Oud-advocaat van tableau geschrapt na aanwijzen cliënt als dader van kindermoord

Geheimhoudingsplicht Anthony Wijnberg vertelde dat zijn overleden cliënt schuldig was aan de moord op de 7-jarige Cheryl Morriën. Volgens de tuchtrechter heeft hij daarmee zijn geheimhoudingsplicht geschonden.

Oud-advocaat Anthony Wijnberg is geschrapt van het tableau, de officiële lijst van personen die als advocaat mogen optreden.
Oud-advocaat Anthony Wijnberg is geschrapt van het tableau, de officiële lijst van personen die als advocaat mogen optreden. Foto Mona van den Berg

Oud-advocaat Anthony Wijnberg is van het tableau geschrapt omdat hij afgelopen mei in NRC vertelde dat zijn overleden cliënt schuldig is aan de moord op de 7-jarige Cheryl Morriën, die in 1986 in IJmuiden verdween. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van Discipline.

De aanleiding voor het NRC-interview was het verschijnen van de documentaire De Sneeuwman over kindermoordenaar Michel S. op Videoland. In die documentaire vertelt Wijnberg dat zijn voormalig cliënt S., die in 2001 overleed, achter de moord op Morriën zit. Wijnberg had dit kort na diens overlijden ook aan een officier van justitie verteld. De advocaat wilde de nabestaanden van Morriën duidelijkheid geven, mede omdat haar lichaam nooit is gevonden.

Lees ook: Advocaat vertelde dat zijn cliënt de moord op Cheryl Morriën (7) bekende

Vanwege het interview in NRC diende Eef van de Wiel, als deken van Noord-Nederland regionaal toezichthouder op de advocatuur, een tuchtklacht tegen de oud-advocaat in vanwege het schenden van de geheimhoudingsplicht. De Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden besloot daarop deze week om Wijnberg van het tableau, de officiële lijst van personen die als advocaat mogen optreden, te schrappen wegens het tweemaal overtreden van zijn geheimhoudingsplicht: in NRC én in de documentaire.

Uitgeschreven

Wijnberg is niet meer actief als advocaat en liet zich enkele jaren geleden dan ook uitschrijven als advocaat. Desondanks stelt de Raad van Discipline dat Wijnberg nog tuchtrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn acties. De geheimhoudingsplicht van een advocaat blijft namelijk ook na beëindiging van de beroepsuitoefening bestaan. Doorbreking van de geheimhoudingsplicht is volgens de tuchtrechter „slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gerechtvaardigd”, bijvoorbeeld bij een directe dreiging die niet zonder het doorbreken van de geheimhouding kan worden afgewend.

Voor het doorbreken van de geheimhouding dient de advocaat dan bovendien eerst met de deken te overleggen. In het geval van het NRC-interview en de documentaire is dat niet gebeurd, in tegenstelling tot 2001 toen Wijnberg met een officier van justitie sprak.

Ontdaan

Wijnberg zegt „ontzettend ontdaan” te zijn door de uitspraak van de tuchtrechter. Hij vertelt om „een menselijke reden” aan de documentaire en het interview te hebben meegewerkt: duidelijkheid bieden over het lot van Morriën. Dat hij niet met de deken in conclaaf is gegaan, is omdat hij geen advocaat meer was.

In het interview zei Wijnberg dat hij dacht niet tuchtrechtelijk aangepakt te kunnen worden, omdat hij zich al als advocaat had uitgeschreven. Van die uitspraak neemt de tuchtrechter nadrukkelijk afstand. Volgens de tuchtrechter is een maatregel nodig die richting de advocatuur en maatschappij „een normbevestigend effect” zal hebben.

En dus legt de Raad van Discipline hem de zwaarste sanctie op: schrapping van het tableau. Die sanctie is juridisch bijzonder omdat Wijnberg, toen hij enkele jaren geleden stopte, zich reeds als advocaat liet uitschrijven van datzelfde tableau. Concreet lijkt het schrappen te betekenen dat hij zich in de toekomst niet opnieuw als advocaat kan inschrijven, een ambitie die hij niet zegt te koesteren.

Deken Van de Wiel, die de tuchtklacht indiende, zegt dat zij daartoe om principiële redenen, vanwege het vertrouwen in de advocatuur, genoodzaakt was. „Advocaten hebben een geheimhoudingsplicht. Iedereen moet weten dat je je eigen advocaat echt kan vertrouwen en alles kan vertellen. Anders gaan er dingen mis in de rechtsstaat.”