Voormalig inspecteur-generaal: NAM was ‘woedend’ op advies productieverlaging

Inspecteur-generaal Harry van der Meijden (Staatstoezicht op de Mijnen) verklaart de vragen van de parlementaire enquêtecommissie correct te beantwoorden.
Inspecteur-generaal Harry van der Meijden (Staatstoezicht op de Mijnen) verklaart de vragen van de parlementaire enquêtecommissie correct te beantwoorden. Foto Bart Maart/ANP

Al tijdens zijn sollicitatieprocedure voor de positie van inspecteur-generaal bij het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) viel Harry van der Meijden van de ene verbazing in de andere. In de selectiecommissie zat een vertegenwoordiger van NOGEPA, de brancheorganisatie voor gas- en oliebedrijven in Nederland. „Ik vond het niet vanzelfsprekend dat iemand die de sector vertegenwoordigt waarop jij toezicht houdt, aanwezig is bij een sollicitatiegesprek”, vertelde de voormalig inspecteur-generaal (2014-2017) dinsdag voor de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag. „Dat vind ik niet zuiver.”

Later in de sollicitatieprocedure kreeg hij een vraag van een ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken (EZ): wat hij zou doen als de minister een advies van het SodM naast zich neerlegt? „Ik ga ervan uit dat de minister het advies aan de Kamer kenbaar maakt”, antwoordde hij. Maar vragen over zijn aandelenpakket kreeg hij tot zijn grote verbazing niet. Hij kaartte dat later aan bij een topambtenaar van EZ – dat hij zelf afstand deed van aandelen in bedrijven waarop hij nu toezicht moest houden, maar dat hij had verwacht dat de selectiecommissie hem daarop zou bevragen. Daarin was de sollicitatiecommissie volgens hem „niet zorgvuldig”.

De komst van Van der Meijden als inspecteur-generaal van het SodM kwam niet zonder kritiek tot stand vanwege zijn jarenlange carrière bij Shell. Ook hijzelf stelde vraagtekens, want hij voorzag „spanningsvelden”. Maar, zei Van der Meijden later in het verhoor, „ook een oud-Shelltopman kan goed toezicht houden.”

Sluimerende oorlog
In 2016 praat Van der Meijden minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) bij over het advies van het SodM om de gaswinning terug te schroeven naar 24 miljard kubieke meter aardgas per jaar. Dat waren gebruikelijke afspraken, waarbij de minister werd ingelicht over het advies, voordat het openbaar werd.

Maar tot Van der Meijdens grote verbazing zat niet alleen de minister met zijn ambtenaren aan tafel, maar ook de directeur van de NAM Gerald Schotman en de aandeelhouders van het gasbedrijf Dick Benschop (Shell) en Joost van Roost (Esso Nederland). „Dat was een zeer ongemakkelijke vergadering”, zei Van der Meijden, die zich „totaal overrompeld” voelde door de aanwezigheid van de drie directeuren.

De NAM was volgens Van der Meijden „woedend” over het advies van het SodM. Na afloop liep Schotman, geflankeerd door Benschop en Van Roost, op Van der Meijden af en beet hem toe dat de inspecteur-generaal „alleen tevreden is als de productie nul is”. Hij antwoordde dat het hem ging om de veiligheid en niet om de productiecijfers.

Zijn relatie met EZ beschreef Van der Meijden als een „sluimerende oorlog”. Toen het SodM zelf besloot om „ongecensureerd” persberichten te sturen, werd EZ „nerveus”. Op verstuurde Kamerbrieven moest het SodM „alert zijn”, omdat het SodM-advies soms werd aangepast. Met EZ „moest alles bevochten worden”, concludeerde Van der Meijden. „Het was knokken, het ging er soms knetterhard aan toe.”

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: Oud-directeur NCG: als er niks geks gebeurt, kan versterking in 2028 klaar zijn