Wie zorgt voor warmte in de wijk? Twist over eigendom vertraagt nieuwe warmtenetten

Wijkverwarming Gemeenten willen zelf eigenaar zijn van warmtenetten, maar dat zien energiebedrijven niet zitten. De minister zoekt een uitweg.

Aanleg van Warmtenet in de Groningse wijk Paddepoel.
Aanleg van Warmtenet in de Groningse wijk Paddepoel. Foto Kees van de Veen

Als commerciële energiebedrijven geen eigenaar meer mogen worden van warmtenetten, loopt de energietransitie serieuze vertraging op. Het kabinetsdoel om in 2030 een half miljoen woningen te hebben aangesloten op duurzame stadsverwarming, is dan praktisch onhaalbaar.

Deze conclusies, uit een rapport van advieskantoor PwC, druisen in tegen het voornemen van minister Jetten (Klimaat en Energie, D66) om warmtenetten in publieke handen (gemeenten) te leggen en energiebedrijven uit te sluiten als dominante eigenaar. Het rapport, geschreven in opdracht van Jettens ministerie van Economische Zaken en Klimaat, werd begin augustus afgerond, maar de bewindsman heeft het nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is inmiddels door veel partijen – ook NRC – ingezien. Volgens het ministerie moeten nog feitelijke correcties worden aangebracht. Duidelijk is al wel dat Jetten overweegt de verplichte dominante rol van gemeenten te schrappen.

Voor de minister is de Wet collectieve warmtevoorziening, een speerpunt van zijn klimaatbeleid én een hoofdpijndossier. Dat was al zo voor zijn voorganger Eric Wiebes (VVD). Centrale vraag is: wie wordt de eigenaar van die nieuwe warmtenetten? Bedrijven, gemeenten of allebei?

Duurzame warmtenetten zijn cruciaal voor het gasvrij maken van woningen, zoals het kabinet wil. De ambitie is tot 2030 een half miljoen bestaande huizen aan te sluiten op een warmtenet: zij krijgen hun verwarming uit bijvoorbeeld restwarmte van de industrie, biomassa of warmte uit de aardbodem. Die huizen hebben geen cv-ketel meer nodig.

De bestaande netten – ook zo’n 500.000 aansluitingen – zijn overwegend in handen van bedrijven, zoals Eneco, Vattenfall en Ennatuurlijk. Slechts 10 procent kent een publieke eigenaar, zoals een gemeente. Als het aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ligt, komen veel meer warmtenetten in handen van haar leden. Dit om „de publieke belangen zeker te stellen”, zoals de VNG deze maand aan de minister schreef. In de warmtetransitie hebben de gemeenten van het kabinet een centrale rol gekregen. Zij moeten bijvoorbeeld aangeven welke wijken als eerste van het gas af gaan. In 2050 moeten alle huishoudens aardgasvrij worden verwarmd.

Energiebedrijven willen de warmtenetten juist zelf exploiteren en voor meer dan 50 procent in eigendom hebben. Anders gaan zij niet in nieuwe netten investeren, schreven de bedrijven, verenigd in Energie-Nederland, aan de minister. Zonder dominant belang is het „niet werkbaar en niet acceptabel”, stellen zij.

Proces kost tijd

Het ministerie heeft nog geen definitieve keuze gemaakt. Tekenend is dat beide partijen boos waren na – afzonderlijke – gesprekken deze zomer op EZK. De gemeenten concludeerden dat het voorstel voor hun verplichte centrale rol „wordt teruggedraaid, tot onvrede en verbazing bij gemeenten”. De verenigde energiebedrijven schreven op hun beurt aan de minister „uitermate verbaasd” te zijn dat de verplichte eigendom van gemeenten, ondanks het PwC-onderzoek, „weer op tafel ligt”.

Depot waar buizen liggen opgeslagen voor warmtenet in de Groningse wijk Paddepoel. Foto Kees van de Veen

Alleen al tot 2030 moet volgens PwC 5,6 miljard euro geïnvesteerd worden in aanleg van warmtenetten. Volgens de onderzoekers dwingt het voorgenomen beleid energiebedrijven „vanuit een minderheidspositie te onderhandelen over risico’s en winst”. Die zijn daarbij afhankelijk van „(soms grillige) politieke besluitvorming”. Volgens het rapport is het gevolg bovendien dat gemeenten „capaciteit en expertise aanzienlijk” moeten uitbreiden. Daarom duurt de route via gemeenten volgens PwC langer. De onderzoekers stellen dat een actieve rol van de gemeente positief werkt, maar geen meerderheidsbelang vereist.

Jetten maakte deze zomer duidelijk dat hij van plan was de toekomstige warmtenetten in publieke handen te brengen, maar stelde twee voorwaarden. Die dominante rol voor gemeenten mocht het tempo van de energietransitie niet vertragen en gemeenten zouden deze rol aan moeten kunnen, schreef hij de Tweede Kamer. In een interne notitie van EZK van eind augustus wordt duidelijk dat het rapport van PwC een forse streep door de rekening is. Omdat verplichte publieke eigendom de transitie zou vertragen, is „de conclusie van de minister” dat die verplichting „op dit moment onmogelijk en niet uitvoerbaar is”.

Methodiek ‘beperkt’

Volgens de gemeenten kunnen die conclusies niet zomaar worden getrokken. Het PwC-rapport is, schrijven zij, „smal ingestoken en in tijd en methodiek beperkt”. Een woordvoerder van de minister stelt dat Jetten die conclusie van VNG niet deelt.

In dezelfde brief benadrukken de gemeenten dat vooral het draagvlak bij bewoners, die vaak verplicht worden aangesloten op een warmtenet, cruciaal is voor de transitie. Gemeenten moeten daarom een rol spelen die „publieke belangen” waarborgt, zoals „energierechtvaardigheid en betaalbaarheid”. Die belangen zijn extra belangrijk omdat bewoners voor lange tijd vastzitten aan één leverancier. Vanwege de benodigde infrastructuur is er immers altijd maar één aanbieder.

De energiebedrijven bepleiten dat gemeenten, net als nu, zelf kunnen kiezen hoe zij een warmtenet aanleggen en exploiteren – in volledig publieke eigendom of met een privaat energiebedrijf. Toezichthouder ACM dient in die opzet, net als nu, de publieke belangen. ACM moet voor regulering zorgen inzake tarieven, maximaal rendement en duurzaamheid.

Op zijn vroegst treedt de nieuwe warmtewet in juli 2024 in werking, een half jaar later dan oorspronkelijk bedoeld. Volgens een EZK-woordvoerder „verschillen de standpunten van partijen fundamenteel van elkaar, waardoor de voortgang moeizaam verloopt”. De minister wil dit najaar een uitkomst „over de gewenste marktordening” presenteren.

De komende wet moet niet alleen de eigendomsverhoudingen regelen. Nieuwe regels zijn ook nodig om de duurzaamheid van toekomstige warmtenetten te garanderen. Daarnaast willen alle partijen snel af van de wettelijke verplichting dat de tarieven van een warmtenet gekoppeld zijn aan de gasprijs – die nu extreem hoog is. Dat principe was destijds bedoeld om mensen met een warmtenet niet meer te laten betalen dan mensen die gas verstoken. In veel gevallen wordt voor warmtenetten geen of nauwelijks gas gebruikt.