Opinie

Armoede en champagne

Sheila Kamerman

Op zondagmiddag fiets ik naar een man. Een man in nood. Ik ken hem viavia en weet niet hoe hoog de nood is. Hij heeft weinig geld. Het gaat over ‘brieven van de gemeente’ dus dan is alle hulp handig. „Ik heb net gegeten’, heb ik hem nog geappt. Hoe armer de mens, hoe groter het feestmaal. Desnoods van hun laatste centen.

Een portiekflat. Vervuild trappenhuis. Even later zit ik naast hem op de bank. Gebogen over een stapel brieven, die hij wel allemaal heeft geopend maar niet helemaal begrijpt.

Onmacht leidt vaak tot armoede, door een kleine schuld die groter wordt of een verkeerde beslissing. En armoede leidt tot onmacht, omdat verstandige beslissingen nemen lastiger wordt als je stress hebt over geld. Volgens het CPB leeft 6,7 procent van de Nederlanders onder de armoedegrens, dat wordt 4,9 procent door recente overheidsmaatregelen. Een op de twintig, nog steeds veel.

Met armoede loopt bijna niemand te koop. Het wordt verborgen alsof het een besmettelijke ziekte is. Scholen in armere buurten geven álle kinderen ontbijt zodat ook het kind dat het écht nodig heeft het krijgt.

Onzichtbare ellende tot het in je gezicht schreeuwt en je het niet meer níét kan zien. Zoals die jongen van 11 die omviel van de honger. Hij verscheen in deze krant en opeens was hij overal. In de Kamer stelden negen (!) partijen vragen. Want dit kan toch niet, zeiden de politici. Nee, het kan ook niet. Het kan ook niet dat jij nog niet weet dat dit gebeurt.

Overleven kan met potjes en regelingen. Die moet je wel zélf kunnen vinden. En niet bang zijn dat je dat geld later plots moet terugbetalen. In een ‘huis van de wijk’ (buurthuis) in het Rotterdamse Spangen zaten afgelopen week drie frisse stagiairs van de mbo-opleiding ‘juridisch’ klaar om te helpen met invullen van formulieren. Er was geen enkele cliënt.

Op de bank in die portiekflat lezen we in de laatste brief dat de gemeente binnen een week informatie wil. De bewijsstukken meesturen in een envelop. Hij heeft geen computer of printer. Ik mail de stukken naar een vriend om te printen.

Heb je de energietoeslag gekregen? Hij weet niet waar ik het over heb. Samen kijken we zijn bankgegevens terug tot januari. Geen 800 euro te bespeuren. Die gaan we aanvragen.

Als ik mijn schoenen aantrek, komt hij met een cadeau. Het is een fles champagne, ingepakt in cellofaan.

„Kan ik niet aannemen.”

„Alsjeblieft.”

„Nee joh, drink zelf op.”

„Ik ben moslim, mag niet.”

De fles staat op tafel. Klaar om feestelijk te ontkurken. Alleen, wat zeg ik tegen mijn vrienden als ze vragen wat ik te vieren heb?

Sheila Kamerman en Jannetje Koelewijn vervangen tot november de vaste columnist op deze plek.