Deze juffer trekt zich bij gevaar terug in een zanderige jurk

Beestjes Kokerjuffers zijn gespecialiseerd in camouflage, ziet
Zanddakje Molanna angustata
Zanddakje Molanna angustata Foto Foto EIS Kenniscentrum Insecten

Er zijn van die mensen die je nooit herkent, zelfs al ken je ze best goed. Zij vallen niet op, maar ze vallen juist weg tegen de achtergrond van grijze huizenblokken en druilerige wegen. Zelfs in een winkelstraat vol schreeuwende kleuren zag ik een kennis pas toen ze vlak voor me ging staan en me op luide toon groette. Enigszins bedremmeld knoopte ik een praatje aan. Terwijl zij vertelde dat ze al een paar minuten naast me liep, dwaalde mijn brein af naar een insect dat ook goed is in onopvallendheid, het zanddakje, Molanna angustata.

In meren en riviertjes leven kokerjuffers. Zij bedekken hun tere lichaam met een camouflagejurk of -huisje dat ze zelf fabriceren door bouwstoffen uit hun omgeving samen te weven. Dit doen ze met spinsel uit klieren in hun kop. Sommige soorten gebruiken blaadjes waar ze tussen verblijven, andere maken kunstige kokertjes van takjes of slakkenhuizen en het zanddakje bedient zich van zand. Ze bouwt er zelfs een soort capuchon op, waaronder ze vandaan komt als ze trek heeft en de kust veilig is. Althans, haar kop en pootjes komen naar buiten, zodat ze rond kan lopen op zoek naar algen, prooidiertjes of organisch afval. De rest van het dier blijft binnen in het bouwwerk dat het met zich meedraagt en waarin het zich met haakjes aan het eind van het achterlijf heeft verankerd. Dat achterlijf doet daarnaast dienst als ademhalingsapparaat. Het bevat kieuwen die zuurstof opnemen wanneer de kokerjuffer water door haar jurk laat stromen door peristaltische bewegingen te maken.

Dit bijzondere beestje werd door ambassadeur Sheila Sitalsing enthousiast omarmd en vertegenwoordigd tijdens de verkiezing ‘Insect van het Jaar’. Dat mocht helaas niet baten, want de waterschorpioen, Nepa cinerea, lustte het zanddakje rauw. Letterlijk. Het winnende insect zou een kokerjuffer zonder verdere omhaal leegzuigen als hij de kans kreeg. Maar die kans krijgt hij niet al te gemakkelijk. Bij gevaar trekt een zanddakje zich terug in haar zanderige jurk. Op een bodem van hetzelfde materiaal werkt dit als een soort onzichtbaarheidsmantel, waardoor ze goed verstopt kan wachten op veiliger tijden.

Kokerjuffers zijn larven. Eenmaal volwassen, na de verpopping, heten ze schietmotten. En ook in dat stadium weten zanddakjes opvallend goed niet op te vallen. Deze oranjebruine beestjes met stakerige poten zijn maar moeilijk te vinden in de vegetatie. Ze vallen weg tegen de takjes en twijgjes en perfectioneren hun camouflage door de antennen recht voor zich uit te houden en de vleugels over elkaar heen gerold. Pas als schietmotten zich door ons kunstlicht laten lokken en voor onze neus landen, zien we ze misschien. Veel mensen denken dan dat ze motten zien. Maar dat zijn het niet. Schietmotten hebben geen roltong. Ze hebben bovendien haren op de vleugels, waar nachtvlinders schubben bezitten.

„Mam, mag ik poffertjes?”

Toen pas zag ik het kind dat blijkbaar tijdens het hele gesprek naast de kennis had gestaan. Ze leek op haar moeder, met een vriendelijk en bescheiden gezichtje waaraan niets uitstak of afweek. Behalve misschien opvallende symmetrie.