De Nieuwe Waterweg.

Foto Eric Brinkhorst

Interview

Wat kan en moet Nederland doen bij stijgende zeespiegel? ‘We kunnen zo niet doorgaan. Bouw liever in hogere gebieden’

Marjolijn Haasnoot Lang dacht Deltares-onderzoeker Marjolijn Haasnoot dat Nederland tijd genoeg had voor adaptatie aan de zeespiegelstijging. „Maar ik ben van mening veranderd.”

Nee, de zeespiegel is nog niet een of twee meter gestegen en het zal nog decennia duren voordat de gevolgen zich aandienen. Maar, zegt Marjolijn Haasnoot, als de politiek niet nu al bedenkt hoe Nederland er over vijftig of honderd jaar uit moet zien, worden de keuzes vanzelf kleiner. Haasnoot: „We hebben het over de langetermijnadaptatieopgave. Die is zo groot dat je daar nu over na moet denken. Sommige investeringen die wij nu doen, bepalen of die opgave nog groter wordt. En ze verkleinen de mogelijkheden je aan de zeespiegelstijging aan te passen. Dat is een lock-in. Je zwemt in een fuik, het is lastig daar uit te komen.”

Marjolijn Haasnoot.

Foto Raymond Rutting

Haasnoot is onderzoeker bij kennisinstituut Deltares en een van de hoofdauteurs van een vrijdag verschenen studie naar welke maatregelen Nederland nu kan nemen voor de zeespiegelstijging, die hoe dan ook zal gebeuren. De belangrijkste boodschap is, zoals het cliché wil, dat de toekomst nu is begonnen. Haasnoot: „We hebben lang gedacht dat we nog tijd genoeg hebben en Nederland alle opties open kan houden. Maar er worden tegenwoordig al zo veel beslissingen over investeringen genomen, dat ik van mening ben veranderd. Als een deel van de overheid nu allerlei keuzes maakt zonder hiermee rekening te houden, kunnen waterbeheerders straks niet meer kiezen. Daar stevenen we nu op af.”

Van welke maatregelen kunnen we later spijt krijgen?

„In het veenweidegebied zoals bij Gouda wordt het waterpeil aangepast om woonwijken te kunnen bouwen. Ook in Utrecht en Leiden worden wijken gebouwd. Arnhem wil bouwen in de uiterwaarden. Wordt daarbij rekening gehouden met aanpassing aan de zeespiegelstijging? Ook bij investeringen voor de energietransitie, zoals de mogelijke bouw van waterstoffabrieken in de Rotterdamse haven, moet gekeken worden naar de gevolgen voor waterbeheer.”

Bepleit u een soort ‘zeespiegelstijgingtoets’ voor investeringen?

„Een mooi idee. Je zou het dan ruimer moeten nemen en steeds vragen: draagt deze investering bij aan een duurzame inrichting van Nederland, gegeven zeespiegelstijging, maar ook droogte en extreme neerslag? De Nederlandse watermachine gaat haperen. We kunnen niet zo doorgaan, dan loopt het spaak. We lopen tegen de grenzen aan. En iedereen roept dat, maar de praktijk is complex.”

Moet het Rijk die keuzes voor grote investeringen voortaan maken?

„De regio Utrecht zit met een probleem dat men wil oplossen. Maar misschien moet je het probleem inderdaad ergens anders oplossen. En zeggen: we bouwen deze wijken elders in Nederland. Ik ben mijn werk ooit begonnen bij RIZA, destijds een kennisinstituut van Rijkswaterstaat. Dat was overgeplaatst van Den Haag naar Lelystad en dat was niet voor niets; men wilde daar werkgelegenheid.

Lees ookStel dat de zee opeens twee meter stijgt

„Iets dergelijks kun je nu doen. Als je weet dat die meter zeespiegelstijging en meer eraan zit te komen, kun je vermijden dat je in een lock-in belandt, en niet bouwen op risicovolle plekken. Bouw dan liever in hogere gebieden, in het oosten.”

De onderzoekers van Deltares omschrijven hun werk als een soort puzzel of beter gezegd: het maken van stukjes waarmee anderen een puzzel kunnen maken. Er zijn grofweg vier manieren om de zeespiegelstijging het hoofd te bieden, waarbij je moet bedenken dat het dus steeds lastiger wordt bij een hogere zeespiegel het water uit de rivieren naar zee af te voeren.

De eerste manier is meebewegen: het verplaatsen van activiteiten, het natter maken van de veenweidegebieden in het westen, veel ruimte voor natuur en desnoods drijvende steden en grote terpen.

Ten tweede zeewaarts: een nieuwe kustlijn op een aantal kilometers uit de kust, met eilanden en een randmeer met ruimte voor woningbouw en het bergen van rivierwater. Of een extreme aanpassing zoals een dam tussen Noorwegen, Engeland en Frankrijk.

Ten derde beschermen-gesloten: het afsluiten van de Nieuwe Waterweg bij Rotterdam en het afvoeren van rivierwater naar zee met een gigantisch pompsysteem, eventueel in combinatie met het afvoeren van meer rivierwater naar zee via Zeeland of meer water door de IJssel naar het IJsselmeer.

Ten vierde beschermen-open: het vaker tijdelijk afsluiten van de Nieuwe Waterweg in combinatie met veel hogere dijken langs de rivieren en aangepast bouwen. Ook hierbij zal vermoedelijk veel meer water via Zeeland worden afgevoerd. Haasnoot: „Dat water moeten we ergens laten. Daar moet dan ruimte voor komen. Daar kun je dus niet bouwen. Als je daar wel bouwt, zoals veel Zeeuwse gemeenten willen, kun je als waterbeheerder de keuze voor deze richting al niet meer maken.”

Dus Zeeland moet nu bouwen verbieden omdat we over vijftig jaar die ruimte misschien nodig hebben?

„Als je dat niet doet of zonder aanpassingen bouwt, laat je mensen een huis kopen dat ze moeten verlaten. Als je daar nu niet over nadenkt, zullen die investeringen straks voor niets zijn geweest. Banken en verzekeraars beseffen inmiddels ook dat dit ze gaat raken, en zullen tegen de volgende generatie zeggen: u krijgt geen hypotheek of verzekering meer.”

Lees ookHet water komt ook via de achterdeur binnen

Welke keuze uit de vier richtingen ligt het meest voor de hand?

„Er is bij ingenieurs veel belangstelling voor de zeewaartse richting, en voor de varianten beschermen. De vraag is dan wel wat je met het rivierwater doet. Wat wij zelf schokkend vonden, zijn onze berekeningen die uitwijzen dat, als je bij een zeespiegelstijging van twee meter de kust afsluit, en je bijvoorbeeld al twee keer zoveel water door de IJssel laat stromen als nu, de waterstanden in het achterliggende rivierengebied nog altijd hoger worden. Dat betekent dat we in ieder geval moeten pompen, pompen en nog eens pompen. Pompen met een capaciteit van minimaal tienduizend kubieke meter per seconde, die zes tot tien kilometer ruimte aan de westkust beslaan. Dat is niet onmogelijk. Onze collega’s van de TU Delft weten daar wel raad mee. Maar het kost wel veel energie.”

Is het dan niet eenvoudiger om ‘mee te bewegen’ met de zeespiegel?

„Die richting past in de strategie dat we moeten leven met water, zoals we vroeger met terpen hebben gedaan, en onlangs met het project Ruimte voor de Rivier. Daar komt bij dat meebewegen ook goed is voor andere doelen, zoals herstel van biodiversiteit en tegengaan van klimaatverandering, zoals vernatten van veenweidegebieden. Anderzijds zal het lastig zijn om ergens niet te kunnen bouwen. Maar je hoeft niet nu al te kiezen voor volledig meebewegen, want ook in de andere richtingen kun je delen van deze variant opnemen.”

Maar welke richting Nederland ook kiest, in alle gevallen is het de mens die de ruimte ordent.

„Ik stond laatst op de Oosterscheldekering. Daar staat op een monument: Hier gaan over het tij de maan de wind en wij. Dat erkent dat wij iets hebben overwonnen, maar ook dat wij meebewegen. Dat is mooi. De uiteindelijke strategie zal waarschijnlijk een mix zijn.”