Recensie

Recensie Theater

De clown in Freek de Jonge is nog springlevend

Freek de Jonge In zijn nieuwe voorstelling ‘De Schreef’ neemt Freek de Jonge grensoverschrijdend gedrag onder de loep. Op zijn 78ste neemt hij je nog moeiteloos mee in zijn fantasierijke spinsels en clowneske acts.

Freek de Jonge worstelt met een Nederlandse vlag, tijdens zijn nieuwe voorstelling De Schreef.
Freek de Jonge worstelt met een Nederlandse vlag, tijdens zijn nieuwe voorstelling De Schreef. Foto Claudia Otten

We gaan het vandaag hebben over grensoverschrijdend gedrag, zegt Freek de Jonge aan het begin van zijn nieuwe voorstelling De Schreef. Dat neemt hij in de eerste plaats letterlijk: Rusland, toeristen, migranten. Over de oorlog in Oekraïne zijn geen grappen te maken, stelt hij. Maar om zijn support te tonen trekt hij zijn broekspijpen op en toont een blauwe en een gele sok: „Weet u ook hoe een held op sokken eruit ziet.”

De clown in Freek de Jonge is nog springlevend. Bewonderenswaardig, want ik geef het je te doen, op je 78ste, honderd minuten volpraten, in volle vaart. Als hij spreekt, schiet hij zichzelf geregeld voorbij, zinnen niet afmakend, de stem verkleurend. Maar de teugels van zijn vertelling heeft hij strak in handen. Zelfs op een ingelaste première in Diemen (volgens website en ticket een try-out), vroeg in zijn tournee: alleen om het luie, Amsterdamse recensentenvolk ter wille te zijn. Ook Freek maakt zich zorgen of het theaterpubliek na corona de zalen wel terug kan vinden en dan helpt een stukje in de krant misschien.

Clownesk is hoe hij worstelt met een Nederlandse vlag om het werk van Johan Remkes, bemiddelaar tussen kabinet en boze boeren, uit te beelden. Clownesk is de beste scène: van een plat pratende boer, waarin alleen de woorden ‘asbest’ en ‘hooibalen’ te ontcijferen zijn. Die komt na zijn hardste grap, ook over de boeren. Voorwendend niet op de afkorting van de radicale Farmers Defence Force te komen, maakt hij het af op: „Nou ja, de SA.”

Overmars

De grensoverschrijding, letterlijk en figuurlijk, biedt Freek de ruimte om vrijelijk door de tijd te springen, de boel losjes aan elkaar hechtend bij zijn anekdotes, sprookjes en verhalen. Van een stuntelende Rutte gaat het via het misbruik door Lil’ Kleine en Marc Overmars tot aan het klimaat en de gelegaliseerde bende die de Vriendenloterij is in zijn ogen: er zijn meer dan genoeg types die over de schreef gaan.

In zijn springerige fantasie koppelt hij een ergernis over de toegenomen hondenpopulatie tijdens de lockdowns aan een meelevend beeld van de deerlijke toestand waarin de honden nu verkeren: in het noorden van het land schijnen honden al buiten te moeten slapen. Niet elke metafoor is waterdicht, maar het is prettig zo in zijn satirische verzinsels te worden meegenomen.

Freek de Jonge, tijdens zijn nieuwe voorstelling De Schreef.

Foto Claudia Otten

Zijn stelling bij grensoverschrijding is dat de mens altijd tot het uiterste geneigd is, ook al betekent het zijn eigen vernietiging: de atoombom is een perfect symbool. Bij de schepping van de aarde en de eerste mensen stelt hij al vragen en die lijn trekt hij door tot aan het Songfestival, waar het helemaal mis is: „Je moet in oorlog zijn om dat tegenwoordig te winnen.”

Maar zowaar: cultuur kan ons redden: „Cultuur is het antwoord van de mens op de zondeval.” Maar de media werken niet mee, volgens Freek. Elke dag journaals en kranten vol berichten, maar wanneer heb je nou echt nieuws, is zijn retorische vraag. Doe een krant vol cultuur en één pagina berichten: „Fuck het nieuws!” Wat grappig onlogisch is in een voorstelling die gevoed wordt door nieuwsfeiten.

Bernard Haitink

Ter illustratie vertelt Freek hoe het journaal de dood van Bernard Haitink afdeed. Waarna hij het goede voorbeeld geeft met een doorleefde, gloedvolle ode aan de dirigent. Maar ook zichzelf de maat neemt en bekent dat hij, op de avond dat hij hoorde dat zijn vroegere kompaan Bram Vermeulen plots was overleden, niet had moeten doorspelen, maar hem had moeten herdenken.

In de vloed aan materiaal zakt de spanning soms wat in, zoals bij te lang uitgesponnen anekdotes over zijn kinderjaren. En soms forceert hij zich, zoals bij een ongrappige poging te betogen dat Journaal-presentator Annechien Steenhuizen zich te uitdagend zou kleden.

Maar je verlaat de zaal met louter respect voor zijn tomeloze energie en creatieve geest. Misschien doelde Freek ook op zichzelf en zijn carrière toen hij een clouloze act afsloot met de woorden: „Er is hoop zolang het verhaal niet af is.” Freek is nog niet klaar met cabaret en zijn publiek hopelijk niet met hem.