Dennis (Yannick Jozefzoon) wisselt in ‘Femi’ woede-uitbarstingen af met hulpeloze pogingen tot toenadering.

Interview

Trauma bezweren met voodoo in plaats van therapie

Interview | Dwight Fagbamila, regisseur In zijn opmerkelijke debuut combineert regisseur Dwight Fagbamila rauw realisme met mystiek.

Hij lijkt iedere seconde te kunnen uithalen, de hoofdpersoon van het opmerkelijke debuut Femi. De 21-jarige Dennis is één brok opgekropte emoties. Hij is niet alleen agressief tegen zijn omgeving, inclusief zijn zwangere ex-partner, ook in zijn hoofd lijkt er permanent een gevecht gaande. Zo ziet hij zijn Nigeriaanse vader, die zelfmoord pleegde, opduiken in dromen over zijn toekomstige kind en heeft hij zelf suïcidale gedachten. Zijn oplossing voor de herinneringen die hem terroriseren is geen therapie, maar voodoo.

Regisseur Dwight Fagbamila (1993) is geïntrigeerd door het thema afwezige zwarte vaders, vertelt hij. Hij gebruikte het gegeven in zijn afstudeerfilm Babatunde en kent ‘het vaderloze bestaan’ uit eigen ervaring. „Mijn Nigeriaanse vader leeft nog, maar hij is gescheiden van mijn moeder toen ik een jaar of vijf was, ging in Londen wonen en pendelde op en neer.”

Zwarte jongens die zonder vader opgroeien duiken wel vaker op in Amerikaanse films. Het leidt soms tot personages die vaderfiguren zoeken én vinden in de onderwereld. Bekend voorbeeld is Oscarwinnaar Moonlight. In Fagbamila’s film leidt het opgroeien zonder vaderfiguur tot zelfhaat. „Dennis krijgt in de film ruzie met bijna alle personages van kleur, scheert z’n krullen en zelfs z’n schaamhaar en vindt het gekleurde gedeelte van zichzelf heel erg moeilijk.”

Opgroeien als „gemixte” jongen van kleur in een bijna volledig witte omgeving kan leiden tot een identiteitscrisis, vertelt de regisseur. „Bij mij leidde deze zoektocht nooit tot depressies zoals bij Dennis. Maar zijn gedrag is wél een dramatisering van gevoelens die ik zelf heb gehad, namelijk dat je nooit echt ergens thuishoort en dat je aan iets wilt voldoen wat onmogelijk is. In Nederland werd ik altijd gezien als zwart en in Nigeria als wit.”

Dat Dennis zich nergens thuis voelt lijkt in de film niet expliciet te komen door zijn omgeving? „Ik heb zelf in vergelijking met andere zwarte of gemixte jongens weinig te maken gehad met racisme van buitenaf. Natuurlijk ben ik wel eens staande gehouden door de politie zonder reden, maar nooit op dezelfde structurele basis als velen om mij heen.

„Ik vond het dus eerlijker en interessanter om in mijn film te kijken naar geïnternaliseerd racisme. Zelf had ik bijvoorbeeld een stemmetje in mijn hoofd dat me vertelde dat ik me voorbeeldig moest gedragen in het bijzijn van autoriteiten of dat ik geduldig moest zijn tegenover ouderen die tijd nodig hebben om zich aan te passen aan de huidige wereld waarin je niet meer alles kan zeggen en doen.”

Voodoo-rituelen

Yannick Jozefzoon wisselt in de film als Dennis zeer overtuigend woede-uitbarstingen af met hulpeloze pogingen tot toenadering. Hij is terecht voor een Gouden Kalf genomineerd. Zijn personage gaat op zoek naar een ‘oplossing’ voor de negatieve spiraal waarin hij zit in de cultuur van zijn overleden vader. Meer specifiek in voodoo-rituelen zoals die bestaan in het West-Afrikaanse Ifa-geloof, waarin je via spreuken en magie mensen en hun gedrag kunt beïnvloeden. Het levert enkele thriller- en horrorachtige momenten op. Fagbamila: „Mijn vader en Nigeriaanse familie zijn moslim, maar je merkt dat ze andere West-Afrikaanse religieuze tradities en elementen wel kennen én respecteren. Mijn vader waarschuwde me bijvoorbeeld als ik mensen bezocht die met de duistere kant van Ifa bezig zijn: laat ze niet aan je hoofd zitten, wie weet bezweren ze je.”

Lees ook een column van Sabeth Snijders over onder meer ‘Femi’: Nederlandse film wentelt in dood en rouw

Behalve af en toe een waarschuwing deed Fagbamila’s vader weinig moeite om Nigeriaanse tradities, het geloof of de taal mee te geven aan zijn zoon. „Doodzonde” noemt de jonge regisseur dat. „Er zijn allerlei zaken die een grote rol speelden in de levens van mijn grootouders, maar die ik nooit zal kunnen doorgeven aan mijn kinderen.” Hij ging dus zelf op onderzoek, las veel en sprak met een babalao, een soort Ifa-consulent of priester. Juist omdat hij er zo weinig vanaf wist, wilde hij deze tradities verbeelden in zijn film. „Je hebt toch het gevoel dat het ook onderdeel is van wie je bent.”

Femi speelt zich af in Eindhoven. „Een enorm ondergebruikte setting in de Nederlandse cinema”, stelt Fagbamila. En dat zegt hij niet alleen omdat hij nooit ergens anders heeft gewoond en gewerkt. Zijn film speelt zich af op wat grauwe locaties: leegstaande fabriekspanden, arbeidershuisjes, een raamprostitutiebuurt. Maar de regisseur laat deze plekken vaak baden in opvallende kleuren; zo werpt het stadion van PSV zijn rood-witte licht op het woonwijkje van Dennis’ moeder. Het zorgt voor een onwezenlijke sfeer die wel past bij een film die rauw realisme combineert met mystiek. Fagbamila: „Ik zie Eindhoven als een zoekende stad na het vertrek van Philips. Grote bedrijfspanden hebben heel lang leeggestaan en krijgen nu allemaal nieuwe, hippe bestemmingen. Dat zoekende karakter van de stad vond ik een mooie spiegel voor het karakter van de hoofdpersoon.”