Recensie

Recensie Beeldende kunst

Propagandistisch Stedelijk wil zo veel, dat de kunst de vrijheid verliest

Vaste collectie De nieuwe collectiepresentatie 1880 – 1950 van het Stedelijk Museum Amsterdam maakt de kunst ondergeschikt aan het brengen van de juiste boodschap.

Picasso en Matisse als voorbeelden van oriëntalisme in de collectiepresentatie 1880 - 1950 in het Stedelijk Museum Amsterdam.
Picasso en Matisse als voorbeelden van oriëntalisme in de collectiepresentatie 1880 - 1950 in het Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Gert Jan van Rooij

Het Stedelijk Museum Amsterdam wil zichzelf opnieuw uitvinden en weer aansluiting vinden bij actuele ontwikkelingen in de kunst en het kunstdebat. Onder het directeurschap van Rein Wolfs zijn diversiteit, inclusiviteit en postkoloniaal perspectief de belangrijkste pijlers van het tentoonstelling- en verzamelbeleid. Steeds benadrukt Wolfs dat er niet één kunstgeschiedenis is, maar veel verschillende geschiedenissen en dat hij recht wil doen aan perspectieven die tot voor kort in het Stedelijk onderbelicht zijn gebleven, zoals kunst van vrouwen en van niet-westerse kunstenaars.

Dit zijn relevante en noodzakelijke uitgangspunten voor een museumbeleid en ze krijgen gestalte in de nieuwe collectiepresentatie – de opvolger van Stedelijk Base, de collectiepresentatie die net geen vijf jaar in de kelder van het museum te zien is geweest. Die presentatie is nu, met het derde deel getiteld Yesterday Today, van 1880 tot 1950, compleet. Eerder openden Tomorrow is a Different Day (●●●●●), met kunst en design van 1980 tot nu en Everyday, Someday and Other Stories (●●●●), van 1950 tot 1980. In de twee eerdere deelpresentaties worden de verwachtingen op verschillende momenten in de tentoonstelling waargemaakt. In de zaal met hedendaagse werken van El Anatsui, Sigmar Polke, Sheila Hicks en Willem de Rooij, in Tomorrow is a Different Day, komen de verschillende perspectieven bij elkaar. Dit ensemble staat als een huis. Hetzelfde geldt voor de combinatie van de sculpturen van Magdalena Abakanowicz en Lee Bontecou en de zaal met futuristische en utopische meubelontwerpen in Everyday, Someday and Other Stories.

De tentoonstelling zegt veel over het Stedelijk, maar heel weinig over de getoonde kunst

Allegaartje

Met het vroegste deel van de collectiepresentatie Yesterday Today gaat het echter mis. Opnieuw is er de focus op politieke en maatschappelijke ontwikkelingen en op werk van vrouwelijke en niet-westerse kunstenaars. Maar het is een allegaartje van kunstwerken waarvan de samenhang inhoudelijk noch visueel te begrijpen is. In de eerste zaal bijvoorbeeld hangen schilderijen kriskras door elkaar, van de negentiende-eeuwse impressionist Breitner en de modernistische Stijlschilder Bart van der Leck tot aan action painter Jackson Pollock. Deze schilderijen hebben niets met elkaar te maken, behalve dat ze, zo blijkt uit de zaaltekst, afkomstig zijn uit de verzamelingen van vrouwelijke collectioneurs. Over de achtergrond van deze verzamelingen van vrouwen wordt vrijwel niets medegedeeld, dus het is een raadsel wat hiermee wordt betoogd. Dat vrouwen ook goed kunnen kijken of op de hoogte waren van ontwikkelingen in de kunst? Over de getoonde kunst zegt dit allemaal niets.

Zaalopstelling ‘Yesterday Today’, collectiepresentatie 1880 - 1950 in het Stedelijk Museum Amsterdam.
Foto Gert Jan van Rooij
Zaalopstelling ‘Yesterday Today’, collectiepresentatie 1880 - 1950 in het Stedelijk Museum Amsterdam.
Foto Gert Jan van Rooij
Zaalopstelling ‘Yesterday Today’, collectiepresentatie 1880 - 1950 in het Stedelijk Museum Amsterdam.
Foto’s Stedelijk Museum Amsterdam

En zo is het met de hele presentatie. Om te begrijpen waarom objecten bij elkaar zijn opgesteld moet eerst de toelichting worden gelezen en vervolgens is die toelichting te oppervlakkig om een thema of het werk te verduidelijken, laat staan uit te diepen. Bij het onderwerp ‘Massa en Macht’ hangt een schilderij met halfdierlijke, halfmenselijk monsters van de surrealist Max Ernst naast een cartoonesk werk van George Grosz van een roerige mensenmassa die wordt opgehitst door een volksmenner met een hakenkruis op zijn stropdas. Tussen de twee schilderijen is geen enkele synergie. Over Grosz en Ernst wordt slechts meegedeeld dat zij met argwaan keken naar het opkomende fascisme en militarisme in Duitsland.

Picasso als oriëntalist

Bij het thema ‘Oriëntalisme’ wordt verwezen naar de kritische cultuurtheorie van Edward Saïd. Volgens Saïd is het Europese perspectief op de ‘Oriënt’ de uitkomst van een tendentieuze tegenstelling tussen de westerse cultuur als zijnde rationeel en vooruitstrevend en de oosterse cultuur als sensueel en primitief. Het genre van de odalisk, de liggende haremvrouw, dat begin 20e eeuw populair was, zou Saïds theorie illustreren. Je zou Odalisque van Matisse, die in 1912 en 1913 naar Marokko reisde, op deze manier kunnen interpreteren. Maar het is wel heel ver gezocht om Femme nue devant le jardin van Picasso – die trouwens zijn leven lang liggende naakten tekende en schilderde – in deze specifieke context te plaatsen. Het is een schilderij dat bovendien uit 1956 dateert.

Pablo Picasso, Femme nue devant le jardin, 1956, alkydverf op doek.
Foto Stedelijk Museum Amsterdam
Pablo Picasso, Femme nue devant le jardin, 1956, alkydverf op doek.
Foto Stedelijk Museum Amsterdam

De tentoonstellingsaanpak zegt veel over het Stedelijk Museum, dat pogingen doet om het eigen bestaan moreel en politiek te rechtvaardigen, maar heel weinig over de getoonde kunst. Daarbij worden te veel thema’s en onderwerpen aangekaart zonder ze op een interessante manier uit te diepen. Het resultaat is een saaie tentoonstelling, want het is een aanpak die nivellerend werkt op de kunst.

Niet alleen in het Stedelijk Museum en niet alleen in Nederland, maar in heel het internationale officiële kunstcircuit wordt de kunst in de greep gehouden van het brengen van de juiste boodschap. De recente gebeurtenissen rond de Documenta en de vermeende antisemitische motieven van de organisatoren zijn er ook een voorbeeld van. Artistieke waarden spelen in deze discussies geen enkele rol.

Reflectie

Kunstwerken hebben inderdaad iets te zeggen over de werkelijkheid waarin we leven. Minstens even belangrijk is dat ze ook altijd gaan over zichzelf als kunstwerk en over kunst in bredere zin, bijvoorbeeld over de artistieke positie die het werk in wil nemen en welke blik het van de beschouwer verlangt. Een kunstwerk gaat altijd over beeld, over visualiteit, en over een esthetische ervaring, esthetisch in de zin van waarneming van de wereld, een bepaalde blik daarop. Dat brengt met zich mee dat een concrete betekenis of boodschap van het kunstwerk wordt opgeschort, en dat het kunstwerk niet bruikbaar of toepasbaar is als propaganda. Er zijn altijd meer interpretaties mogelijk en de beschouwer wordt aangezet tot reflectie op de eigen positie jegens een bepaald onderwerp.

Precies deze vrijheid, de vrijheid om een kunstwerk in artistieke en inhoudelijke zin te waarderen en te begrijpen, een vrijheid die essentieel is voor de kunst en voor onze omgang ermee, wordt door het propagandistische karakter van Yesterday Today aan de beschouwer ontnomen.