Oeganda knevelt sociale media. ‘We lijden vandaag, maar zullen morgen vrijheid kennen’

Strenge anti-mediawet De oprukkende internetcensuur in Oeganda past in een bredere trend wereldwijd. Mensenrechtenschendingen zijn daardoor minder zichtbaar.

Verkiezingsbijeenkomst met aanhangers van popster Bobi Wine, leider van de grootste oppositiepartij in Oeganda. In 2021 deed hij een mislukte gooi naar het presidentschap. Foto EPA
Verkiezingsbijeenkomst met aanhangers van popster Bobi Wine, leider van de grootste oppositiepartij in Oeganda. In 2021 deed hij een mislukte gooi naar het presidentschap. Foto EPA

De Oegandese mensenrechtenactivist Buwembo Habib stuurt via WhatsApp een spotprent van een huilende man met vastgebonden handen. Op zijn voorhoofd staat „Oeganda”. Een andere man naait de lippen van de man dicht en zegt: „Dit is voor je eigen bestwil.” De huilende man heeft ook nog eens een slot door zijn lippen. Op het slot staat onder andere computer misuse act, de computermisbruikwet.

Het amendement dat deze maand door het Oegandese parlement werd aangenomen gaat nog verder dan de al bestaande strenge „computerwet” in het Oost-Afrikaanse land (43 miljoen inwoners) en verbiedt nu ook „het verzenden of delen van valse, kwaadaardige en ongevraagde informatie”. Activisten maken zich zorgen over deze vage formulering, waarmee de regering zichzelf het recht geeft om critici zonder pardon op te pakken.

De wetgeving past in een trend: de Oegandese regering probeert online mediaplatformen steeds meer aan banden te leggen. De toegang tot Facebook is al sinds de verkiezingen van januari vorig jaar geblokkeerd. Voor de Oegandese oppositie is Facebook een belangrijk medium, legt Habib uit, aangezien de traditionele media worden gecensureerd. Oppositieleiders zoals Bobi Wine gebruiken het platform om burgers te mobiliseren tegen het regime. „Met VPN-verbindingen bleven activisten actievoeren via Facebook”, zegt hij, „maar toen het regime daar achterkwam, voerden ze strengere internetwetten in.”

Lees ook dit interview met de Oegandese oppositieleider Bobi Wine: ‘Stop met het machtig maken van dictator Museveni’

In 2011 werd de eerste versie van de wet aangenomen voor „veiligheid en beveiliging in de steeds meer gedigitaliseerde omgeving, onder meer door het voorkomen van […] misbruik van informatiesystemen en het beveiligen van elektronische transacties”. In de loop der jaren is de wet echter misbruikt om digitale rechten te onderdrukken. Zo is de antropoloog en activist Dr. Stella Nyanzi in 2019 veroordeeld voor ‘cyberintimidatie’ vanwege het beledigen van de president op sociale media.

Oeganda staat voor buitenstaanders bekend als een flawed democracy, een democratie met gebreken, maar waar relatief vrij te leven valt. Dat klopt niet, meent Oeganda-expert Erik van der Zanden, die onderzoek doet naar geweldloos Afrikaans activisme. Onderdrukking is dagelijkse praktijk voor Oegandezen.

Dat merkt ook Habib. Critici van de overheid krijgen geen toegang tot tv- en radio-stations, zeker niet rondom verkiezingen. „En als we al toegang krijgen, wordt ons verteld waarover we moeten praten”, vertelt hij telefonisch. „Je had alleen vrijheid van meningsuiting op sociale media.”

Staatsgeweld

Oeganda wordt in het Freedom House rapport dat gaat over vrijheden en politieke rechten gecategoriseerd als „niet vrij”. Het land wordt sinds 1986 geregeerd door dezelfde partij, de Nationale Verzetsbeweging (NRM), en heeft al die tijd dezelfde president. NRM blijft aan de macht door corruptie, intimidatie van burgers en vervolgingen van oppositieleiders, aldus het rapport, het maatschappelijke middenveld en de onafhankelijke media lijden ook onder intimidatie en staatsgeweld.

Niet alleen Oeganda kent online restricties, in de afgelopen vier jaar heeft de helft van de Afrikaanse landen te maken gehad met internetblokkades, blijkt uit data van de journalistieke website Quartz.

Internetblokkades hebben een schadelijk effect op de economie in Afrikaanse landen. Bedrijven die online opereren via e-commerce hebben duizenden uren verloren, wat leidt tot het verlies van miljarden euro’s. Alleen al in 2019 kostte het afsluiten van internet en sociale media het continent naar schatting meer dan 2 miljard euro. In alle gevallen vonden de afsluitingen plaats tijdens conflicten of verkiezingen.

De internetblokkade in de Ethiopische regio Tigray, waar al twee jaar een gewelddadige oorlog woedt, maakt het journalisten bijna onmogelijk om verslag te doen van de situatie. En zo voegen zich elk jaar nieuwe landen toe aan de blackout-lijst. Burkina Faso, Zambia en Niger zetten hun schermen afgelopen jaar voor het eerst op zwart.

Wereldwijde trend

De Keniaanse Jaimee Kokonya werkt voor de internationale organisatie voor internettoegankelijkheid Open Access. „We hebben verhalen verzameld uit Tigray, Zambia en Oeganda”, vertelt zij. „Internetbeperkingen verstoren hele families, ook de familieleden die niet in het geïsoleerde gebied wonen hebben hier last van. Zij leven in angst en weten niet hoe het met hun naasten gaat. Dit geeft je mentale gezondheid een knauw.”

Deze tactiek wordt niet alleen in Afrika gebruikt, maar is onderdeel van een wereldwijde trend naar autoritarisme, ziet Kokonya. „Regeringen normaliseren internetcensuur steeds meer”, vertelt ze. „De blackouts worden doorgevoerd met smoezen als het tegengaan van examenfraude, maar doen meer kwaad dan goed. En al geloof je de smoes, uit onderzoek blijkt dat het helemaal geen effectieve maatregel is tegen spieken.”

Open Access kijkt ook naar signalen voorafgaand aan een totale internetblokkade. Zo voerde de Oegandese president Yoweri Museveni in 2018 een belasting in voor het gebruik van sociale media. Vorig jaar werd die na veel kritiek weer ingetrokken. Activisten vinden ondanks internetrestricties nog steeds manieren om zich uit te spreken, zegt Kokonya. De mensenrechtenschendingen zijn echter nu veel minder zichtbaar.

Twitterverbod onwettig

Ze vindt het dan ook bemoedigend dat ze collectieve inspanningen ziet om terug te vechten. Zo oordeelde de rechtbank van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) dat het zeven maande durende Twitterverbod in Nigeria onwettig was en de vrijheid van meningsuiting van Nigerianen schond. Het Hof eist dat de regering stappen onderneemt om ervoor te zorgen dat er in de toekomst geen internetcensuur meer plaatsvindt. „Daar zijn we blij mee, want het creëert jurisprudentie voor de rest van de regio”, vertelt Kokonya.

Activist Buwembo Habib moet lachen om de vraag hoe vaak hij is gearresteerd. „Ik ben de tel kwijt”, zegt hij na een stilte. „Ik gok zo’n vijftig keer.” Het is gevaarlijk, vertelt hij. Demonstranten worden na een protest opgezocht en ontvoerd. Toch blijft hij strijdbaar. „In 2014 heb ik besloten niet stil te zijn over het onderdrukkende regime waaronder we gebukt gaan”, zegt Habib. „Mijn familie heeft me al die tijd gesteund. We lijden vandaag, maar zullen morgen vrijheid kennen.”