VVD, CDA en SGP willen NAVO-norm van 2 procent aan defensie wettelijk verankeren

Wetsvoorstel De wet moet voorkomen dat Nederland in tijden van relatieve vrede weer op defensie bezuinigt.
Een tankcommandant van een Leopard 2A6, tijdens een militaire oefening.
Een tankcommandant van een Leopard 2A6, tijdens een militaire oefening. Vincent Jannink/ANP

Om de politieke „waan van de dag” minder bepalend te laten zijn, willen VVD, CDA en SGP dat de NAVO-norm van 2 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) aan defensie wettelijk wordt verankerd. Dat staat in het wetsvoorstel van Chris Stoffer (SGP), Peter Valstar (VVD) en Derk Boswijk (CDA), dat dinsdag naar de Kamer gaat. Met de wet willen de drie partijen voorkomen dat de defensie-uitgaven in tijden van vrede weer dusdanig worden teruggeschroefd dat de krijgsmacht niet goed kan functioneren.

Uitgaven aan defensie staan sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in veel NAVO-landen weer hoger op de prioriteitenlijst. Na decennia waarin bezuinigingen de norm waren, maakte defensieminister Kajsa Ollongren (D66) in het voorjaar bekend jaarlijks 5 miljard euro extra in defensie te gaan investeren. Dat is een stijging van 40 procent vergeleken met de begroting van vorig jaar. De ene helft van de miljarden gaat naar nieuwe wapens, de andere helft naar ondersteunende eenheden.

Door de nieuwe investering kan Nederland erin slagen om in 2024 en 2025 de NAVO-norm van 2 procent van het BBP aan defensie te halen. Dat is inmiddels weer een lange tijd geleden. Besteedde Nederland in 1990 nog 2,4 procent van het BBP aan defensie, in 2019 was dat nog maar 1,1 procent. Nederland vormde wat betreft de NAVO-norm geen uitzondering. Alleen Litouwen, Letland, Estland, Kroatië, het Verenigd Koninkrijk, Polen, Griekenland en de VS voldeden in 2021 aan de norm.