Opinie

Vertrouwenscrisis in de politiek vraagt om een Kamervoorzitter met gezag

Grensoverschrijdend gedrag

Commentaar

Het kreeg veel minder aandacht dan de dramatische populariteitscijfers van de premier en het kabinet, maar ook de Tweede Kamer kent een vertrouwenscrisis. Uit onderzoek van I&O Research, in opdracht van NRC, bleek op Prinsjesdag niet alleen dat Mark Rutte (VVD) en zijn kabinet een historisch dieptepunt hebben bereikt in de publieke opinie. Hetzelfde geldt voor de volksvertegenwoordiging: nog maar 26 procent van de ondervraagden heeft in enige mate vertrouwen in de Tweede Kamer. De afgelopen week zal dat percentage niet positief beïnvloed hebben. De onthullingen over onderzoek naar voormalig Kamervoorzitter Khadija Arib, deze week in NRC, zijn ernstig en schadelijk voor het ambt van de voorzitter. De manier waarop haar opvolger Vera Bergkamp de kwestie aanpakt, en de voortdurende discussie over haar voorzitterschap, zijn eveneens schadelijk. De hierop openlijk uitgevochten ruzie tussen Arib en Bergkamp is al helemaal niet fraai. En om het nog erger te maken: een Kamerdebat over omgangsvormen in het parlement gaf niet de indruk dat er zicht op verbetering van die omgangsvormen in zicht is. Het was bij vlagen beschamend om te zien hoeveel ruimte parlementsleden zich toe-eigenen om collega’s te beledigen en te kwetsen. Ook wie de vrijheid van meningsuiting een warm hart toedraagt, heeft moeten gruwen van de voorbeelden die langskwamen in dat debat. Dit gaat over veel meer dan alleen fatsoensnormen. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat intimiderende en dreigende taal in de Tweede Kamer een direct effect heeft op de buitenwereld. Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) vertelde vorige week in NRC dat een dreigement van FVD in zijn richting („er komen tribunalen”) leidde tot doodsbedreigingen – en inmiddels twee veroordelingen. Het is van democratisch levensbelang dat normen strikt worden gehandhaafd in de nationale vergaderzaal.

Versnippering van het politieke landschap en de radicalisering van – met name – FVD en PVV hebben het steeds moeilijker gemaakt de orde te bewaken. Alleen een Kamervoorzitter met gezag kan dat goed doen, zo simpel is het. Iemand naar wie geluisterd wordt kan grenzen stellen. Haar taak is ontzettend zwaar en de druk immens, maar die verzachtende omstandigheden kunnen niet verbloemen dat Vera Bergkamp tot nu toe niet die Kamervoorzitter is gebleken. Ze heeft moeite consequent te zijn in debatten, mist het gezag om op cruciale momenten een besluit te nemen waar iedereen naar luistert. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen werd Bergkamp een speelbal tussen het kabinet en Kamerlid Thierry Baudet. De FVD-leider had Sigrid Kaag impliciet van spionage beschuldigd, waarna het voltallige kabinet de Kamerzaal verliet. Na overleg met Bergkamp keerde alleen premier Rutte terug, onder voorwaarden. En zonder aanwezigheid van het kabinet kon het debat niet verdergaan. Bergkamp schorste Baudet, toen die zijn woorden niet wilde intrekken. De bedoeling op zich was goed, maar daarmee liet Bergkamp het kabinet de orde van het debat bepalen – een blunder die afbreuk doet aan de staatsrechtelijk soevereine positie van het parlement.

Op veel momenten weet de voorzitter zich geen raad met het radicale gedachtegoed van met name FVD. Haar voorganger Khadija Arib (PvdA) had het gezag wél, en in dit tijdsgewricht zou de voorzittersstoel haar als gegoten passen. Arib heeft alleen een ander probleem. Er komt een onafhankelijk onderzoek naar mogelijk grensoverschrijdend gedrag tijdens haar voorzitterschap, naar aanleiding van twee meldingen van „machtsmisbruik”, „een schrikbewind” en „een onveilige werkomgeving”. Het is terecht dat het presidium, het dagelijks bestuur van de Kamer, voorgezeten door Bergkamp, tot een onderzoek heeft besloten. Zulke signalen moeten altijd serieus onderzocht worden, en zo’n onderzoek is zeker geen „poppenkast”, zoals Arib het noemde.

Vera Bergkamp, populair onder haar medewerkers, heeft met het presidium het belang van het personeel zwaar laten wegen. Medewerkers, bleek ook uit eerdere verhalen over bijvoorbeeld Kamerlid Dion Graus, hebben een zwakke positie en werken in een hiërarchische omgeving. Dat maakt ze kwetsbaar voor machtsmisbruik of ander grensoverschrijdend gedrag. Voor deze honderden ambtenaren, facilitair medewerkers, ict’ers en anderen is veel te weinig oog. Ze werken op een plek die steeds duisterder wordt, met dreigende taal in de plenaire zaal en veel meldingen van grensoverschrijdend gedrag achter de coulissen. Het is goed dat de Kamer debatteert over haar eigen fatsoensnormen, maar het belang van deze groep mensen mag ook veel meer aandacht krijgen.

Lees ook: Middenpartijen kiezen niet langer voor inkapselen extreem-rechts