Analyse

Het zoveelste inflatierecord – of moet er anders gemeten worden?

Inflatie Twee keer per maand wordt er melding gemaakt van de nog altijd stijgende inflatie. Het CBS vraagt zich af of de berichtgeving anders moet.

Markt op het Afrikaanderplein in Rotterdam. De inflatie bedroeg in september ruim 17 procent.
Markt op het Afrikaanderplein in Rotterdam. De inflatie bedroeg in september ruim 17 procent. Foto RAMON VAN FLYMEN/ANP

Het is weer het einde van de maand, en dus tijd voor een nieuw inflatierecord: ook in september was de inflatie hoger dan ooit, met 17,1 procent ten opzichte van een jaar geleden, bericht het CBS. In augustus was dat nog 13,6 procent. Dat cijfer is vastgesteld op basis van de Europees geharmoniseerde methode (HICP), volgende week volgt het inflatiecijfer van het CBS op basis van de Nederlandse meetmethode (CPI), waarin onder meer ook woonkosten worden meegenomen. Ongetwijfeld zal de boodschap, afgezien van een iets ander cijfer, hetzelfde zijn.

En dan stijgt de inflatie in Nederland ook nog eens harder dan gemiddeld in de eurozone (10 procent, volgens Europees statistiekbedrijf Eurostat). Dat heeft onder meer te maken met de vrije gasmarkt in Nederland, legde Frank Notten, econoom bij het CBS, eerder al uit aan NRC. In veel andere landen wordt de gasmarkt gereguleerd, in Nederland niet. Al grijpt het kabinet met het prijsplafond vanaf januari volgend jaar ook hier in op de ontspoorde markt.

Daarnaast is Nederland ook nog eens een grootverbruiker van gas vergeleken met andere landen, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. „De verwarming van huizen en andere gebouwen gaat hier hoofdzakelijk met gas, terwijl andere landen stookolie of kernenergie gebruiken.”

Lees ook: De Grote Bespaargids: zo ben je niet meer geld kwijt dan nodig

Energie als poppenspeler

Nog steeds speelt energie dus een hoofdrol – „al houdt het geen monoloog”, volgens Van Mulligen. „Ook exclusief energie loopt de inflatie inmiddels hard op. In Nederland ging dat van 6,4 procent in augustus naar 7,4 procent in september: een volle procentpunt erbij.”

Wel is energie óók voor andere producten de voornaamste reden van prijsstijgingen: ook bedrijven hebben hogere energiekosten, en ze berekenen die (in ieder geval deels) door aan de consument. Zo houdt de energiemarkt misschien geen monoloog, maar is het wel de poppenspeler die bepaalt wat de rest zegt. Waarbij de poppen een eigen leven kunnen gaan leiden: „Ook als de energieprijzen nu stabiliseren, kunnen de huidige stijgingen na-ijlen, waardoor andere goederen in prijs blijven stijgen.”

Het klinkt als het zoveelste doembericht. En het klopt: de wereld wordt iedere maand weer een beetje duurder. Maar de cijfers lijken misschien schrikbarender dan ze zijn. Hoewel het cijfer dat het CBS vrijdag publiceerde gaat om het Europese geharmoniseerde cijfer, dat vergelijken tussen de eurolanden makkelijker maakt, zijn er wel nog kleine verschillen tussen landen in de meetmethode. Zo neemt Nederland in de berekening alleen nieuwe energiecontracten mee, die twee keer zo duur zijn als vorig jaar. Niet alle landen doen dat. Veel mensen hebben nog een vast energiecontract, waardoor voor hen de impact relatief meevalt.

De vraag is of de nieuwsconsument die nuance oppikt. Een vraag die het CBS ook aan zichzelf stelt: het statistiekbureau overweegt een andere meetmethode te gaan gebruiken. In normale tijden werkt deze methode prima, zegt Van Mulligen, omdat er dan niet zo’n groot verschil is tussen oude en nieuwe contracten. Welke methode dan wel het best is, is nog niet besloten, maar „verschillende berekeningen worden overwogen”.

Het is niet de enige vraag waar het CBS intern over dubt. Inmiddels krijgen we twee keer per maand bericht van het CBS: wéér brak de inflatie van de afgelopen maand het record. Eerst het Europese cijfer, dan het Nederlandse. Is inflatie als term zelf onderhevig aan inflatie? Wat doet die herhaling met mensen?

Enerzijds „zijn de cijfers wat ze zijn”, zegt Van Mulligen, en is het het werk van de rekenmeesters om daarover te communiceren. Voorheen gebeurde dat alleen met het nationale inflatiecijfer (CPI), dat overheden bijvoorbeeld gebruiken voor indexering en bedrijven voor tarieven. „Maar een aantal jaar geleden begon Eurostat met het publiceren van de geharmoniseerde cijfers van eurolanden. Toen konden wij niet achterblijven. Daarom hebben we besloten dat tegelijkertijd zelf ook naar de buitenwereld toe te communiceren.”

Een tijd ging dat goed, maar toen begon de inflatie op te lopen, waardoor ook steeds meer aandacht uitging naar de cijfers. „En dan hoort iedereen twee keer in de maand: het is weer de hoogste inflatie ooit.” Het CBS ziet dus ook reden om na te denken over andere manieren van communicatie, zegt Van Mulligen. „We willen één moment kiezen, maar dan moeten we de processen anders inrichten. De vraag is of en wanneer dat haalbaar is.”

Invloed van getallen

Voorlopig blijft het CBS berichten over de twee cijfers, op de afzonderlijke momenten. Wat dat doet met de nieuwsconsument, verschilt per persoon, zegt Eva van den Broek, gedragseconoom verbonden aan de Universiteit Utrecht en werkzaam voor Behavioural Insights, een adviesbureau voor bedrijven en overheden. Enerzijds kan door de herhaling gewenning optreden waardoor mensen onverschillig worden, anderzijds kan het mensen telkens opnieuw op scherp zetten en zo stress veroorzaken. „En van stress gaan mensen domme dingen doen.”

Tegelijkertijd, zegt Van den Broek, gaat het om een getal – en getallen hebben relatief weinig invloed op het gedrag van mensen. „Het is abstract, en geeft geen antwoord op een vraag uit het leven zoals ‘moet ik die fiets kopen of niet?’” Dat kan ook een verklaring zijn voor het feit dat het consumentenvertrouwen wel telkens een dieptepunt bereikt, maar dat datnog niet terug te zien is in het consumptiegedrag van mensen.

Hoewel cijfers doorgaans dus minder invloed hebben op consumentengedrag, moet de impact van berichtgeving niet onderschat worden. „Het zijn eerder de ervaringsverhalen, die ook veel in de krant staan, die het gedrag van mensen beïnvloeden. De kapper die failliet gaat, het gezin dat de energierekening niet meer kan betalen. Dat wakkert onzekerheid aan.”

Het is dus niet alleen het repetitieve karakter van de inflatieberichten die mensen kan doen verstommen of panikeren, maar ook wat media daarmee doen. Van den Broek: „Moeten kranten die verhalen dan maar niet vertellen? Ik weet het niet. Sommige mensen kan het onverschillig of gestresst maken, maar mijn stiekeme hoop is dat het méér mensen aanzet tot energiebesparing. Meteen beter voor de wereld.”

Lees ook: Oudere generaties weten beter hoe je dubbeltjes omkeert – en praten er enthousiast over