Said uit Gouda is verdacht, omdat zijn naam ergens op een zwarte lijst voorkomt

Zap In Elisabetta volgden we een vrouw zonder geboorte-akte, op zoek naar antwoorden over haar verleden. Meer papieren obstakels later op de avond in Argos, over mannen wier naam zomaar op een terreurlijst terechtkomt.

Said weet niet waarvan hij precies wordt beschuldigd.
Said weet niet waarvan hij precies wordt beschuldigd. Beeld Argos

Wie ben je als je eigenlijk niet bestaat? Elisabetta Agyeiwaa is ooit geboren, 31 jaar geleden, vermoedelijk in Brescia, Italië. Er is een moeder met een naam, Agnes, en een nationaliteit, Ghanees. Er is ook een tante die het pasgeboren baby-meisje mee naar Nederland nam en een paar maanden voor haar zorgde. Haar moeder zou haar komen halen, maar ze kwam nooit. De tante bracht haar toen naar Friesland, waar ze in huis werd genomen door Marianna. Daar stopt zo’n beetje wat Elisabetta weet over haar afkomst. Er is geen geboorte-akte, geen naam, geen nummer, niks. Geen registratie van haar ontstaan in Italië en daarmee geen bewijs van haar bestaan in Nederland. Ze kan niet trouwen en niet erven, geen hypotheek afsluiten en niet reizen.

Over die krankzinnige toestand maakte ze de film Elisabetta , donderdagavond op tv. Ik kan niet zeggen dat ik na het zien van die film minder vragen had. Blijkbaar heeft haar moeder destijds een ánder meisje aangegeven bij de burgerlijke stand. Aha, maar waarom dan? Kreeg ze soms geld in ruil voor de identiteit van haar kind? En waarom nam Marianne haar als baby in huis, was dat hulp of een (kinder)wens? Marianne zou toen al geweten hebben dat ze ongeneeslijk ziek was. Ze overleed, het kind zonder identiteit als enig erfgenaam achterlatend. De adjunct-directeur van de basisschool herinnert zich nóg wat een toestand dat toen was.

De vruchteloze gesprekken met de instanties over het hoe en waarom, worden afgewisseld met dromerige beelden van een klein meisje met een roze fiets. In de voice-over richt de volwassen Elisabetta zich tot haar moeder. En voor haar heeft ze eigenlijk maar één waarom-vraag: „Waarom mocht ik er niet zijn?” Een vraag zo existentieel dat het antwoord erop waarschijnlijk ook niet bestaat.

Iets met terrorisme

Nog meer hinder-bureaucratie en papieren obstakels daarna in Onzichtbare muren van Argos. Mohamed gaat met vrouw en kinderen met vakantie naar een resort in Antalya, Turkije. Hij mag het land niet in. Want? Daarom. Vier nachten zit hij in een cel zonder ramen en wordt daarna naar Nederland teruggestuurd. Bilal uit Brabant was op huwelijksreis. Van Thailand naar Sri Lanka en door naar Istanbul. Daar mocht hij het land niet in. Want? Hij zou een „dangerous man” zijn. De komende vijf jaar heeft hij een toegangsverbod voor Turkije. Said uit Gouda, de enige die herkenbaar in beeld verschijnt, komt de Verenigde Staten en Mexico niet in. Want? Hij wordt ergens van beschuldigd. Na doorvragen hoort hij waarvan. Iets met terrorisme. Hij heeft documenten van de Nederlandse overheid waarop staat dat hij nooit ergens van verdacht is. Maar toch, zijn naam duikt ergens op in een systeem, hij staat op een niet-officieel bestaande lijst en hij heeft geen idee wat hij moet doen om daar vanaf te komen.

Nordin Lasfar laat in Argos zien dat dit tientallen mannen overkomt. Mannen zonder strafblad of crimineel verleden die op luchthavens worden tegengehouden omdat hun naam in verband wordt gebracht met jihadisme, terrorisme of sympathieën ervoor. Je kunt, zegt Said, nog beter te boek staan als moordenaar of drugsdealer. Terrorist genoemd worden is geen smet, het is een doodvonnis. Zijn familie, zijn vrienden, iedereen heeft zich van hem afgekeerd, zegt hij.

Bilal is de enige die een piepklein beginnetje heeft gevonden waarmee het grote waarom duidelijker wordt. Bij de douane is hij ooit gecontroleerd ná een andere man die mogelijk in de gaten werd gehouden. „Er werd gevraagd of ik in zijn gezelschap reisde. Toen heb ik ja geantwoord.” Vanaf die dag begonnen de problemen. Hij lijkt guilty by association. Je zou bijna hopen dat het een krankzinnige complottheorie was. Dan kon je het tenminste hard weg lachen.