Reportage

Russen kopen massaal Japanse auto's in Vladivostok. Dat het stuur aan de 'verkeerde' kant zit nemen ze voor lief

Groene Hoek Russische autofabrieken draaien nauwelijks meer, en de invoer van auto’s uit het Westen ligt stil. Russen trekken massaal naar het verre oosten van hun land om een Japanse auto te bemachtigen.

Een schip brengt Japanse auto's naar Vladivostok.
Een schip brengt Japanse auto's naar Vladivostok. Foto Yuri Kochetkov/EPA

De Groene Hoek, de grootste automarkt van Rusland, strekt zich uit over de glooiende heuvels van Vladivostok aan de Japanse Zee, 9.000 kilometer ten oosten van Moskou. Het stof dat opwaait in de warme zomerwind lijkt geen vat te hebben op de eindeloze rijen Toyota’s, Honda’s, Suzuki’s en Subaru’s. Blinkend gepoetst staan de Japanners in het gelid, op iedere voorruit zijn met dikke stift prijs en kilometrage vermeld. De heuvels die zich achter de parkeerplaatsen uitstrekken, herbergen een netwerk van gangen en forten dat in vroeger tijden de Russische oostflank moest beschermen tegen aanvallen van vijandige mogendheden.

In een vaal rood poloshirt leunt handelaar Pavel tegen de spijlen van het hek dat zijn terrein scheidt van de asfaltweg. Met zijn strooien hoed, gebruinde gezicht en zwarte ringbaardje lijkt hij zo weggelopen van een Mexicaanse filmset. De veertiger staat al een half leven op de Groene Hoek en heeft er duizenden auto’s van eigenaar zien wisselen. Maar zo hard als de handel nu gaat, dat heeft hij nog nooit meegemaakt. „De vraag is enorm, we kunnen het nauwelijks bijbenen. De klanten komen uit heel Rusland om hier een Japanse auto uit te zoeken.” Dat het stuur rechts zit, waar Rusland net als Europa links is gewend, is volgens Pavel geen punt. „Je went er snel aan en eigenlijk is het veiliger.”

Deze doordeweekse dag is het rustig op de immense parkeerplaats van de Groene Hoek. Handelaren zitten in de zon op klapstoeltjes of lopen met de spaarzame klanten langs de rijen Japanse personenwagens. Daaronder veel opvallend hoge, ietwat mal ogende personenbusjes en de compacte stadsautootjes die in Japan bekend staan als kei-car. Inwoners en toeristen doen boodschappen bij de vele Japanse en Koreaanse winkeltjes en stalletjes, die volgepakt staan met Japanse koffie, wasmiddelen, cosmetica en kinderspeelgoed. Een ouder echtpaar uit de Oost-Siberische deelrepubliek Jakoetsk loopt langs. Ze duiken weg voor de journalist. „Natuurlijk zijn wij hier voor een auto. Maar u gaat ons vast en zeker iets over Oekraïne vragen, en daar hebben wij niets over te zeggen”, zegt de vrouw, terwijl ze haar man meetrekt.

Lada-fabriek

Een piepjong stelletje draait belangstellend rondjes rond een grote, spierwitte Toyota Noah Hybrid met 57.000 kilometer op de teller. De twee willen hun naam niet noemen, maar wel hun woonplaats: de stad Samara in de Oeral, bekend als de thuishaven van de beroemde AvtoVaz Lada-fabriek. Tot 24 februari vormden Samara en het naastgelegen Toljatti het kloppend hart van de Russische auto-industrie. Maar sinds het Westen harde sancties instelde en AvtoVaz’ Europese partner Renault net als duizenden andere bedrijven uit Rusland vertrok, gaat het slecht met de zaken. „De autofabriek bij ons loopt op haar laatste benen, het is een treurige zaak. Dus kwamen we hierheen om een Japanse auto te kopen”, zegt de jongen, terwijl hij het portier van de Toyota opentrekt en het interieur bewondert.

Lees ook deze reportage over de autofabriek in Toljatti ‘Kan Lada verder zonder het Westen?’

Ook Japan sloot zich aan bij de westerse strafmaatregelen tegen Rusland. Het voerde sancties in tegen Russische functionarissen en bedrijven en legde de export van luxegoederen naar Rusland aan banden. Maar die beperkingen gelden niet voor de autohandel, en bij gebrek aan Russische en Europese auto’s en auto-onderdelen stortten Russen zich als één man op de Japanse markt. De export van nieuwe en gebruikte auto’s, die per vrachtschip vanuit Japanse havens via Korea naar Vladivostok worden gebracht, is in de afgelopen maanden verdrievoudigd. De vraag naar auto’s is zo groot dat de haven van Vladivostok al maanden verstopt zit. „De haven barst uit zijn voegen. Auto’s nemen nu eenmaal veel plaats in”, zegt handelaar Pavel vanonder zijn zonnehoed. Ook rond de drukke haven in het stadscentrum staan de parkeerplaatsen vol auto’s.

Zeemanskerkhof

Andrej Goesjev pakt het bescheidener, maar lucratiever aan. Na een dag in de haven waar zijn auto’s worden uitgeladen, strijkt hij neer bij een pot kruidenthee in een café aan de Patrokl-baai in het zuidelijke puntje van de stad. Buiten zet de ondergaande zon de baai en de groene eilanden in lichterlaaie. Rond de eilanden wachten containerschepen uit alle delen van de wereld op een plekje in de haven. Niet ver van het café ligt op een heuvel het zeemanskerkhof van de stad. Daar liggen sinds kort de verse graven van de soldaten die de afgelopen maanden in Oekraïne zijn omgekomen.

Maandelijks importeert de 39-jarige autohandelaar zo’n twintig gebruikte Japanners in het duurdere segment. Tot 50.000 dollar, daarna geldt het Japanse exportverbod op luxegoederen. Een beetje idioot is dat wel, vindt Goesjev. „Dat je sancties instelt op olietankers, dat snap ik. Maar op tweedehands auto’s? Uit de VS kunnen we niet eens meer lederen zadels krijgen voor onze motoren. Vertel me, denken ze nu echt dat zo’n maatregel de oorlog zal stoppen? En wie echt een dure wagen wil, die komt er heus wel aan. Dan laat je ’m gewoon eerst importeren naar Zuid-Korea en vandaar naar Rusland.” Zuid-Korea beloofde zich weliswaar te houden aan de westerse sancties, maar voerde geen eigen sancties in.

Zijn clientèle zit in heel Rusland, maar weet hem via Instagram makkelijk te vinden. Ze plaatsen een bestelling, Goesjev zoekt in Japan naar de auto van hun keuze. „Japan is een klein land, maar heeft bijna net zoveel inwoners als Rusland en een gigantische markt van goed onderhouden auto’s.”

Zag hij in maart een scherpe daling in het aantal bestellingen, nu staat zijn mobieltje al maanden roodgloeiend. „Toen de dollar begon te zakken, van 120 naar uiteindelijk 50 roebel, ontplofte mijn telefoon zowat. In de middag is het piekuur, als ze in Moskou wakker worden.”

Nu gaat hij al maanden niet meer voor twee uur ’s nachts naar bed, om ’s ochtends weer gewekt te worden door de eerste telefoontjes. De militaire mobilisatie, die Poetin onlangs plotseling afkondigde, heeft op een paar annuleringen na nog geen grote impact op de handel, appt hij desgevraagd drie weken na het gesprek.

Buitenlands agent

De handel brengt flink wat geld in het laatje, maar miljonair is Goesjev nog niet. De transportkosten zijn flink gestegen, en het is dringen om een plaatsje op een van de vrachtschepen te bemachtigen. „De Japanse havens staan ook helemaal vol auto’s. De levertijd bedraagt nu ongeveer twee tot drie maanden.”

Zelf steunt Goesjev de ‘militaire operatie’ in Oekraïne niet, noch het regime dat zijn land in steeds grotere politieke en economische chaos dompelt. Hij is actief bij de lokale tak van de Russische ngo Golos, een organisatie die toeziet op verkiezingsfraude, en werd vorig jaar aangemerkt als buitenlands agent vanwege een betaling van omgerekend 20 euro die hij ontving uit China. Hij weet niet van wie de betaling kwam, maar de autoriteiten zagen er een kans in hem het leven zuur te maken. Hoewel hij nu officieel al zijn betalingsverkeer moet verantwoorden bij een lokale vestiging van Justitie, maakt hij geen haast. „Als ik vrij heb, speel ik liever met mijn dochtertje.”

Dat Goesjev nu zoveel geld verdient aan de gevolgen van de sancties wegens het geweld in Oekraïne, geeft hem een dubbel gevoel. „Natuurlijk is het cynisch dat we zo onverwacht profiteren van deze ellende. Mensen zeggen ook: waarom ben je tegen Poetin? Jij hebt het nu toch goed? Ik leg ze uit dat Poetin al jaren geleden onze hele economie in handen heeft gelegd van een paar grote staatsondernemingen, die alle concurrentie smoren en nu als eerste lijden onder de sancties. Dat staatsmonopolie staat onder grote druk, en daar profiteren wij van. Wat Rusland aanricht in Oekraïne, is niet te rechtvaardigen. Wie de oorlog ook wint, het zijn sowieso de Russische belastingbetalers die voor de wederopbouw moeten betalen.”