Simone de Beauvoir (1908-1986) in Parijs, 1957.

Foto ANP / Roger Viollet Agence Photographique

Hoe je authentiek kunt leven met hulp van Simone de Beauvoir

Interview Wat kunnen we nu nog leren van Simone de Beauvoir? Volgens filosoof Skye Cleary biedt de Franse feministe inzichten voor een authentiek leven.

Scruffy, zo werd de Australisch-Amerikaanse filosoof Skye Cleary (47) op haar middelbare school in Sydney genoemd. Haar haren zaten vaak in de war en ze zag er niet bepaald meisjesachtig uit. Ook kreeg ze opmerkingen dat ze haar oksel- en beenhaar moest scheren, een ontluisterende ervaring, vertelt ze via FaceTime vanuit haar woonplaats New York. „Ik voelde destijds heel sterk: dit is mijn lichaam, wat heeft een ander daarover te zeggen? Mij werd verteld dat ik me ervoor moet schamen, dat ik niet voldeed aan het klassieke ideaal van een vrouw.”

Cleary begon dus haar lichaamshaar te scheren en haar haren te fatsoeneren, simpelweg omdat ze, zoals ze zelf zegt, „geen theorie of raamwerk had waarop ze haar verzet kon baseren.” Maar toen ze op latere leeftijd filosofie ging studeren – ze werkte als twintiger in de internationale arbitragehandel – en in aanraking kwam met het denken van Simone de Beauvoir (1908-1986), veranderde haar opvattingen. „De Beauvoir gaf me de filosofische basis en de taal om dit soort kwesties, waar ik mee worstelde, te kunnen duiden. Dus ja, soms laat ik nu mijn okselhaar staan, soms niet…” Cleary trekt haar T-shirt opzij en kijkt even onder haar arm. „Op dit moment is het iets langer”, grinnikt ze.

De kwestie met het lichaamshaar slaat ook terug op een van de bekendste uitspraken van De Beauvoir: je komt niet ter wereld als vrouw, je wordt tot vrouw gemaakt. Daarmee bedoelde de Franse filosoof volgens Cleary, die onlangs het boek Wat zou Simone de Beauvoir doen? publiceerde, dat we als mens worden geboren met bepaalde geslachtsorganen, maar dat iemand ‘vrouw wordt’ door de maatschappelijke en sociale druk die wordt opgelegd. „Tot die druk behoort de manier waarop je wordt opgevoed, de verwachtingen van mensen in de sociale omgeving of zelfs de geïnternaliseerde druk om je te conformeren aan bepaalde stereotypen. Dat je als vrouw ondergeschikt bent aan de man bijvoorbeeld, of dat je je okselhaar moet scheren.” Maar, zo wijst Cleary er meteen op, er zit ook een positieve kant aan deze stelling van De Beauvoir. „Een andere interpretatie van deze gedachte houdt namelijk in dat we niet tot vrouw worden gemaakt, maar dat we de potentie hebben om onszelf tot vrouw te maken. Dat is het bevrijdende aspect van haar existentialistische filosofie. We zijn dus ook in staat zijn om ons te verzetten tegen dit soort regels.”

In Wat zou Simone de Beauvoir doen? doet Cleary een poging om de filosofie van De Beauvoir, en met name haar hoofdwerk Le deuxième sexe (De tweede sekse), een radicaal manifest uit 1949 waarmee De Beauvoir de onderdrukking van de vrouw aan de kaak stelde, op een toegankelijke manier uit te leggen. Ze schrijft over het leven van De Beauvoir, haar levenslange relatie met de filosoof Jean-Paul Sartre, verklaart belangrijke begrippen uit de existentialistische filosofie, zoals ‘authenticiteit’ en ‘intersubjectiviteit’ en maakt met deze filosofie de vertaalslag naar de huidige tijd.

De Engelse titel van uw boek is ‘How to Be Authentic’. Hoe moet ik die authenticiteit begrijpen?

„Een van de redenen om dit boek te schrijven is dat het begrip ‘authentiek’ tegenwoordig op een oppervlakkige manier wordt gebruikt. Denk aan uitdrukkingen als ‘wees trouw aan jezelf’ of ‘vind je innerlijke zelf’. Maar wat is dat dan? Volgens De Beauvoir kunnen we ons ‘ware zelf’ niet te vinden. Er bestaat alleen een ‘levend zelf’ dat we scheppen door onze keuzes. Het gaat erom te beseffen dat we vrij zijn en om inzicht te hebben in wat we wel en niet kunnen kiezen. Het zelf is niet een product van een keten van onpersoonlijke oorzaken en gevolgen, jezelf scheppen is eerder een kunst, een bewust kiezen van wie je wilt zijn.”

Dat klinkt als een solistische, navelstaarderige onderneming.

„Authenticiteit is voor De Beauvoir geen naar binnen gekeerde zoektocht. Ze verbindt er een ethische dimensie aan. We zijn altijd in de wereld met anderen, met wie we te maken hebben en rekening moeten houden. Die ethische dimensie van authenticiteit zoekt ze in het idee van ‘intersubjectiviteit’: de wederzijdse erkenning en eerbiediging van elkaars vrijheid.”

Wat houdt dat concreet in?

„Je kunt wel je eigen weg gaan, maar het impliceert niet dat je ook maar alles kunt doen. De Beauvoir schreef: ‘Je leven heeft waarde zolang je waarde toekent aan het leven van anderen, door middel van liefde, vriendschap, verontwaardiging en mededogen.’ Die verontwaardiging is interessant, daarmee bedoelde ze dat we onze blik moeten richten op de onrechtvaardigheid in de wereld. Je moet niet alleen jezelf bevrijden van onderdrukking of zelfopgelegde dwang maar ook opkomen voor het recht van anderen om in vrijheid te kunnen leven. Voor haar was vrijheid zonder die verantwoordelijkheid betekenisloos.”

Waar komt dat engagement vandaan?

„De Beauvoir leefde tijdens de bezetting door de nazi’s in Parijs. Jean-Paul Sartre, haar partner, bracht negen maanden door in krijgsgevangenschap. Veel van haar vrienden verdwenen. De verschrikkingen van het fascisme deden haar het belang inzien van solidariteit. Ze vond dat mensen niet alleen in de wereld staan en moeten opkomen voor elkaar. Dat zag ze ook als een plicht. Ze bevond zichzelf in een geprivilegieerde positie – ze had aan de Sorbonne gestudeerd en werkte als filosoof. Ze beschouwde het als een plicht haar stem te gebruiken om politieke en sociale kwesties aan te kaarten.”

Filosoof en auteur Skye Cleary Foto Chantal Heijnen

De Beauvoirs meest invloedrijke gedachte is dat je niet ter wereld komt als vrouw, maar tot vrouw wordt gemaakt. Was dat een revolutionaire, nieuwe visie op de vrouw?

„In de jaren veertig waren vrouwen nog altijd ondergeschikt aan de man. Toen De tweede sekse in 1949 uitkwam hadden vrouwen in Frankrijk nog maar net stemrecht gekregen. Ondertussen hadden vrouwen tijdens de oorlog wel allerlei taken op zich genomen die gewoonlijk door mannen werden verricht. Het was dus een geschikt moment om traditionele opvattingen over vrouwen aan te vechten. Dat deed De Beauvoir met een solide theorie waarin ze laat zien hoe vrouwen in vooraf gedefinieerde rollen terecht kunnen komen en zo ‘de tweede sekse’ worden. Ze legt uit dat vrouwen zich ook hebben laten overtuigen om die rol te spelen en zo medeplichtig zijn. Ze saboteren zichzelf.”

Zou je dat nu ook nog kunnen stellen?

„Ja. Veel mannen zullen er geen probleem mee hebben om op een baan te solliciteren waarbij ze slechts aan een aantal criteria voldoen. Vrouwen doen dat over het algemeen alleen wanneer ze aan alle criteria voldoen. Mannen vragen ook eerder om een promotie, ze zijn gewend hun nek uit te steken. Vrouwen doen dat minder, ook bevinden ze zich nog te weinig in leidinggevende posities.”

Hoe komt dat?

„In De tweede sekse doet De Beauvoir een poging om te begrijpen hoe externe krachten vrouwen onder druk zetten om zich te conformeren. Mannen willen dat vrouwen ‘de Ander’ zijn, niet alleen in economische zin, maar ook existentieel. Dat betekent dat vrouwen behandeld worden als een object in plaats van als een zelfstandig, vrij bewustzijn. Meisjes leren niet om authentiek te zijn maar krijgen te verstaan dat het hun rol is om anderen te behagen, terwijl jongens worden aangemoedigd de confrontatie met zichzelf en anderen aan te gaan. Dat is voor beide seksen beperkend. Jongens krijgen zo het idee dat ze hun kwetsbaarheid niet mogen tonen en meisjes ervaren een sterk conflict tussen hun wil tot zelfbevestiging en de verwachtingen die aan hen worden opgelegd. Het gevolg is dat veel vrouwen worden opgezadeld met ongefundeerde minderwaardigheidsgevoelens en mannen ongefundeerde superioriteitsgevoelens ontwikkelen waardoor iedereen uiteindelijk vastzit in een niet-authentiek bestaan.”

De Beauvoir stelt dat sekse een biologisch gegeven is, maar dat gender een sociale en culturele constructie is. Waar moeten we haar plaatsen in de huidige debatten tussen feministen over de positie van transgenders?

„Dat is een beladen kwestie. De Beauvoir heeft niet geschreven over transgenders en ze gebruikt in De tweede sekse het woord ‘gender’ niet expliciet. Maar haar filosofie wordt nu wel op verschillende manieren in discussies over gendertransitie aangehaald. Geboren worden in een bepaalde biologische constitutie betekende voor De Beauvoir niet dat we vervolgens vastzitten aan dat specifieke lichaam. Haar opvatting van de biologie schept dan ook ruimte voor gendervrijheid. Maar anderen zeggen dat De Beauvoir zich met name richtte op de onderdrukking van vrouwen en niet bezig was met genderidentiteit.

„Toch denk ik dat ze het trans-inclusieve feminisme zou steunen. In zowel haar autobiografie als in haar eerste roman toont ze zich erg begripvol over een genderfluïde persoon die naast haar woonde. Ze schrijft vol mededogen over deze persoon, die niet in de binaire geslachtscategorieën paste en daarom lange tijd in een Duits concentratiekamp zat.”

Schoot De Beauvoir ook tekort in haar filosofie?

„Het was goed geweest als ze meer naar de problemen en zorgen van vrouwen van kleur had gekeken. De advocaat en columnist Rafia Zakaria betoogt in Against White Feminism (2021) dat niet alle vrouwen dezelfde nadelen ondervinden en dat De Beauvoir haar witheid buiten beschouwing heeft gelaten, terwijl ze had moeten weten hoeveel slechter de situatie was voor vrouwen van kleur. Het was belangrijk geweest om ook die stemmen te betrekken. De Beauvoir deed dat niet, ze was vooral bezig met de materiële uitbuiting en vocht voor de rechten van de arbeidersklasse. Toch kaartte ze racisme en intersectionele onderdrukking wel aan. In De tweede sekse citeert ze bijvoorbeeld de Afro-Amerikaanse schrijver Richard Wright om te laten zien hoe zwarte Amerikanen op een ernstige manieren worden geobjectiveerd en gediscrimineerd. En in een interview, vijfentwintig jaar na het verschijnen van De tweede sekse, zegt ze dat in een nieuw boek over dit onderwerp een collectieve stem zou moeten klinken, waarin vrouwen uit alle delen van de wereld hun levenservaringen delen.”

De Beauvoir pleitte voor gelijkwaardigheid in een relatie. Hoe zat dat met Sartre?

„Met hem had ze inderdaad een open relatie waarin ze elkaar zoveel mogelijk vrijheid gunden. Maar er was toch een soort exclusiviteit waardoor geen van beiden echt rekening hield met anderen met wie ze ook het bed indoken. De Beauvoir had dan misschien een ‘intersubjectieve’ verhouding met Sartre, ondertussen sloot ze anderen buiten. Daarmee heeft ze mensen gekwetst. Dat had ze beter kunnen aanpakken.”

U schrijft dat we, in de geest van De Beauvoir, moeten streven naar ‘creatieve rebellie’. Wat houdt dat in?

„Iedereen wordt in zijn leven geconfronteerd met onzekerheden. Er heerst veel onzekerheid, mensen hebben soms het gevoel af te glijden naar een post-truth wereld waarin waarheid niet meer bestaat. We moeten dus kritisch blijven nadenken. Maar ondertussen sluiten mensen zichzelf vaak op in patronen van angst omdat ze graag ergens bij willen horen of ze verhullen delen van zichzelf. Authenticiteit gaat over het ontwikkelen van eigen keuzes en het bewust kiezen van doelen en moed tonen door bijvoorbeeld je hele wezen op het spel te zetten en onverschrokken te durven handelen. Zo maak je jezelf tot een creatieve rebel.”

Lees ook: Hier begon de zucht naar vrijheid van Simone de Beauvoir