Weeskind

Amsterdamse beestjes

Stadsecoloog schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.
Remco Daalder

Op de nieuwe cd van ABBA staat een prachtig liedje over hommels. „Een wereld zonder hommels, dat zou een nieuw soort eenzaamheid betekenen”, zingen Agnetha en Anni-Frid. En daarmee slaan ze de spijker op zijn kop, daarvan kan ik getuigen, want ik ben eind augustus twee weken in het Moezelgebied in Duitsland geweest, en heb daar twee weken in een verdord woestijnlandschap rondgelopen zonder hommels. En zonder zweefvliegen. En vrijwel zonder vlinders: alleen koolwitjes. Geen nachtvlinders in het licht van de straatlantaarns. Geen kevers op de bospaden. Zelfs geen mieren te bekennen op de keiharde, ingedroogde grond. Urenlang lopen door bossen met verdorde eiken en beuken zonder een insect te zien. Dat voelt inderdaad eenzaam. En het is inderdaad een nieuw soort eenzaamheid, een beklemmende eenzaamheid, leidend tot diepe melancholie, een melancholie die met alle Moezelwijn van de wereld niet te verdrijven is. Er is iets grondig mis in de wereld om je heen, dat voel je.

De insectloosheid van het Moezelgebied werd veroorzaakt door de extreme zomer. Omdat de grondwaterstand daar veel lager is dan hier in West-Nederland, resulteerden de hitte en de droogte in woestijngele vlaktes zonder bloeiende planten, in verdorde bossen met een knalharde, zinderende bodem. In Amsterdam hadden we met dezelfde droogte en hitte te maken, maar door de hoge grondwaterstand konden bomen en struiken zich goed handhaven en in de stadstuintjes waren dankzij fanatiek sproeiwerk nog aardig wat bloeiende planten te vinden.

Bij terugkomst in de stad, in de avond, zagen we in ons portiek meer soorten insecten dan in twee weken Duitsland. Vooral nachtvlinders. De prachtige Oranje Wortelboorder, met een knaloranje bontje in zijn nek. De Gestreepte Goudspanner. En de topper: het Zwart Weeskind. Een prachtige naam voor een prachtige, grote nachtvlinder, een soort waar het goed mee gaat. Twintig jaar terug vond je hem in Nederland alleen in Zuid-Limburg. Nu zit hij door het hele land, tot op Terschelling aan toe, en dus ook in een portiek in Amsterdam-Noord. Wij waren blij met hem, het was voor ons een nieuwe soort. We waren ook blij met de andere nachtvlinders die om ons heen dwarrelden, en met de spinnen die jacht op hen maakten. Ons portiek leeft. Hier klopt de wereld nog. Een wereld zonder insecten, dat moet je niet willen.

Trouwens een zwaar onderschatte band, ABBA. Luister naar de wrange tekst van Knowing me, knowing you. Of naar de verstilde versie die de metalband Therion maakte van Summernight City. Of luister hoe de voorman van de Zweedse cult-band The Leather Nun het nummer Gimme Gimme Gimme (a man after midnight) een ietwat andere lading geeft. Songschrijvers Björn en Benny hebben de wereld veel moois gegeven.

Het Zwart Weeskind, in een portiek in Amsterdam-Noord. Foto Remco Daalder

Stadsecoloog Remco Daalder schrijft op gezette tijden over de dieren en vogels van Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.