Het grootste onderzoek naar topsportcultuur ter wereld

Prestatiecultuur Na affaires met wangedrag in het turnen wilde het ministerie een breed onderzoek naar topsportcultuur. Dat is begonnen - en gaat níét over grensoverschrijdend gedrag.

Judo is een van de eerste sporten, samen met ijshockey, volleybal en wielrennen, die wordt onderzocht.
Judo is een van de eerste sporten, samen met ijshockey, volleybal en wielrennen, die wordt onderzocht. foto Getty Images/iStockphoto

IJshockey, judo, volleybal en wielrennen. Dat zijn de eerste van 20 tot 24 sporten waar een diepgaand en uitgebreid onderzoek zal plaatsvinden naar de topsportcultuur. Dat vertelden hoogleraar sport en recht Marjan Olfers (VU) en criminoloog Anton van Wijk woensdagmiddag tijdens een bijeenkomst in Utrecht, waar ze voor het eerst uiteenzetten hoe hun onderzoek wordt opgezet.

Het is het grootste onderzoek naar topsportcultuur ter wereld, en nog maar net begonnen. Nooit eerder werd in een land zo diepgaand gekeken naar de manier waarop topsport is georganiseerd – en welke gevolgen dat heeft voor sporters, coaches, sportartsen en andere betrokkenen.

Het is de bedoeling om gestandaardiseerde vragenlijsten voor te leggen aan honderden, misschien wel duizenden, sporters. Het gaat om lijsten van twintig pagina’s, het invullen kan wel veertig minuten duren. De vragen gaan van de manier waarop wordt getraind tot aan de medische begeleiding tot aan de financiering van de sport. Daarnaast zullen de onderzoekers uitgebreid spreken met sporters, coaches en andere betrokkenen en bezoeken ze trainingen, wedstrijden en toernooien. „We willen opnieuw definiëren wat een gezonde topsportcultuur is. Dat is nog nooit gedaan”, vertelt Marjan Olfers.

Géén grensoverschrijdend gedrag

Tot het onderzoek werd vorig jaar besloten, toen misstanden in de turnwereld de Tweede Kamer hadden bereikt en toenmalig staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) beloofde dat de hele topsport onder de loep zou worden genomen. Het ministerie stelt dit jaar 220.000 euro beschikbaar, volgend jaar 440.000 euro.

Lees ook: het NRC-dossier met alle artikelen over misbruik in het turnen

In het turnen was het jarenlang verschrikkelijk misgegaan. Jonge meisjes werden fysiek en mentaal mishandeld, de cultuur bleek dusdanig gericht op presteren dat de menselijke waardigheid op het tweede plan kwam. Meisjes werden door sommige coaches voortdurend gewogen, soms uitgescholden als ze in de ogen van de trainer te zwaar waren. Een ex-turnster kwam naar buiten met het verhaal dat ze bij haar coach ging inwonen en hij vervolgens haar menstruatiecyclus ging monitoren, omdat die van invloed zou zijn op haar prestaties.

Het onderzoek dat volgde naar misstanden in de turnwereld is ook waar veel mensen Olfers en Van Wijk van kennen. Zij schreven met hun onderzoeksbureau Verinorm in april vorig jaar het onderzoeksrapport Ongelijke Leggers, waarmee ze de verziekte cultuur in het topturnen blootlegden. Zij doen nu ook een onderzoek naar misstanden in de danswereld.

Als sporters zich melden, sturen we ze door naar de instantie die hun zaak kan onderzoeken

Toch willen ze benadrukken dat het onderzoek naar de topsportcultuur in Nederland níét over grensoverschrijdend gedrag gaat. Olfers: „Dit is echt een heel ander type onderzoek. Het gaat ons om de cultuur - we zijn er nu niet om grensoverschrijdend gedrag binnen bonden of van specifieke coaches te onderzoeken.” Collega Anton van Wijk: „Als je grensoverschrijdend gedrag onderzoekt is dat reactief, omdat er meldingen zijn binnengekomen. Dit onderzoek is proactief: wat is een gezonde topsportcultuur?”

Het lijkt lastig om de twee onderwerpen gescheiden te houden. Juist in het turnen was grensoverschrijdend gedrag mogelijk door de cultuur die er heerste – ingezet door de komst van Oost-Europese trainers in de jaren tachtig naar Nederland. Ook in het triathlon was er een cultuur waardoor jarenlang misstanden konden plaatsvinden. Bij de vrouwenhockeyploeg gold dat ook - daar was de prestatiecultuur onder coach Alyson Annan dusdanig hard dat sporters werden gekleineerd.

Lees ook: dit onderzoeksverhaal van NRC over de cultuur binnen de succesvolle vrouwenhockeyploeg

Olfers: „Natuurlijk kijken we naar ongewenst gedrag als dat een uitkomst is van de topsportcultuur. In het judo bijvoorbeeld, dat we onderzoeken, zijn signalen van grensoverschrijdend gedrag geweest – we willen weten in hoeverre de cultuur daarvan oorzaak is. Maar als individuele sporters zich bij ons melden omdat ze ongewenst gedrag hebben ervaren, dan zullen we ze doorsturen naar een instantie die hun zaak kan onderzoeken.”

Vertraging

Om balans te houden in het onderzoek en te waarborgen dat er wetenschappelijk zuiver wordt gewerkt is een groot team geformeerd. De Verinorm-onderzoekers werken onder meer samen met de Hogeschool Utrecht en het Kenniscentrum Sport en Bewegen en er is een soort toezichtsraad met wetenschappers uit de sociologie, methodologie, pedagogie en psychologie.

Dat met ijshockey, judo, volleybal en wielrennen is begonnen, is niet helemaal toevallig. Het zijn team- én individuele sporten, buiten- of juist binnensporten, die bovendien allemaal heel anders georganiseerd en gefinancierd zijn. De onderzoekers hopen daardoor meteen al verschillen te ontdekken in de cultuur van die specifieke sporten. Welke sporten zullen volgen is nog niet helemaal duidelijk. Van elke sport die wordt onderzocht verschijnt naar alle waarschijnlijkheid een individueel rapport, met aan het einde een groot rapport over dé topsportcultuur in Nederland. „Dan steken we de satéprikker in al die rapporten en kunnen we overkoepelende conclusies trekken”, zegt Olfers.

De conclusies kunnen heel breed worden, zeggen de onderzoekers. Maakt het uit of sporters centraal trainen op topsportcentrum Papendal? Hebben grote commerciële ploegen veel invloed op de cultuur? Zijn er trainingsmethoden die zorgen voor giftige of juist heel prettige omstandigheden? Wat doet het met een sport als op jonge leeftijd al deelname aan de Olympische Spelen is toegestaan? Zijn er cultuurverschillen tussen binnen- en buitensporten? Tussen team- en individuele sporten? Wat gebeurt er met een land waar een gouden medaille wordt gezien als hoogste sportambitie?

Ambitieus onderzoek

Olfers deed eerder ook onderzoek naar de cultuur in het wielrennen, en naar de gebeurtenissen rond Michael Rasmussen, de Deense renner van Rabobank die uit de Tour van 2007 werd gezet en doping bleek te hebben gebruikt. Olfers: „Toen viel het me op hoe ontzettend individualistisch de wielerwereld was. Ik ben benieuwd of dat nu anders is. Sowieso ben ik erg nieuwsgierig naar de uitkomsten.”

Het is een ambitieus onderzoek, dat beamen Olfers en Van Wijk. Het was eigenlijk de bedoeling dat de eerste deelonderzoeken al klaar zouden zijn, maar er is „enige vertraging” doordat de onderzoeksopzet nog niet klaar was. Volgend jaar hopen de onderzoekers in ieder geval de deelrapporten over de eerste vier onderzoeken af te hebben.

Kan het ook mislukken? „Dat vraag je aan de verkeerde”, lacht Van Wijk. Olfers: „Sporters en coaches moeten natuurlijk meedoen, we hebben zoveel mogelijk mensen nodig die met ons praten en de vragenlijsten invullen. Maar dit onderzoek is héél belangrijk voor de sport: ik ga dit niet laten mislukken.”