Foto Frank Ruiter

Interview

Emy Koopman: ‘Verliefdheid is destructief én creatief’

Wat maakt het leven de moeite waard? Schrijver Emy Koopman (36) was obsessief verliefd en schreef er een boek over. „Het is soms ook nodig om de controle op te geven.”

Voor Emy Koopman op tafel staan een pot thee en een schaaltje truffelkruidnoten, rechts van haar ligt in een boekenstapel De mythe van Sisyphus. Het boek van Albert Camus, waarin de onfortuinlijke Griek Sisyphus dagelijks een steen de berg op rolt, wordt vaak aangehaald in discussies over de zin van het leven. Sisyphus’ leven is evident absurd, maar toch gaat hij door – net als wij.

Het ligt er toevallig, Koopman is er nog maar net in begonnen. Ze slaat het boek open en leest voor wat daar staat. „Er bestaat maar één werkelijk filosofisch probleem en dat is de zelfmoord. Beoordelen of het leven wel of niet de moeite waard is om geleefd te worden…”, nu moet ze lachen, „is antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie.”

We zitten hier om precies die vraag te bespreken: wat maakt het leven de moeite waard?

Voor Koopman, schrijfster van onder andere drie romans, is dat niet iets waar ze veel over nadenkt. „Je bent er nou eenmaal, waarom moet je je afvragen of het leven wel of niet de moeite waard is? Dan zou je, zoals Camus hier ook voorstelt, zelfmoord echt als serieus alternatief moeten zien voor voortleven. Dat vind ik nogal hypothetisch. Ik denk dat mensen dat alleen als alternatief zien als ze in heel benarde fysieke of psychische omstandigheden verkeren. Terwijl er door de dag heen toch altijd genoeg momenten zijn die enigszins aangenaam zijn, of gewoon neutraal.”

In Koopmans boeken zijn de neutrale momenten in de minderheid. Haar personages hebben heftige gevoelslevens, zeker de hoofdpersoon in haar laatste boek, Tekenen van het universum (2022). Die hoofdpersoon is zijzelf. Verslag van een obsessie, luidt de ondertitel, en dat is het: minutieus onderzoekt Koopman haar obsessieve verliefdheid, enkele jaren geleden, op een Frans-Canadese fixer die ze ontmoet tijdens het maken van een reportageserie.

Beiden hebben ze een relatie, maar dat weerhoudt Koopman er niet van om – met medeweten van haar vriend – contact te onderhouden met de fixer en openlijk te hunkeren naar meer.

Koopman beschrijft verliefdheid als een vorm van zelfverlies. In die zin vindt ze het fenomeen vergelijkbaar met een eetstoornis – in het boek beschrijft ze de ‘magerzucht’ uit haar tienerjaren. Ook vandaag maakt ze deze vergelijking. „Een eetstoornis is ook een voorbeeld van het uitoefenen van je wil, en op een gegeven moment gaat dat te ver en wordt dat een obsessie, dan verlies je jezelf. In veel stoornissen zit er een punt dat het niet makkelijk is om weer terug te gaan. Dat je echt in je verslaving zit, je drang.”

En je ziet verliefdheid als zo’n verslaving?

„Ja, dat kun je wel stellen, als je kijkt naar wat er in het brein gebeurt.”

Je raakt je autonomie kwijt…

„… ja, maar zolang het een tijdelijke staat is, is het de vraag hoe erg dat is. Waarom vinden wij het zo vreselijk om onze autonomie kwijt te raken? Volgens mij vinden we het erger dan we het zouden moeten vinden.”

Waarom?

„Ik denk dat het heel erg past in een productiegedreven maatschappij dat het belangrijk is dat je altijd de controle over jezelf houdt. Maar dat is natuurlijk een illusie. Er kunnen altijd omstandigheden zijn waardoor die controle wegvalt. En het is soms ook nodig om de controle op te geven. Ik denk dan gelijk aan carnaval. Een bepaalde mate van orde kan alleen bestaan bij gratie van een chaos daarbuiten.”

Ik vind het heel knap als mensen verliefdheid op verliefdheid stapelen

Je beschrijft verliefdheid in je werk als „levensbevestigend”, een „kracht die onze zintuigen op scherp zet”. En: „Als we verliefdheid moe zijn, zijn we levensmoe.” Op die manier klinkt het als iets prachtigs, zelfs als iets noodzakelijks. Niet als iets problematisch.

„Het is en-en, hè. Het is destructief én creatief, het is allebei. Daarom is het ook levensbevestigend, want het leven is dat ook. Freud had het over eros en thanatos, levensdrift en doodsdrift, die bestaan naast elkaar.”

Verliefdheid kan ervoor zorgen dat alles om je heen je meer aanspreekt, beschrijf je. Wat moet je daarmee als je tegelijkertijd bedenkt dat je niet altijd verliefd kunt zijn?

„Dat openstaan voor de wereld, die blik, die kun je wel meenemen in het dagelijks leven als de verliefdheid weg is. Het is dan alleen niet zo overrompelend.”

Koopmans leven is sinds de obsessie tot rust gekomen. Ze is gaan samenwonen met haar vriend, bij wie ze ook tijdens de verliefdheid niet weg wilde. Verliefdheid en een relatie kunnen naast elkaar bestaan, ook al is het een risico, zegt ze: „Je kunt dingen kapot maken die je niet kunt repareren.”

Hoe kijk jij dan naar jouw toekomst? Hoop je dat je weer verliefd wordt op iemand?

„Nee, ik ben nou wel moe. Ik ben eigenlijk wel heel tevreden op het moment. Ook al ben ik overspannen geraakt het afgelopen jaar. Ik vind veel troost in de moestuin en überhaupt in de plantenwereld, die is stiekem minstens zo interessant als menselijke verhoudingen.”

Foto Frank Ruiter

Denk je dat zo’n manische verliefdheid bijna onvermijdelijk wordt opgevolgd door het tegendeel?

„Er waren andere omstandigheden die tot die overspannenheid hebben geleid. Maar het is in principe wel het logische proces dat je naar beneden moet vallen.”

Zijn er andere dingen in het leven die je zo kunnen optillen als verliefdheid?

„Ik denk het wel. De filosoof Georges Bataille heeft het over verschillende vormen van het ervaren van de roes, de extase. Dans, muziek, dronkenschap. Maar ook literatuur noemt hij daar, poëzie. Ook daar kun je door meegesleept worden, alleen niet maandenlang. En dat is maar goed ook, want je wíl er ook weer uit.”

Verlang je ook op andere gebieden naar dingen die net buiten je bereik liggen?

„Dat is een beetje aan het veranderen. Ik had vroeger sterker de behoefte om met het schrijven prijzen te winnen en vertalingen te krijgen, en nu denk ik: maar waarom eigenlijk? Ik wil gewoon mooie dingen maken. Ik heb mijn ambitie de afgelopen tijd wat getemperd.”

Verlangen is wel wat de mens voortdrijft.

„Ja, zeker. En daarom zitten we nu in de problemen, toch, als mensheid? Daar moeten we allemaal mee om zien te gaan. We moeten kunnen leven, en verlangen, en verkwisten ook – het leven is verkwistend. Maar hoe kun je verkwisten zonder destructief te zijn? Dat is de cruciale vraag, ook bij verliefdheid. Dat destructieve vormt een deel van de aantrekking.”

Ik moet denken aan een boek van Richard Klein over roken. Hij schreef dat sigaretten zo aantrekkelijk zijn juist vanwege hun dodelijkheid.

„Ja. Dat flirten met de dood, dat vinden we, velen van ons, spannend en begeerlijk. Dat je je dan ook weer levendiger kunt voelen. Ik ken die romantische inslag, maar… de romantiek van jezelf kapot roken is leuk totdat je longkanker krijgt.”

Buiten onweert het, de kat ligt opgekruld op de bank, Emy Koopman zet nog een pot thee op tafel. Het is tijd om de rechtstreekse confrontatie aan te gaan met de vraag: wat maakt het leven de moeite waard?

„Ik heb tijdens mijn studie psychologie eens nagedacht over welke waarden ik belangrijk vind. Waarden die je door een langere periode heen kunnen tillen, zodat je niet alleen van aangenaam moment naar aangenaam moment leeft. Ik had schoonheid en rechtvaardigheid als waarden geformuleerd, en dat is niet veranderd. Die vind ik belangrijker dan bijvoorbeeld vrijheid. Als je vrijheden inlevert, zoals met corona, dan heb je die schoonheid nog om op terug te vallen, die is dan nog steeds troostend. Terwijl, als er helemaal geen schoonheid meer is, dan vind ik het leven niet meer de moeite waard.”

In Tekenen van het universum beschrijft Koopman hoe ze tijdens een treinreis door Canada, onderweg naar de fixer, overvallen wordt door de schoonheid van het uitzicht: ze ziet kleine vosjes uit hun holletjes springen en door de lucht vliegen. „Het glas valt weg, de afstand valt weg en alles is deel van mij, alles is in mij, elke grasspriet en elk goudglanzend haartje waar de wind doorheen blaast.”

Het is een lyrische, bijna manische scène. In hoeverre speelde het een rol dat je toen verliefd was?

„Ik denk dat dat het versterkt, maar ik heb wel enigszins vergelijkbare ervaringen gehad op momenten dat ik niet verliefd was. Bijvoorbeeld toen ik als tiener het gebouw van de Wiener Secession binnenliep, daar bevindt zich in een verder witte ruimte een fries van Gustav Klimt met zwevende figuren. Dat vond ik zo mooi en zo onverwacht, dat was die puur esthetische ervaring van overspoeld worden. Vaak gebeurt het ook door iets in de natuur. Iets plots.”

Je wil niet parasiteren op de maatschappij, je wil netjes bijdragen

Zoals?

„Er was een moment in Edmonton, wat voor de rest niet de meest prachtige stad van Canada is, dat de lucht heel donker werd, donkerpaars, ik wandelde van de stad terug naar het hostel waar ik zat, en toen sprong er ineens een gigantische haas over de stoep. Of de keer dat ik met vrienden een roadtrip maakte door Amerika, we gingen lukraak van plek naar plek op de kaart, en toen hadden we bedacht dat we naar Moab in Utah zouden gaan. We kwamen daar en de lucht was weer zo diep donkerpaars. Dat, in combinatie met het fel rode gesteente dat aan weerszijden van de weg oprijst. Je verwacht het niet, en dan ben jij even weg en is er alleen maar die ervaring van schoonheid.”

Hoe zou je zo’n ervaring noemen?

„Ik denk dat zo’n esthetische ervaring vergelijkbaar is met een mystieke ervaring. In beide gevallen raak je overspoeld door de volle glorie van het bestaan en ben je ratio, je ik-gevoel even kwijt.”

Foto Frank Ruiter

Hoe is rechtvaardigheid iets wat een rol speelt in je alledaagse leven?

„Sowieso in persoonlijke keuzes. Als je weet dat wat je in je dagelijks leven doet bijdraagt aan onrechtvaardigheid, moet je daar iets aan proberen te veranderen. Dat is ontzettend ingewikkeld in ons systeem. Ik weet ook niet hoe deze truffelkruidnoten zijn gemaakt.” Ze lacht. „Het gevoel van rechtvaardigheid was ook een reden om onderzoeksjournalistiek te gaan doen naast het romans schrijven. Maar het idee dat je daarmee een rechtvaardiger samenleving krijgt, daar ben ik een beetje van teruggekomen. Ik was gedesillusioneerd door het Toeslagenschandaal, toen de regering opstapte en weer terugkwam.”

Voel je een morele plicht om je nuttig te maken?

„Ja. Ik heb eigenlijk altijd meerdere dingen tegelijkertijd gedaan. Als ik alleen artistiek bezig ben, voelt dat niet nuttig genoeg. Dat idee dat je niet wil parasiteren op de maatschappij, dat je netjes wil bijdragen, zit wel diep.”

Voel je je niet nuttig als lezers mailen dat ze je boek mooi vonden?

„Jawel, iemand vertelde me dat het boek haar was aangeraden door haar psychiater, en dat ze er zoveel aan had gehad. Toen dacht ik: wat mooi, ik ben dan wel geen therapeut geworden, maar op deze manier…”

Het is grappig dat je juist schoonheid en rechtvaardigheid noemt als noodzakelijk voor een waardevol leven. Ken je de roman Either/Or van Elif Batuman? De hoofdpersoon daarin vindt dat ze moet kiezen tussen het ethische en het esthetische, precies die twee waarden.

„Ik ken de roman niet, maar wel dat onderscheid, en ik denk dat je beide nodig hebt: zonder het esthetische wordt alles dor en levenloos, zonder het ethische krijg je wreedheid en decadentie. En ik zie dat schrijvers geregeld het esthetische boven het ethische verkiezen, en zichzelf ook boven de wet verheffen. Dan denk ik: nee. Dat vind ik niet kunnen. Ik denk dat dat misschien ook deels is wat je bij Prometheus zag.”

Koopman vertrok afgelopen juni bij Prometheus nadat duidelijk werd dat uitgever Mai Spijkers werknemers intimideerde en vernederde. „Mai biedt auteurs wat ze willen, hij fêteert ze. En hij is een goed verhaal, die uitgeverij is een goed verhaal. Maar ondertussen worden daar mensen vernederd. Als jij inderdaad het esthetische boven alles stelt, dan is dat in lijn met jouw waarden. Ik begrijp ook dat sommige schrijvers in volle overtuiging zeggen: ja, dat is mijn uitgeverij. Maar ik vind het niet acceptabel van de mensen die publiekelijk, in columns bijvoorbeeld, andere waarden uitdragen, die wel over rechtvaardigheid gaan.”

Mensen hebben toch ook een soort fascinatie voor mensen die sociale normen aan hun laars lappen.

„Ja. Dat vind ik dus romantische dweperij, als het gaat om het schade toebrengen aan anderen: reuze spannend, totdat jij die ander bent. Dat vind ik dus niet terecht. Je boek, wat je hebt verzonnen, dat is je vrijplaats. Daar mag alles. Maar in je dagelijks leven heb je je toch enigszins te gedragen.”