Boijmans heeft ‘eindelijk’ zijn Miró

Aankoop Vanaf donderdag heeft Museum Boijmans Van Beuningen eindelijk een langgewenste Miró in de collectie. De staat en private donateurs maakten het mogelijk dit ‘sleutelstuk’ aan de collectie van surrealisten toe te voegen.

Het schilderij ‘Peinture-poème (Musique, Seine, Michel, Bataille et moi)’ uit 1927 van de Spaanse schilder Joan Miró.
Het schilderij ‘Peinture-poème (Musique, Seine, Michel, Bataille et moi)’ uit 1927 van de Spaanse schilder Joan Miró. Foto Studio Tromp/ Boijmans Van Beuningen

Het is de grootste aankoop van Museum Boijmans Van Beuningen in decennia, en vormt „een sleutelstuk” in de omvangrijke en kwalitatief stevige collectie van surrealisten van het museum: het schilderij Peinture-poème (Musique, Seine, Michel, Bataille et moi) (1927) van de Spaanse schilder Joan Miró behoort vanaf donderdag officieel tot de collectie van het Rotterdamse museum, dat al een paar jaar gesloten is voor renovatie en uitbreiding.

Staatssecretaris Gunay Uslu van cultuur zelf zette eerder deze maand haar handtekening onder de financiële bijdrage van de staat die de aankoop uiteindelijk mede mogelijk maakte, vanuit het fonds Museale Aankopen – de aan een maximum gebonden staatsbijdrage van het Mondriaan fonds volstond niet. Een aanzienlijk deel van de aankoopsom van 8,1 miljoen euro (8 miljoen Zwitserse frank) is echter niet met publiek geld, maar uit private fondsen opgebracht. Vooral de Vereniging Rembrandt heeft met een aanvankelijke toezegging van 3 miljoen euro en een latere aanvulling de verwerving van dit werk vanaf het begin gesteund.

Lees ook deze reportage: Het universum van Joan Miró

Het museum heeft een collectie surrealistische beeldende kunst, boeken en tijdschriften die tot de beste van Europa behoort, sinds de toenmalige hoofconservator moderne kunst Renilde Hammacher eind de jaren zeventig begon met verzamelen. Het museum was al lang op zoek naar een zogeheten droomschilderij van Miró omdat hij het surrealisme daarmee de richting op stuurde van meer abstract werk, zegt hoofd collectie en onderzoek Sandra Kisters. „Mensen denken vaak aan het figuratieve surrealisme van de droomsymboliek, zoals de werken van Dalí en Magritte die een vervreemdende wereld oproepen. Miró vertegenwoordigt de andere tak, een abstracte tendens.” Daarmee is zijn werk de brug naar schilders als Picabia, die nog veel verder gingen in dat abstracte surrealisme. „Dus het is niet alleen; waarom een Miró, maar waarom zó’n Miró. Zijn latere werk zouden we veel minder interessant vinden.”

Kringen in het water

De surrealisten, aanvankelijk vooral een literaire stroming van ‘automatisch schrift’, wilden de ratio omzeilen en zo rechtstreeks het onderbewuste laten spreken. Wat niet vanzelf ging. Miró bijvoorbeeld hongerde zichzelf uit om zijn bewuste verstand te temperen. Dit werk, Peinture-poème, maakte hij na een wandeling langs de Seine met onder anderen de filosoof Bataille, waarbij ze de kringen in het water van de rivier bekeken. Miró schreef er later over in zijn dagboek. Het levert een donker werk op, bruin met rood. „Je ziet dat er in de surrealistische stroming nog discussie plaatsvindt over wat je ziet in het onderbewustzijn”, zegt scheidend museumdirecteur Sjarel Ex. „Als je je ogen sluit, droomt, zie je dan plaatjes, of ben je bezig met sferen of gedachtenstromen, of zie je iets atmosferisch? Dit schilderij biedt de opening om van alles te zien. Je komt in eerste instantie in een niet erg aantrekkelijke modderige toestand terecht, en dat is natuurlijk fantastisch. Het is een schilderij dat je uitdaagt, en dat niet meteen als een spinnende kat aan je voeten gaat liggen. Dat is bij Dalí wel vaak het geval, dat vind je mooi en daarna gaat het slijten. Dalí is een beetje een beginkunstenaar, aan wie de smaak zich ontwikkelt, maar Miró is iemand van wie je denkt als je hem tegenkomt: Ho. Dit bestaat ook.”

Vertrekkend directeur Vereniging Rembrandt: ‘Liberalen en cultuurbeleid, dat gaat niet samen’

Er was lang weinig hoop dat ze zo’n werk zouden kunnen verwerven, zegt Ex, die op vrijdag afscheid neemt als directeur. „Ze zijn zeldzaam, en veel van de droomschilderijen hebben hun eindbestemming al gevonden in collecties of musea. Voormalig directeur Coert Ebbinge Wubben zei na zijn afscheid in 1978 dat het museum een Miró had moeten hebben, maar dat het te laat was, dat die er nooit meer zou komen.” Dus, zegt Ex, „We waren als museum erfelijk belast.” Volgens hem is de surrealistische collectie van groot belang voor de gehele collectie van het museum. „We zoeken ook altijd naar de surreële tendensen in de kunst. We komen vaak bij keuzes terecht die door dit smaldeel worden bepaald – het surrealisme is een concertmeester voor ons.”

Buitengewoon transparant

Het museum heeft een paar jaar geleden al geprobeerd een schilderij uit Miró’s droomperiode te kopen, een van zijn blauwe werken. Maar het museum zag er op het laatst van af, ook al was het financieel vrijwel rond. „Daar had hij later een laag overheen geschilderd, wat maakte dat het van mindere kwaliteit was dan dit werk. Dit is buitengewoon transparant geschilderd, het is er in één keer opgezet. Daarmee is het zijn directe vertaling van die onderbewuste periode.”

Het werk werd op een veiling eind vorig jaar niet verkocht, zegt Ex. Museum Boijmans Van Beuningen heeft toen via veilinghuis Christie’s contact gezocht met de eigenaar. Het schilderij was inmiddels in bruikleen bij het Zwitserse Kunst Museum Winterthur, en kwam vervolgens naar Rotterdam om de staat ervan te bekijken en te zien hoe het paste in de collectie.

Een flink deel van de beeldende werken van de surrealisten uit de Europees belangrijke collectie van Museum Boijmans Van Beuningen is onderdeel van een reizende expositie, die eerder in Nieuw-Zeeland te zien was en nu in Mexico Stad hangt. De expositie komt half oktober weer even thuis, zegt hoofd collectie Kisters, en zal een aantal maanden te zien zijn in een van de ruimtes van het Depot voordat hij weer vertrekt, naar Denemarken dit keer. Is de collectie thuis ter ere van de aankoop van de Miró? „Nee, dat is toeval.”