Oudere generaties weten beter hoe je dubbeltjes omkeert – en praten er enthousiast over

De koffie-barometer De nieuwe soberheid brengt ouderen in een buurthuis in Purmerend terug naar hun jeugd.

Buurthuis Purmerend Gildeplein. De koffie kost hier zestig cent.
Buurthuis Purmerend Gildeplein. De koffie kost hier zestig cent. Olivier Middendorp

Wie houdt van simpele, zwarte koffie is bij buurtcentrum Gildeplein in Purmerend-Noord aan het goede adres. Wie daarnaast affiniteit heeft met ‘trendy haken en breien’ heeft dubbel geluk, want dat is het thema deze maandagochtend. De breiwerkjes liggen tussen de koffiekopjes op tafel, tien oudere vrouwen kletsen erop los. Dat doen ze hier doorgaans elke maandag-, woensdag- en vrijdagochtend. Mannen zijn schaars bij de koffieochtenden. „We hebben Bob, we hebben Nico… Theo is overleden”, zegt Hannie Rison (69), die een geel truitje zit te breien. „Vrouwen praten wat makkelijker”, legt Paulina van der Veen (83) uit. „Bob moeten we er af en toe bij betrekken. Dan zit-ie aan de kop van de tafel en dan moeten we echt zeggen: Bob! Kom even hier zitten!”

Dat de koffie hier maar zestig cent kost komt de vrouwen goed uit, want ze merken allemaal dat het leven duurder is geworden. „Veel duurder, dat is niet leuk meer”, zegt Leneke Burggraaf (56). Ze breit vandaag iets rozes. „M’n man en ik doen eens per week voor zestig euro boodschappen. Een half jaar geleden was m’n karretje nog vol met zestig euro, nu niet meer. Aardappelen, groente, fruit koop je nog. Maar een luxe koek, dat gebeurt niet meer.”

Allen hebben ze last van onzekerheid door de inflatie, met name over de energierekening. Paulina weet pas sinds kort dat ze een variabel contract heeft, Leneke zag enge verhalen op tv over mensen die ineens het tienvoudige moesten betalen. Toch zitten ze nog niet in de problemen, mede doordat ze direct aan het besparen zijn geslagen.

Leneke: „Mijn man bezuinigt heel erg. Het keukenlicht moet uit, ik heb één dimlicht branden, en op tafel heb ik een leeslampje voor als ik met m’n breiwerk bezig ben, that’s it. En waxinelichtjes.”

Paulina: „Kaarsen geven best wel veel warmte.”

Hannie: „Heb je gezien wat de kaarsen kosten? Eerst 99 cent bij het Kruidvat, nu bijna 2 euro. Maar ik zeg ook: als we maar gezond blijven.”

De sfeer aan tafel is als de lucht op een winderige zomerdag: wolken rukken snel op, maar drijven even vlug weer over.

Hannie: „Bij de Jumbo is een kilo aardappelen 2 euro, bij de Lidl 1,69. Dan ga ik toch naar de Lidl.”

Rechts van haar, achter een collectie kleurpotloden, zit Anneke Abercrombie (72). „Ik zeg altijd maar: kruimeltjes maken ook brood”, knikt zij.

Hannie: „Ik heb m’n maandbedrag verhoogd, anders zou ik een grote eindafrekening krijgen. En ik ben heel erg bezig met het licht uitdoen.”

Paulina: „Ik had de gewoonte om bij het tandenpoetsen de kraan te laten lopen. Nu doe ik hem dicht. En met douchen laat ik me nat worden, dan doe ik de douche uit, zeep ik me lekker helemaal in, en dan douche ik af. Wel jammer, want ik vond het altijd zo heerlijk om het warme water te voelen op m’n rug.”

Hannie: „Nee nee nee, dat kan niet meer. Ik gebruik de droger nu nog alleen voor de handdoeken. En de afwasmachine doe ik alleen een klein half uurtje. En ik heb een gordijntje achter de voordeur.”

Anneke: „Wij hadden de verwarming overdag op 20 graden en ’s avonds op 22, nu zetten we hem een graadje lager.”

Veel gebruikelijke uitstapjes zijn te duur geworden. Hannie gaat niet meer naar de Efteling met haar kleinkinderen. „Je kan ook naar Enkhuizen gaan, naar het Sprookjeswonderland. Dat is oh zo leuk!” Of ze dit jaar op vakantie gaat, weet ze nog niet. „Anders ga ik lekker naar onze stacaravan op de Veluwe.”

Anneke: „Caravans wordt de meest betaalbare vakantie voor veel mensen.”

Paulina: „En vergeet niet hoe leuk het is, kamperen.”

Beter dan jongere generaties weten zij hoe je dubbeltjes omkeert. En dit lijkt ook enig enthousiasme te ontketenen

Voor de meeste aanwezigen is de nieuwe soberheid een terugkeer naar hun jeugdjaren. Beter dan jongere generaties weten ze hoe je dubbeltjes omkeert, en dit lijkt ook enig enthousiasme te ontketenen.

„Wij zijn veel zuiniger”, zegt Anneke. „Onze ouders hebben armoede gekend, pas in de jaren zestig werd het beter.”

Paulina: „We hadden allemaal grote gezinnen. Mijn moeder had huishoudgeld. Tegen mij zei ze: zorg eerst dat alles betaald is, wat je overhoudt kun je uitgeven.”

Anneke: „Ik heb een cursus ‘omgaan met geld’ gedaan. Uit interesse, ik had het niet nodig. Daar zat een meid naast me die een telefoonabonnement had voor 70 euro per maand. Hoe háál je het in je botte verstand?”

Hannie: „Ik denk dat heel veel mensen niet weten wat ze verdienen en wat de vaste lasten zijn. Ik had sinds m’n trouwen een schriftje met inkomsten en uitgaven.”

Anneke: „Toen ik mijn eerste pinpas kreeg dacht ik: dit gaat veel te hard. Het was verraderlijk. Toen ben ik contant geld gaan pinnen, dan kan ik bijhouden wat ik uitgeef.”

Hannie: „Het is tegenwoordig makkelijker om schulden maken. Er zijn mensen die heel veel dingen kopen via internet, die willen allemaal mooie telefoontjes. Hier! Deze is uit 2017.” Ze houdt haar telefoon omhoog.

Het aftroeven in soberheid kan beginnen.

Paulina: „Ik had vroeger maar één pop!”

Anneke: „Ik had geen knuffeldier. Je mocht blij zijn als je speelgoed had!”

De ochtend loopt op z’n eind, een vrijwilliger gaat langs met een schoteltje voor de munten. Hannie vouwt een doek om haar breiwerk en veegt alle overgebleven koekjes naar zich toe. „Voor mijn kleindochter, dat vindt ze leuk.”

Ook Leneke pakt haar breispullen in. Of het haar humeur beïnvloedt, het gebrek aan luxe koeken en fatsoenlijke verlichting? „Nee, nee, nee. Daar ben ik veel te optimistisch voor. Het komt allemaal wel weer. En ik ben niet de enige hè, iedereen moet bezuinigen. M’n man, m’n familie, m’n buren. Als ik de enige was, dán werd ik depressief.”