Nederland kan weer migranten uitzetten naar Marokko — maar mag geen kritiek meer geven op het land

Terugkeer-deal In ruil voor het terugsturen van migranten naar Marokko moet Nederland ophouden over zaken als mensenrechten en de Westelijke Sahara.

Koning Mohammed VI van Marokko verlaat tijdens zijn meerdaagse bezoek aan Nederland in 2016 zijn Amsterdamse hotel.
Koning Mohammed VI van Marokko verlaat tijdens zijn meerdaagse bezoek aan Nederland in 2016 zijn Amsterdamse hotel. Foto Alexander Schippers/ANP

Zoals elk jaar bij zijn toespraak op onafhankelijkheidsdag in augustus, kijkt de Marokkaanse koning tijdens het voorlezen nauwelijks op van zijn blaadje. Maar anders dan andere jaren noemt hij dit jaar opeens Nederland in een rijtje van „bevriende landen”. Koning Mohammed VI zegt dat Nederland een „constructieve houding” heeft aangenomen ten aanzien van de Marokkaanse belangen.

Hoe anders was dat de voorbije jaren. Geen land waarmee Nederland zo openlijk ruziede als Marokko. De landen bekritiseerden elkaar in het parlement, riepen ambassadeurs bij zich, zegden afspraken af. En, voor Nederland het belangrijkst: Marokko nam geen uitgeprocedeerde asielzoekers meer terug.

Jaren weigerde Marokko mee te werken aan hun uitzetting. Zo groeiden deze ‘veiligelanders’ uit tot het voorbeeld van een mislukt uitzetbeleid: asielzoekers zonder kans op verblijfsvergunning, die in sommige gevallen stelen en voor overlast zorgen, maar niet terug te sturen zijn. Omdat er geen zicht op terugkeer is, konden ze niet in vreemdelingendetentie worden vastgezet. „Er moet iets bedacht worden”, zei de Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma vorige week nog in het AD over overlast van een groep veiligelanders bij Hoog Catharijne.

Maar Marokko en Nederland kwamen nader tot elkaar; dat blijkt niet alleen uit de speech van koning Mohammed VI. Het werd vorige week nog duidelijk op de top van de Verenigde Naties, waar de Marokkaanse en Nederlandse vlag naast elkaar op tafel wapperden. Minister Hoekstra (Buitenlandse Zaken, CDA) en zijn Marokkaanse collega bespraken er hun ‘sterke relatie’, twitterde Hoekstra.

Sinds kort is het ook weer mogelijk Marokkaanse vreemdelingen terug te sturen. Na „constructieve gesprekken” gaf Marokko daar toestemming voor, staat in een interne mail die medewerkers van het ministerie van Justitie en Veiligheid twee weken geleden ontvingen. Het land heeft de nationaliteit bevestigd van honderd Marokkanen die op de nominatie staan voor terugkeer, de eerste reisdocumenten zijn al verstrekt.

Nederland kan, zo staat in de interne mail, weer beginnen met het oppakken van Marokkaanse vreemdelingen, voor een gedwongen uitzetting. Een direct gevolg van de verbeterde betrekkingen. Maar tegen welke prijs? NRC sprak met betrokkenen bij de deal met Marokko over wat Nederland moest inleveren.

Protesten gesmoord

In 2015 wil het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken de persvrijheid in Marokko vergroten. Met Free Press Unlimited zet het ministerie het project Storymaker op, waar burgers journalistieke video’s leren maken met een app. Tal van Marokkaanse journalisten werken mee. Een jaar later gaan honderdduizenden Riffijnen de straat op, om te protesteren tegen de achterstelling van het Rifgebied. Marokko smoort de protesten door activisten en journalisten te arresteren. Hiervoor gebruikt Marokko het Nederlandse project: de journalisten worden vervolgd vanwege hun betrokkenheid bij het ‘staatsondermijnende’ Storymaker. Het gezicht van de protesten, Nasser Zefzafi, krijgt in 2018 twintig jaar cel.

Nederland reageert dan nog scherp op de wijze waarop Marokko de protesten onderdrukt. Toenmalig minister Stef Blok noemt de uitgedeelde straffen „aan de hoge kant”. Hij vraagt Marokko om een eerlijk proces. Hij gaat daarmee veel verder dan zijn Europese collega-ministers: die houden hun mond.

De consequentie van Bloks woorden is snel duidelijk. Als medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) erna arriveren bij de Marokkaanse ambassade om te overleggen over uitzet van vreemdelingen, horen ze dat „alles wordt stilgelegd”. Vanaf hogerhand is besloten geen reisdocumenten meer uit te geven. „Jullie begrijpen vast wel waarom”, zegt een ambassademedewerker in die tijd tegen de DT&V.

Achtduizend migranten

Met migratie zet Marokko landen onder druk. Spanje merkt dat in mei 2021. Marokko zet de grensovergang naar de Spaanse enclave Ceuta een nacht lang open, uit onvrede over de Spaanse opstelling in het conflict om de Westelijke Sahara. Achtduizend migranten steken de grens over. Daarna schaart Spanje zich alsnog achter de Marokkaanse plannen.

De weigering om migranten terug te nemen brengt eind 2019 ook toenmalig staatssecretaris Broekers-Knol van Asielzaken in politieke problemen. Terwijl de Kamer eist dat ze terugkeer regelt, wil de Marokkaanse ambassadeur haar niet eens ontvangen om erover te praten. De hele Tweede Kamer reageerde woedend. Broekers-Knol zou er een „puinhoop” van maken. Ze was „te kakken gezet door Marokko”.

Premier Rutte grijpt in. Met toenmalig buitenlandministers Sigrid Kaag en Stef Blok besluit hij in 2020 dat de relatie met Marokko koste wat het kost goed moet worden, vertellen bronnen. In 2021 ondertekenen de landen een „actieplan”. De inhoud is niet bekend, de Kamer krijgt alleen de ‘hoofdlijnen’ te zien. Het plan vormt de start van een nieuwe relatie, waarbij Marokko best migranten terug wil nemen, als er maar genoeg tegenover staat.

Hulp kan Marokko bijvoorbeeld goed gebruiken in de strijd tegen de droogte en verzilting van de bodem. Het is een onderwerp waar Nederland veel kennis van heeft. Daarom laat Buitenlandse Zaken, om de band te verstevigen, experts overvliegen om de Marokkanen hierbij te helpen.

Belangrijker is de steun die Nederland verleent in het conflict om de Westelijke Sahara, het belangrijkste dossier voor de Marokkaanse koning. Hij beschouwt het gebied als een van zijn zuidelijke provincies, terwijl de separatisten Marokko beschouwen als agressor die hun land heeft bezet. Nederland ijverde tot nu toe altijd voor een oplossing waar beide partijen zich in kunnen vinden. Totdat Wopke Hoekstra afgelopen mei opeens van zich laat horen vanuit Marrakesh: zij aan zij met de Marokkaanse minister noemt hij de Marokkaanse oplossing voor het conflict ‘geloofwaardig’. Het komt Nederland op een bedankje te staan in de jaarlijkse speech van de koning.

Een andere toezegging van Nederland: het „verkennen” van een uitleveringsverdrag. Marokko wil zo’n verdrag al langer, mede omdat een van haar grootste staatsvijanden zich in Nederland ophoudt: de van drugshandel verdachte Saïd C. uit Roosendaal wordt door Marokko beschouwd als grote financier van protesten in het Rifgebied. Tot woede van Marokko blokkeerde de Nederlandse rechter zijn uitlevering, vanwege het risico dat hij in Marokko geen eerlijk proces zou krijgen.

Een uitleveringsverdrag zou betekenen dat Nederlandse rechters voortaan moeten uitgaan van de veronderstelling dat de mensenrechten in Marokko worden gerespecteerd, zegt hoogleraar politiek van het internationaal recht Geert Jan Knoops van de Universiteit van Amsterdam. „Met zo’n verdrag geef je als het ware een juridisch keurmerk aan de Marokkaanse rechtsstaat. Alleen: verdient Marokko zo’n keurmerk? Dat denk ik niet, gezien de rapporten over martelingen, corruptie en politieke vervolgingen.” 

Maar over mensenrechten wil Marokko niets meer horen – óók dat is volgens ingewijden onderdeel van de hernieuwde relatie tussen Marokko en Nederland. Om Marokko niet voor het hoofd te stoten, heeft Buitenlandse Zaken bedacht dat er alleen achter de schermen nog kritiek wordt gegeven. „Hoe beschuldigend moet je je over mensenrechten uitlaten, als je ook andere dingen te bespreken hebt die in ons belang zijn?”, zegt een Nederlandse betrokkene bij de Marokko-deal.

En als de kritiek écht openlijk moet worden geuit, dan alleen in een blok met andere landen. „Waarom zouden wij in ons eentje op mensenrechten moeten wijzen? Dat kun je ook aan de EU overlaten.”

Diplomatieke druk

Voor de Marokkaanse journalisten die in de problemen zijn gekomen, heeft de nieuwe weg die Nederland inslaat direct gevolgen. In 2021 staan de journalisten Omar Radi en Maati Monjib terecht, beiden vanwege hun relatie met Nederland. Monjib omdat hij van Storymaker geld ontving, Radi zelfs voor ‘spionage’ voor Nederland. Hun familie en vrienden smeken Nederland de beschuldigingen te weerleggen. En om de maximale diplomatieke druk te zetten op Marokko. Maar vanuit Nederland blijft het stil.

„Het hád kunnen helpen”, zegt Hicham Mansouri, een van de aangeklaagde journalisten die voor het project werkte. „Marokko is heel gevoelig voor publiciteit. Er zijn diverse voorbeelden van journalisten die pas werden vrijgelaten nadat er internationale ophef ontstond over hun zaak. Maar Nederland wilde niets doen.”

Dat merkt ook Evelien Wijkstra van Free Press. Zij draagt de zaak van Monjib in 2021 aan bij de Media Freedom Coalition. Deze coalitie van landen, voorgezeten door Nederland, spreekt normaliter andere landen aan op vervolging van journalisten. „Maar helaas pakte Nederland deze zaak niet op.”

Marokko heeft Europa klem, ziet Maarten den Heijer, als deskundige in internationaal vreemdelingenrecht verbonden aan de UvA. „Asielzoekers worden ingezet als ruilmiddel. Elk land wordt op die manier gechanteerd.” Het probleem is, zegt hij, dat Europa niet met één stem spreekt. „Zolang alle Europese landen hun eigen afspraken maken, kan Marokko iedereen tegen elkaar uitspelen.”

Het gevolg is dat Marokko niet meer wordt aangesproken op mensenrechtenschendingen, zegt Wijkstra van Free Press. „Dit is het effect als je gaat meebewegen met autoritaire landen als Marokko. Je steekt ze een hand toe, waardoor je niet meer kritisch kunt zijn.”