Blijft belegger meezingen met het muziekconcern?

Deze rubriek belicht iedere week ontwikkelingen op de beurs. Ditmaal: Universal Music Group.

The Rolling Stones, ABBA, Taylor Swift, Justin Bieber, Andrea Bocelli: je kunt ze verafgoden of verafschuwen, verguizen of grijsdraaien. En je kunt in ze beleggen. Tenminste, in de platenmaatschappij die hun muzikale rechten beheert: Universal Music Group (UMG).

UMG is het grootste muziekconcern ter wereld: het vormt samen met Warner Music Group en Sony de ‘Big Three’. Het hoofdkantoor staat in Hilversum, maar het bedrijf opereert vooral vanuit New York en Santa Monica, Californië.

Precies een jaar geleden ging het bedrijf naar de beurs in Amsterdam. In december promoveerde het al van de Midkap naar de AEX – de beurswaarde was toen 45 miljard euro. Bij de beursgang was het aandeel 23 euro waard, wat daarna iets steeg naar een piek van 27 euro in november. Vervolgens ging het wat naar beneden, en het afgelopen halfjaar zakte de koers een paar keer onder de 20 euro.

Muziek levert allang niet meer uitsluitend geld op via de verkoop van platen of cd’s. UMG’s inkomsten komen tegenwoordig grotendeels van streamingplatforms, maar ook uit games en fitnessapps waarin muziek wordt gebruikt. De nieuwste loot aan de stam van het verdienmodel zijn NFT’s.

„Muziek heeft bij eerdere economische crises grote veerkracht getoond”, zei topman Lucian Grainge bij de presentatie van de tweedekwartaalcijfers. Met andere woorden: ook voor een aanstaande recessie hoeven UMG-beleggers volgens Grainge niet te vrezen.

Analist Thomas Singlehurst van Citi is hier minder stellig over. Als we terugkijken naar de afgelopen decennia, met daarin twee grote recessies, heeft de muziekindustrie het wel degelijk moeilijk had, zegt hij. „Het is onzeker. We weten niet zo goed hoe cyclisch de muziekindustrie zal zijn.”

Sommige van de nieuwe platformen waaraan UMG muziek verkoopt, draaien bijvoorbeeld op advertenties, en dat is wel degelijk een cyclische markt.

Singlehurst ziet ook een mogelijk risico voor UMG op een ander vlak. Men zegt vaak dat de muziekindustrie een wereldwijde industrie is, maar dat is slechts deels waar, vindt Singlehurst. Mensen luisteren juist veel naar lokale muzikanten. „Mijn punt is: de wereldwijde schaal is belangrijk, maar het is minstens zo belangrijk om te opereren op lokale markten. En ik vraag me af of UMG erg concurrerend is op dit niveau”, zegt Singlehurst. En juist daar neemt de concurrentie toe door de digitalisering van de muziekindustrie.

„UMG is de afgelopen jaren in staat geweest het marktaandeel gelijk te houden”, gaat Singlehurst verder. „Als de wereldwijde muziekmarkt 12 procent groeit, groeit UMG 10 procent. Iets minder, maar alsnog veel en in lijn met totale groei van de markt.” Maar wat als we belanden in een situatie waarin de wereldwijde markt nog slechts met een paar procenten groeit? „Dan blijft er weinig over van de groei van UMG.” Tot nu toe is het nog geen issue, maar het is een factor die Singlehurst in de gaten houdt.

Hoe kijkt hij eigenlijk terug op het eerste beursjaar van Universal? „Er was veel enthousiasme bij de beursgang, iedereen was singing along, om maar in muziektermen te blijven. Maar gedurende het jaar begonnen er bij beleggers wat twijfels te rijzen.” Die twijfels gaan volgens Singlehurst vooral over het vermogen van UMG om de drie targets die het aankondigde bij de beursgang tegelijkertijd te realiseren: omzetgroei, hogere winstmarges en meer cashflow. Als dat niet lukt, dient de vraag zich aan welk doel het bedrijf het beste kan loslaten. Aan de huidige beurskoers is volgens Singlehurst die spanning rondom de verschillende targets af te lezen. Beleggers waren misschien eerst wat te optimistisch en vrezen nu dat er mogelijk een teleurstelling aankomt.

Jolanda van de Beld