Provincies: maak onteigenen boeren makkelijker

Stikstofbeleid Minder eiwit in veevoer, scherpere pachtregels, meer mogelijkheden voor onteigening en uitkoop van boeren. Provincies adviseren het Rijk een strengere aanpak om de doelen voor stikstofreductie te halen.

Het uitrijden van mest op een akker in Klaaswaal.
Het uitrijden van mest op een akker in Klaaswaal. Foto JEFFREY GROENEWEG/ANP

Het Rijk moet de stikstofwetten en -regels aanscherpen, zodat het makkelijker wordt boeren te onteigenen of hun vergunning in te trekken. Dat blijkt uit een advies van het Interprovinciaal Overleg (IPO), ingezien door NRC.

De oproep van de provincies, die vorige week naar minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof, VVD) is gestuurd, schetst de „randvoorwaarden” en „condities” die ervoor moeten zorgen dat Nederland in 2030 zijn stikstofuitstoot heeft gehalveerd. Dat is afgesproken in het coalitieakkoord.

Het advies is opvallend omdat minister en landbouwgedeputeerden de voorbije maanden juist geregeld tegenover elkaar stonden. Het kabinetsbeleid focust volgens de provincies te veel op het uitkopen van boeren en biedt de agrarische sector te weinig perspectief. In die zin is het advies een kentering. Dit IPO-advies leest vooral als steun in de rug van de minister, nu het aandringt op aanscherping van wet- en regelgeving.

Hogere vergoeding

De provincies roepen op tot diverse maatregelen die gevoelig liggen in de sector. Meest opvallend is de oproep om te onderzoeken of onteigening van boerenland breder is toe te passen. Nu wordt onteigening vooral ingezet om aanleg mogelijk te maken van infrastructuur, zoals een brug of spoor, of om extra natuur te creëren.

Volgens een IPO-woordvoerder is het „nuttig om te onderzoeken” of onteigening ook kan worden ingezet „buiten natuurgebieden”. Onteigende boeren ontvangen een hogere vergoeding dan boeren die zich vrijwillig laten uitkopen. Ze krijgen niet alleen grond en stallen vergoed, maar ook gederfde inkomsten, en eventuele verhuis- of verbouwingskosten en andere zaken. Op die manier hopen de provincies meer boeren over de streep te trekken.

Ook pleiten de provincies voor aanscherping van pachtregels. Boeren die zelf stoppen zijn nu vrij hun land te verhuren aan collega’s en doen dit vaak voor één tot twee jaar aan „de hoogste bieder”. Dit stimuleert, volgens het IPO, op „geen enkele manier [...] duurzame bedrijfsvoering”.

Verder dringen de provincies aan op maatregelen die direct invloed hebben op de praktische gang van zaken in het boerenbedrijf. Zo moet veevoer eiwitarmer worden. Dit is omstreden onder boeren, omdat koeien hierdoor bijvoorbeeld minder melk geven. Ruim twee jaar geleden probeerde toenmalig landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) melkveehouders al op te leggen dat hun koeien minder eiwitrijk voer kregen. Dit stuitte op veel verzet en ging op het laatste moment niet door. Uit een rapport van Wageningen University bleek dat de dieren erg zouden verzwakken. Volgens de provincies kan de veevoermaatregel via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering worden ingevoerd.

Ook bepleiten provincies dat (boeren)bedrijven die willen uitbreiden een vergunning moeten aanvragen. Dat hoeft nu niet, als boeren tenminste kunnen aantonen dat ze niet meer stikstof gaan uitstoten. Een vergunning moet ervoor zorgen dat provincies beter zicht krijgen op het aantal bedrijven dat uitbreidt en hun stikstofuitstoot. Ook moet ongebruikte stikstofruimte in de huidige vergunningen ingeperkt worden, vinden de provincies, zodat deze niet alsnog kan worden benut.

Provincies werken aan ‘perspectief’

De provincies schrijven in hun advies dat in de kabinetsplannen „tot nu toe een duidelijk perspectief” voor de agrarische sector ontbreekt. Zij vinden zo’n perspectief „zo essentieel” dat zij hier momenteel zelf aan werken.

Een woordvoerder van het IPO benadrukt dat de provincies niet op eigen initiatief met hun advies zijn gekomen. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had gevraagd om een overzicht van het „instrumentarium” dat nodig is om de stikstofuitstoot terug te brengen.