Nederlandse militairen in Mali: gebrekkig Frans, te weinig spullen en verwarring over doel

Rapport missie Mali De Nederlandse aanwezigheid in Mali tussen 2014 en 2019 was weinig effectief, blijkt uit de evaluatie van de missie. Wel deden Nederlandse militairen hun best en waren ze populair bij de lokale bevolking.

Nederlandse militairen arriveren op het vliegveld van Gao bij kamp Castor, waar ze zullen deelnemen aan de VN-missie in Mali.
Nederlandse militairen arriveren op het vliegveld van Gao bij kamp Castor, waar ze zullen deelnemen aan de VN-missie in Mali. Foto Alexander Schippers, ANP

Nederlandse militairen tijdens de VN-missie in Mali, met als belangrijkste taak inlichtingen verzamelen, spraken geen of gebrekkig Frans. Ze hadden een gebrek aan gekwalificeerde tolken in andere belangrijke talen van het land. Ook was hun kennis van de lokale politiek en cultuur heel beperkt.

Het zijn enkele van de vele complicaties die maakten dat de Nederlandse bijdrage aan de missie in Mali tussen 2014 en 2019 weinig effectief was. Dat blijkt uit een rapport van de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB), dat vrijdag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Volgens de IOB, een onafhankelijk onderdeel van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zijn de doelen van de Nederlandse inzet beperkt bereikt en zijn wel behaalde resultaten snel verdampt. Zo brachten Nederlandse helikopters geregeld mensenrechtenonderzoekers naar onherbergzame plekken. Maar dat is van korte duur als de veelgevraagde heli’s halverwege de missie al naar Nederland worden teruggehaald, omdat Defensie die elders nodig had.

De bijdrage aan Minusma (voluit: Multidimensionale Geïntegreerde Stabilisatie Missie in Mali) is de grootste militaire missie van Nederland in het afgelopen decennium. In de eerste jaren waren ruim vijfhonderd Nederlandse militairen in Mali, meer dan van welk ander westers land onder VN-vlag ook. Twee Nederlandse militairen kwamen in Mali om het leven door een ontplofte mortiergranaat – het leidde tot het vertrek van toenmalig minister van Defensie (Jeanine Hennis, VVD) en van de hoogste baas van de krijgsmacht (Tom Middendorp). Mali was de grootste VN-missie voor Nederland sinds Bosnië eind vorige eeuw.

Lees ook: OVV: Defensie schoot inderdaad ‘ernstig’ tekort bij mortierongeluk Mali

Mali werd tien jaar geleden geteisterd door opstanden. Er heerste onvrede over hoe de overheid de armoede aanpakte. In de noordelijke regio’s Timboektoe, Gao en Kidal klonk de roep om autonomie. Ook in de hoofdstad liepen de spanningen hoog op en in maart 2012 pleegde het Malinese leger een staatsgreep. Terroristische groeperingen in het noorden verdreven separatistische rebellen en voerden daar een jihadistisch bestuur in.

Op verzoek van de verdreven Malinese regering joegen Franse militairen de jihadisten het land uit. De VN nam vervolgens een resolutie aan voor de Minusma-missie, die Mali moest helpen het centraal gezag te herstellen en een vredesakkoord tussen de regering en de separatisten te handhaven.

Solidariteit

Het kabinet-Rutte II, dat bestond uit de PvdA en de VVD, zei in 2013 ‘ja’ tegen het VN-verzoek om hoogwaardige militaire middelen aan de Mali-missie te leveren. De PvdA wilde zich solidair tonen met de burgers in conflictgebieden in Afrika, de VVD ging akkoord onder voorwaarde dat militairen zich ook zouden richten op terrorismebestrijding en het terugdringen van migratie uit Afrika. Het kabinet voegde het beschikbaar houden van grondstoffen en energiebronnen ook toe als doel.

Deze ambitieuze doelen waren alleen niet of nauwelijks te verwezenlijken door een land dat een beperkte bijdrage leverde aan een missie – in een complex gebied ter grootte van Frankrijk en Italië samen. Bovendien, signaleren de onderzoekers, „werd beschreven wat men belangrijk vond, maar niet wat men exact moest bereiken en hoe dat moest gebeuren.” Dat schiep bij de deelnemers ook „verwarring” over het waarom van de missie.

Nederlandse uitzending in Mali werd volgens IOB snel „een missie in de missie”

Zo werd al vroeg de kiem gelegd voor het ontstaan van wat de IOB „een missie in de missie” noemt: Nederland opereerde wel bínnen maar lang niet altijd mét de VN-missie. Toen door getreuzel binnen de VN het basiskamp in Gao maar niet werd gebouwd, stampten Nederlandse militairen Camp Castor uit de grond. Dit kamp werd de basis van landen als Duitsland en Zweden, terwijl landen als Togo en Bangladesh later in het nabijgelegen VN Super Camp belandden. Dat verdiepte de kloof tussen westerse en niet-westerse VN-deelnemers.

Inlichtingen

De missie-binnen-de-missie werd misschien wel het meest zichtbaar bij de inlichtingen, het Nederlandse pronkstuk. Nederland had zich bij de NAVO-missie in Afghanistan bekwaamd in het vergaren van diepgravende informatie over de omgeving, de samenleving en vijandige groepen. In Mali ontwikkelde Nederland dit verder, met het idee de VN te onderrichten in deze vaardigheid.

Lees hier over de zeven dingen die de Nederlandse missie in Mali heeft opgeleverd

Beleidsmakers en ngo’s in de Malinese hoofdstad Bamako en de stad Gaowaren blij met de Nederlandse rapporten, waarin langetermijntrends werden geschetst. De militaire commandant in het hoofdkwartier daar had echter meer behoefte aan concrete inlichtingen over bijvoorbeeld bermbommen, die steeds meer militaren doodden. In de loop van de missie begonnen de Nederlanders wel een samenwerking met de VN-eenheid die deze zogeheten tactische informatie moest leveren, maar die kwam nooit echt van de grond.

Andersom bleven bruikbare inlichtingen van de Nederlanders vaak op het hoofdkwartier hangen, door de bureaucratie en traagheid van de VN. Hierdoor konden de eenheden in het veld niet altijd snel reageren op veranderingen. Voor goede samenwerking waren zij afhankelijk van persoonlijke contacten.

Een betere kennis over hoe de VN werkt, zo zegt de IOB, had de Nederlanders kunnen helpen. Een betere beheersing van het Franse taal ook, omdat binnen Minusma Frans de voertaal was. Het Nederlandse steenkolen Frans stond samenwerking met andere VN-bataljons in de weg,

Onbruikbaar materieel

De hele missie kampten de militairen ook met te weinig of onbruikbaar materieel. De special forces wisten een groot gebied bij Kidal snel onder controle te krijgen, maar moesten hun acties daar beperken toen hun helikopters vaker elders werden ingezet. Drones waren er wel, maar konden de eerste zes maanden niet worden gebruikt om inlichtingen te verzamelen. Aan onderdelen was voortdurend gebrek. Hoewel de IOB het nergens zo opschrijft, lijken de jarenlange bezuinigingen op defensie hun tol te hebben geëist in Mali.

Ondanks alle beperkingen deden de Nederlanders wat ze konden, zo valt uit het rapport op te maken. Ze patrouilleerden te voet en probeerden ondanks de taalbarrière contact te leggen met de bevolking. De Nederlanders hadden daardoor een relatief goede reputatie, zo blijkt uit het rapport op basis van interviews ter plekke. Mimusma als geheel was weinig populair.

De vraag of de Malinese bevolking echt iets aan de Nederlandse aanwezigheid heeft gehad, beantwoordt de IOB niet. Het rapport maakt wel duidelijk dat Nederlandse successen tijdelijk, klein en plaatselijk waren. Het stabiliseren van bevolkingscentra en de bescherming van burgers in heel Mali is bijvoorbeeld nauwelijks gelukt. Dat lag vooral aan de snelle verslechtering in het land, waar het Malinese regeringsleger en gewapende groeperingen mensenrechten begonnen te schenden. En aan de VN die traag reageerde toen bijvoorbeeld het geweld oplaaide.

Beter voorbereiden

Toch had Nederland het beter kunnen aanpakken, staat in de aanbevelingen van de IOB. Vooraf was er veel optimisme over de toekomst van Mali en wat Nederland daaraan kon bijdragen met zijn unieke expertise; maar kenners hadden ook toen al kunnen vertellen hoe complex de situatie was.

De politiek moet vooraf helder en eenduidig formuleren waarom Nederland meedoet aan een missie. De krijgsmacht moet beter in kaart brengen aan wat voor soort inlichtingen behoefte is. En veel meer militairen moeten een diepgaande cursus over het land van bestemming krijgen.

Lees ook: ‘Wat onze missie in Mali bereikt, is nihil’
In de oorspronkelijke tekst ontbraken de namen van de vier Nederlandse gesneuvelde militairen. Die zijn toegevoegd in een apart kader.