PBL: kabinet verwacht onrealistisch veel van uitkopen boeren

Stikstofcrisis Een nog niet gepubliceerd rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving zet de deur open naar de gedwongen uitkoop van boeren.

Minister-president Mark Rutte krijgt een rondleiding op een melkveebedrijf voorafgaand aan een gesprek met boeren over de stikstofplannen.
Minister-president Mark Rutte krijgt een rondleiding op een melkveebedrijf voorafgaand aan een gesprek met boeren over de stikstofplannen. Foto Sem van der Wal/ANP

Het kabinet-Rutte IV heeft onrealistisch hoge verwachtingen van de uitkoopregeling waarmee ze hoopt duizenden boeren uit te kopen en die de stikstofuitstoot drastisch moet verlagen. Dit stellen onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een nog ongepubliceerd onderzoek, waarvan de conclusies bekend zijn bij NRC.

Het vrijwillig uitkopen van boeren is een belangrijke pijler en de grootste kostenpost van het huidige stikstofbeleid, dat ervoor moet zorgen dat de stikstofuitstoot in 2030 is gehalveerd. Het kabinet heeft ruim 7 miljard euro gereserveerd voor stoppende boeren – op een begroting van ruim 24 miljard – en dat moet leiden tot „tientallen” procenten minder vee in Nederland, volgens het PBL.

Maar die aanname klopt niet. Onderzoekers van het planbureau analyseerden de uitkoopregelingen van de afgelopen 25 jaar. Uit hun analyse blijkt dat er na een regeling vaak slechts „enkele procenten” minder dieren zijn. „De hoge verwachtingen over het beëindigen van veehouderijen lijken niet gestoeld op een systematisch inzicht in de effecten van beëindigingsregelingen”.

Volledige vrijwilligheid is niet voldoende

Het PBL-onderzoek bevestigt wat het kabinet eigenlijk allang weet: op basis van volledige vrijwilligheid is het onmogelijk om de stikstofproblematiek op te lossen. De afgelopen maanden voerde Johan Remkes gesprekken met betrokken partijen uit de agrarische sector over de stikstofopgave. Aankomende woensdag komt hij met zijn advies over hoe het kabinet zich hieruit kan redden. Hij zal in dat advies waarschijnlijk iets zeggen over het uitkopen van de grootste stikstofuitstoters. In een onderzoek dat Remkes twee jaar geleden deed in opdracht van het toenmalig kabinet schreef hij dat gericht moet worden opgekocht en dat „verplaatsing en uitkoop niet plaatsvinden op basis van algemene vrijwillige regelingen”. Oftewel: het intrekken van vergunningen en onteigening van boerenland zijn geen taboe.

Lees ook Provincies: maak onteigenen boeren makkelijker

Uitkopen onder dwang ligt zeer gevoelig in de sector, en zorgt voor veel weerstand. Het kabinet wil het liefst zoveel mogelijk op basis van vrijwilligheid uitkopen met de daarvoor beschikbare miljarden – een veelvoud van eerdere stoppersregelingen. Maar veel geld betekent, volgens het PBL, niet automatisch dat er meer boeren stoppen. Bij eerdere uitkoopregelingen zetten vooral oudere boeren, zonder opvolger, hun handtekening om te stoppen. Het is de vraag of het kabinet er veel aan heeft als deze groep boeren stopt, en of juist deze boeren voor een hoge stikstofuitstoot dicht bij kwetsbare natuurgebieden zorgen.

Steeds kostbaarder

Het PBL constateert een groot verschil tussen de regelingen die in het verleden liepen, en de huidige uitkoopregeling. Bij eerdere stoppersregelingen werd vaak ook het milieubeleid aangescherpt en worstelden bedrijven met slechte marktomstandigheden, zoals lage melk- en vleesprijzen. Momenteel is bijvoorbeeld de melkprijs juist zeer gunstig (zo’n zestig euro per honderd liter melk; een verdubbeling van het jaar ervoor), maar het is onzeker hoe het landbouwbeleid de komende jaren eruit gaat zien.

Lees ook: Stoppende boer verhandelt stikstofruimte op vrije markt

Bovendien wordt het volgens het PBL „steeds moeilijker en kostbaarder om de meer rendabele bedrijven tot deelname te verleiden”. Oftewel: de eerste euro’s worden het effectiefst besteed, omdat je daar de grootste vervuilers dicht bij kwetsbare natuurgebieden uitkoopt. Hoe verder weg van het natuurgebied, hoe meer boeren je moet uitkopen om hetzelfde effect te hebben.

Het PBL-onderzoek zet de deur open naar dwang, maar plaatst daar ook kanttekeningen bij. Er is weinig ervaring met gedwongen beëindigen van veehouderijen. Het kabinet dreigt zo in een juridisch moeras te belanden, waarin ze eindeloos procedeert tegen boeren die hun bedrijf niet willen opgeven. Rechtszaken hiervoor kunnen, schrijft het PBL, meer dan tien jaar duren. Deze aanpak zal bovendien leiden tot toenemende spanning in de samenleving tussen burger en overheid.