Een burn-out hoort erbij. Vind je het gek dat jongeren daar geen zin in hebben?

Japke-d. denkt mee

Als je je werk serieus neemt en ‘hogerop’ wil, ontkom je niet aan een burn-out, denkt . Steeds meer jongeren doen daar niet (meer) aan mee. Op LinkedIn worden ze ‘lamzakken en terroristen’ genoemd. En ‘uitzitters’.
Illustratie Tomas Schats

Hoeveel burn-outs heb jij gehad? Dat je een paar maanden niet normaal kon werken? Ik twee. Eentje toen ik rond de dertig was en de tweede rond m’n vijftigste.

Na de tweede keer bezwoer ik mezelf dat ik beter op mezelf zou passen en nooit meer over mijn grenzen zou gaan – lukt niet altijd, maar ik doe mijn best.

Vandaar (ook) dat ik sympathie had opgevat voor de ‘quiet quitters’, jongeren die stelselmatig onbetaald overwerk weigeren. Die precies volgens het boekje werken, doen waarvoor ze zijn aangenomen en betaald worden maar daarnaast niets extra’s doen. Ik stak hun vorige week een hart onder de riem. Dat het goed is dat ze grenzen stellen op het werk. Maar dat pleidooi viel niet bij iedereen in goede aarde.

Op LinkedIn noemde iemand hen zelfs „terroristen en lamzakken” van wie hij hoopte dat ze niet in zijn bedrijf voorkwamen. Het deed hem denken aan een „ambtenarencultuur”. Mij verweet hij „salonsocialisme” en noemde me „ongelooflijk dom” als ik niet inzag dat er KEIHARD gewerkt diende te worden in ons land, overal, om de Chinezen voor te blijven.

Een ander vond het maar verwende nesten, die quiet quitters. En vroeg zich af of ze misschien de reden waren dat de arbeidsproductiviteit hier niet meer stijgt, dat „start-ups wegkwijnen”, dat de innovatie stagneert. Maar ja, schreef hij: „Ik kom uit een generatie die minder verwend is. Ik moest knokken om iets tot stand te brengen.”

‘Werkgeluk-psycholoog’ Onno Hamburger vroeg zijn netwerk via LinkedIn welke associaties Nederlanders hebben bij quiet quitting. Er kwam één positieve terug, namelijk „stille zelfbescherming”. De rest varieerde van „stiekem prepensioen”, „langzaam sterven van binnen” tot „uitzitters”. „Geef ze toch een trap na, deze jongeren”, vond iemand op LinkedIn.

Wat ik ook interessant vond, was dat quiet quitters in de reacties „matennaaiers” werden genoemd. Dat als ze om 17 uur hun laptop dichtklappen omdat ze die dag wel genoeg hebben gewerkt, ze daarmee automatisch andere collega’s met overwerk opzadelen. Alsof de werkgever daarin totaal geen rol speelt.

Je kon ook nooit gelukkig worden als je altijd volgens het boekje werkte, vonden anderen. „Een zesjescultuur” is totaal niet inspirerend. „Waar is de passie” bij dit soort jongeren, vroeg iemand zich af.

En ineens dacht ik: vind je het gek dat zoveel jongeren met stress kampen? Als ze, zodra ze niet in de ratrace mee willen, deze golf van calvinisme over zich heen krijgen?

Ik ben niet gek hoor, ik weet ook wel dat je nergens komt als je niet geregeld meer uren werkt dan er in je contract staan. Vooral als je begint in een ‘dom baantje’ en je een interessantere baan probeert te bemachtigen. Jezelf profileren moet je in je eigen tijd doen, met alleen doen waarvoor je betaald wordt, speel je je niet in de kijker.

Kun je überhaupt iets bereiken als je nooit langere tijd achter elkaar onbetaald overwerkt? Ik denk het niet. Dat is wat bedrijven bedoelen als er staat dat je ‘flexibel’ moet zijn. Dat staat er nooit bij, daar moet je zelf achter komen.

Er zijn ook mensen die niet eens quiet kúnnen quitten. Omdat ze daarmee anderen beschadigen. In de zorg, in het onderwijs. Bij de politie. Dan kun je niet om 17 uur zeggen: ik stop met reanimeren, met het nakijken van 93 proefwerken of met een klopjacht.

En dan zijn er nog de mensen die verslaafd zijn aan hun werk. Die zich niks leukers kunnen voorstellen, die gedragen worden op de vleugels van geluk en succes en dat nooit meer willen opgeven. Wie gaat het rustiger aan doen als alles lukt, het niet op kan en je eindelijk op de plek bent waar je altijd al wilde zijn?

Je kunt natuurlijk net doen of je jezelf helemaal te pletter werkt en op die manier een betere baan bemachtigen. Doen heel veel mensen. Maar als je zo niet in elkaar zit? Dan loop je al snel het risico jezelf op te branden.

Sterker nog, ik denk soms weleens: iedereen die z’n werk serieus neemt en ‘hogerop’ wil, loopt vroeg of laat tegen een burn-out aan. Een burn-out hoort erbij.

Misschien dat we dát de quiet quitters moeten uitleggen. Dat we een cultuur hebben geschapen waarin je kunt kiezen: of op je strepen gaan staan, jezelf beschermen tegen te veel werk, matennaaier genoemd worden en nergens komen. Of er helemaal voor gaan en iedereen en jezelf plezieren en daarvoor vroeg of laat de prijs betalen van een burn-out.

Maar dan heb ik nog wel een vervolgvraag. Wat als jongeren bij gebrek aan waardering, perspectief op een huis, een leefbare planeet en een Europa zonder oorlog die keuze allang gemaakt hebben? Terroristen, lamzakken?

Zeggen jullie het maar.

Dit waren de Parels deze week op Twitter