Een voltijdbonus gaat niet alle vrouwen ertoe motiveren meer uren te werken, vermoedt SCP

Werkende vrouwen Beleid om vrouwen met oudere kinderen te stimuleren meer te werken ontbreekt. Een bonus voor ‘voltijd’ heeft weinig effect.

De ‘voltijdsbonus’ zou moeten helpen tegen nijpende personeelstekorten, door mensen een extraatje te geven als zij volledig gaan werken.
De ‘voltijdsbonus’ zou moeten helpen tegen nijpende personeelstekorten, door mensen een extraatje te geven als zij volledig gaan werken. Foto Remko de Waal/ANP

De ‘voltijdsbonus’ die het kabinet momenteel met extra „urgentie” onderzoekt om de krapte op de arbeidsmarkt tegen te gaan, zal bij zeker één belangrijke potentiële doelgroep nauwelijks effect hebben: oudere moeders die nu deeltijds werken. Dat stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een woensdag verschenen onderzoek naar de arbeidsparticipatie van vrouwen.

Voor deze groep vrouwen is de zorg voor hun inmiddels al wat oudere en zelfstandigere kinderen vaak (een stuk) minder intensief, waardoor zij in theorie meer zouden kunnen gaan werken. Dat zou ook goed zijn voor de emancipatie van vrouwen, aldus het SCP, omdat het hun financiële onafhankelijkheid vergroot en er zo uiteindelijk meer vrouwen in leidinggevende posities terechtkomen. Nergens ter wereld werken nu meer vrouwen in deeltijd dan in Nederland.

Maar een bonus voor een volledig dienstverband gaat vrouwen met oudere kinderen en een deeltijdbaan er niet toe verleiden meer uren te werken, vermoedt het SCP. Want „geld is voor de meesten van hen niet de enige stimulans. Heel veel andere factoren spelen ook een rol, zoals dat het werk inhoudelijk ook interessant moet zijn of dat meer uren maken makkelijk te regelen is bij de werkgever.” Het SCP ondervroeg voor zijn onderzoek 525 vrouwen met kinderen in de leeftijd van 8 tot 24.

Beleid schiet tekort

In plaats van een bonus zou het kabinet beter werken aan een „breder pakket” van beleidsmaatregelen, waarbij gedacht kan worden aan onder andere het faciliteren van „dag-arrangementen” voor schoolgaande kinderen, het stimuleren van meer „zorgvriendelijke culturen” bij bedrijven en betere levensloopbaanbegeleiding. Het overheidsbeleid dat er nu is, schiet tekort, want het is vooral gericht op moeders met jonge kinderen (denk aan verlofregelingen en kinderopvang). Als die beleidsmakke wordt opgelost, kan een groot arbeidspotentieel aangeboord worden. De groep moeders met oudere kinderen maakt de helft uit van alle in deeltijd werkende vrouwen.

Met zijn kanttekeningen schaart het planbureau zich bij andere critici van de voltijdsbonus. In juni kondigde het kabinet een ‘actieplan’ aan tegen de nijpende personeelstekorten. Een van de ideeën is om mensen een financieel extraatje te geven als zij volledig gaan werken. Tijdens de Politieke Beschouwingen van vorige week maanden de twee grootste coalitiepartijen, VVD en D66, het kabinet om haast te maken met zo’n maatregel. Minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) kondigde daarop aan met extra „urgentie” de mogelijkheden en haalbaarheid van een bonus te onderzoeken.

Het plan stuitte eerder ook op kritiek. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde vorig jaar (het idee voor een voltijdsbonus ligt al op tafel sinds de coronacrisis, toen er grote tekorten in de zorg en het onderwijs ontstonden) dat de Nederlandse arbeidswetgeving het in principe verbiedt onderscheid te maken tussen werknemers op grond van een verschil in arbeidsduur. Alleen als daar een hele goede reden voor was, kon hierop een uitzondering worden gemaakt. Maar daarvan was „geen sprake”. En als de bonus niet zou worden uitgekeerd aan werknemers die nu al voltijds werken (van wie een ruime meerderheid mannelijk is) zou dat discriminerend kunnen zijn.

Vanuit de zorgsector klonk dezelfde kritiek als het SCP nu uit. Brancheorganisatie Actiz ziet liever een structurele salarisverhoging voor al het personeel, inclusief deeltijdwerkers. Een voltijdsbonus zou „toch voornamelijk bij artsen terechtkomen, en die verdienen al een stuk meer”.

Eens deeltijd, altijd deeltijd

Het SCP roept in zijn onderzoek op tot „een breed maatschappelijk debat” over de wijze waarop betaald en onbetaald werk nu zijn georganiseerd. Het valt de onderzoekers op dat grote aantallen vrouwen na de komst van hun kinderen deeltijds gaan werken, en dat óók blijven doen als de kinderen groter zijn, of zelfs helemaal het huis uit zijn. Twee op de drie vrouwen werken na de komst van hun kinderen nooit meer zoveel als ze deden voordat er kinderen kwamen. De titel van het onderzoek luidt daarom ‘Eens deeltijd, altijd deeltijd’.

Dit is volgens het SCP het gevolg van een „diep ingesleten deeltijdcultuur en -structuur” in Nederland, waarbij het vrijwel altijd vrouwen zijn die na de komst van kinderen minder gaan werken. Werkgevers en ook vrouwen zelf en hun partner vinden dat „vanzelfsprekend”, schrijft het SCP. „Subtiel en minder subtiel worden vrouwen richting een deeltijdbaan geloodst als ze kinderen krijgen. Als ze dat daarvoor al niet deden.”

Om dat te doorbreken is ander beleid nodig, aldus het SCP, maar óók een groot maatschappelijk debat over „de vraag hoe we arbeid en zorg in de toekomst willen organiseren”. „We kunnen immers niet en zorgen voor de kinderen, en full-time werken, en vrijwilligerswerk doen en mantelzorgtaken op ons nemen.”