallen passen bij eerdere (concrete en ernstige) signalen van een onveilige werkomgeving.” De voorbeelden in de brief worden „bevestigd door de leiding van de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer,” noteren de juristen. Een onafhankelijk onderzoek is onontkoombaar, luidt de conclusie. De Tweede Kamer heeft als werkgever „zonder meer een verplichting tot handelen op basis van de brief”.

Het advies is een belangrijke reden voor leden van het presidium om in te stemmen met een onafhankelijk onderzoek. Nog dezelfde avond tekent Vera Bergkamp, namens het presidium, een zogenoemde vrijwaringsbrief. Die biedt zekerheid aan ambtenaren die mee willen werken aan het onderzoek: ze kunnen vrijuit praten, zonder angst hun baan te verliezen.

Dat de vrijwaringsbrief is getekend vóórdat Arib op de hoogte wordt gesteld van het onderzoek, tekent de angst bij ambtenaren. Toch gaat het mis. De afspraak van het presidium met Khadija Arib komt niet tot stand voordat NRC lucht krijgt van het gevoelige besluit en daarover publiceert na een telefoongesprek met de oud-voorzitter. Arib reageert geschrokken als ze van NRC hoort dat het presidium een extern onderzoek naar klachten over haar gedrag als Kamervoorzitter wil laten doen. „Zo zit ik helemaal niet in elkaar.”

Kort daarna verandert haar toon. Tegen het AD spreekt ze nog dezelfde avond van een „dolk in mijn rug” door haar opvolgster. „Vera Bergkamp is hiervoor verantwoordelijk.” Tegen De Telegraaf zegt ze dat ze „voor de bus is gegooid” door Bergkamp. Ze eist een verklaring van de Kamervoorzitter, met wie ze dan al jaren een moeizame verstandhouding heeft.

De signalen zijn dan ook, naar onze mening, geen incidenten maar symptomen van meer diepgewortelde en grotere structurele problemen. Geen van de betreffende medewerkers durfde een officiële klacht in te dienen

Deskundigen die 23 medewerkers hebben gesproken

Een dag later, in de wandelgangen van de Tweede Kamer, noemt Arib het op handen zijnde onderzoek tegen journalisten een „schijnonderzoek”, een „poppenkast” en een „politieke afrekening”. Het werkt. De aandacht van de pers gaat uit naar de mispeer van het presidium om Arib tijdig te informeren en de toch al wankele positie van Kamervoorzitter Bergkamp. Televisieverslaggevers mogen één voor één langskomen op de werkkamer van Arib voor een reactie. Op Twitter is ze trending topic. De ene na de andere steunbetuiging stroomt binnen. „De manier waarop @khadijaArib, de beste Kamervoorzitter die we in jaren gehad hebben, x op x met slappe verdachtmakingen wordt lastig gevallen, is een ramp voor de democratie.”

Op vrijdag eisen Kamerleden van oppositiepartijen SP, Partij voor de Dieren, BBB, JA21 en Pieter Omtzigt een verklaring van Kamervoorzitter Vera Bergkamp. Ze hebben vragen over de juridische basis voor een onderzoek en ze willen weten waarom het presidium de landsadvocaat heeft ingeschakeld. De Kamerleden vragen ook waarom Arib niet vooraf op de hoogte is gesteld. Ze stellen Bergkamp een ultimatum: voor maandagmiddag één uur moet ze hebben gereageerd.

Ambtenaren zien het met verbijstering aan. Hun ervaringen worden volledig verdrongen door de aandacht van de pers voor de door Arib opgeworpen tweestrijd met Bergkamp. Kamerlid Liane den Haan ziet het vertwijfeld aan. „Het gaat hier niet om de huidige of de voormalige Kamervoorzitter maar om het belang van werknemers,” twittert ze. „En de verantwoordelijkheid die het Presidium voor hen heeft. Tsja, dat vergeten we maar ff voor het gemak. Niet sexy voor de media. Bah.”

Arib stapt op

Op vrijdagochtend legt NRC contact met Arib om een afspraak te maken voor het beantwoorden van vragen over de aantijgingen. Die komt, ondanks vele pogingen, niet tot stand. Arib reageert soms op apps en telefoontjes, maar houdt de boot telkens af. Ook PvdA-fractievoorzitter Attje Kuiken probeert een afspraak met haar te maken als ze op zaterdagavond plots op Twitter leest dat Arib opstapt. De „(anonieme) dolksteken” maken dat ze niet langer Kamerlid wil zijn, schrijft ze. Het presidium en haar fractiegenoten van de PvdA laten haar geen andere keuze dan te stoppen. „Het werk als volksvertegenwoordiger en voorzitter van de tijdelijke corona-enquête is mij door het disfunctioneren van het presidium simpelweg onmogelijk gemaakt.” Arib voelt zich „niet langer vrij en veilig” in het parlement.

Indirect verwijst ze in haar statement naar de klachten over haar gedrag in haar periode als Kamervoorzitter. Ze schrijft dat „sommigen” haar als „streng hebben ervaren”. „Maar in zo’n omgeving is dat noodzakelijk.”

Haar optreden als voorzitter heeft volgens Arib geleid tot „zichtbare verbetering van het functioneren van de Tweede Kamer.” Iets waar ze tevreden op terug kijkt. „Toen ik aftrad heb ik de organisatie in goede staat achtergelaten.”