Opinie

Mannen zijn kwetsbaar: op ieder moment kunnen we hun mannelijkheid afpakken

‘Uiteindelijk is het de bedoeling dat je niet langer de main character van je leven bent, maar een vlek op de achtergrond, een geruststellende schaduw in de periferie van je kind”, zei een succesvolle man laatst tegen me. Een aantal jaar geleden dacht hij er waarschijnlijk nog anders over, maar nu, in zijn veertigerjaren, had hij vastgesteld dat grenzeloze ambitie, wanneer je kinderen hebt, toch niet zo zaligmakend is.

Ik realiseerde me dat ik nog nooit een vader zoiets had horen zeggen. Natuurlijk zijn er vele toegewijde mannen met kinderen, die braaf een maand thuisblijven als hun baby geboren wordt, ’s nachts een kopje thee halen als hun vrouw borstvoeding geeft en hun Instagram vol zetten met filmpjes waarop ze dansend en zingend met hun peuters hun papadag doorbrengen.

Maar tegelijkertijd worstelen zij op een heel andere manier dan vrouwen met de combinatie werken en zorgen. Het werk moet doorgaan, altijd. Sterker nog: bij mannen wordt de drang om succesvol te zijn vaak nog groter na het krijgen van kinderen. Er worden promoties nagejaagd, weekenden door typewerk opgeslurpt en op feestjes praten ze zeer zelfbewust over waar ze nu staan en waar ze heen gaan, met een flinke lading lucht in de borstkas en nadenkend gefronste wenkbrauwen, waarmee ze het belang van hun carrièrepad nog maar eens willen benadrukken. Avondenlang heb ik naar doodsaaie verhalen van mannen moeten luisteren waarin ze zichzelf als worstelende held opvoerden, me ondertussen afvragend wanneer hun hunkering naar bevestiging nou toch eens gestild zou zijn en me jaloers verwonderend over hun vanzelfsprekende neiging zichzelf zo belangrijk te maken.

En toch zijn die werkhaantjes ook tragisch. Ze zijn het resultaat van dezelfde giftige cultuur die vrouwen ceo huishouding maakt.

Het feit dat mannelijkheid, veel meer dan vrouwelijkheid, een wankel construct is, nemen we te weinig in ogenschouw

Mannen nemen veel vaker de verantwoordelijkheid op zich vrouw en kinderen te onderhouden. Ze vinden regelmatig zelfs dat hun gezin ook zonder het salaris van de moeder in principe moet kunnen overleven. Dus werken ze zich kapot, met stress, verslavingen en algehele nukkigheid tot gevolg. Een uitweg is er niet. Als ze besluiten minder te gaan werken, of misschien zelfs thuisblijfvader te worden, kunnen ze rekenen op nauwelijks verholen minachting. Als ze minder succesvol zijn dan hun vrouwen ook. Een man is, zelfs in de ogen van het meest progressieve deel van onze samenleving, toch eigenlijk geen man als hij niet ijverig die maatschappelijke ladder blijft beklimmen. En dat levert geen leuke mensen op, maar miniatuurtirannen.

Het feit dat mannelijkheid, veel meer dan vrouwelijkheid, een wankel construct is, nemen we te weinig in ogenschouw. Mannen zijn kwetsbaar: we kunnen hun mannelijkheid op ieder moment van ze afpakken en ze daarmee tot verschoppeling degraderen. En de gemankeerde ontsnappingspogingen die sommige mannen ondernemen, door het samenkomen in mannenkringen waar gehuild mag worden, maken we óók genoegzaam belachelijk.

De succesvolle man die ik sprak wilde verdwijnen in het ‘ons’: de kleine gemeenschap van zijn gezin. Niet langer een eenzame held, maar iemand die zich vormt naar de groep. Misschien had hij meer dan genoeg successen geboekt en kon hij daarom, als in een omgekeerde midlifecrisis, zichzelf vergeten.

Ik zou dit al die jonge vaders en hun nooit aflatende angst op een dag niet meer maatschappelijk relevant te zijn, ook zo gunnen. Werk, maar zink ook weg in de groep. Handel naar de werkelijke behoeften van je kind en partner. Maak ruimte.