Parlementaire enquête

Week 5: Hans Alders (Nationaal Coördinator Groningen) en minister Ollongren

In dit blog doet NRC verslag van de verhoren in de parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen. Eind juni vond de eerste week plaats en na een zomerpauze van acht weken zijn de openbare verhoren eind augustus weer hervat. In totaal worden zo’n zeventig mensen gehoord.

Ollongren: Wiebes maakte ‘te rooskleurige’ inschatting van de versterkingsoperatie

Al weken waren er begin 2018 overleggen tussen verschillende ministeries over de gaswinning in Groningen. Er moest snel iets gebeuren om de aardbevingen in de regio te verminderen. Maar op het moment dat toenmalig minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) in maart 2018 besloot om de gaskraan in de toekomst dicht te draaien, kwam dat toch als een verrassing, vertelde voormalig minister van Binnnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties Kajsa Ollongren (D66) vrijdag voor de parlementaire enquêtecommissie.

Wiebes beredeneerde dat er minder huizen versterkt hoefden te worden als er minder gas zou worden gewonnen. Immers, minder gaswinning leidde tot minder aardbevingen. Maar „de vraag was of dat echt zo was”, zei Ollongren. „Dat wisten we niet.” Ook had Ollongren kritische kanttekeningen over het alternatief: „We moesten goed nadenken over de dreiging van nog meer afhankelijkheid van Russisch gas.”

In de ministerraad waren de cijfers duidelijk: de gaskraan in 2030 naar nul zou leiden tot 4.200 minder te versterken huizen en een besparing van 1,9 miljard euro, vertelde Ollongren. Die berekening vond Ollongren „heel tentatief.” Haar topambtenaar waarschuwde Ollongren dat die cijfers „wishfull thinking” waren. Ollongren vond de verwachting van Wiebes ook „te rooskleurig”.

Lees ook: Veenstra’s huis is eindelijk veilig. Nu de duizenden andere huizen nog

Te technocratisch
In de loop van 2019 werd het ministerie van BZK verantwoordelijk voor de versterkingsoperatie. Dat ministerie had meer ervaring met wonen, bouwen en de omgang met gemeenten. Terugkijkend had het ministerie van Economische Zaken de versterkingsoperatie „te technocratisch” aangepakt, zei Ollongren. „Het gaat om mensen en hun thuis.”

Die technocratische benadering leidde tot grote verschillen: de huizen aan de ene kant van de straat werden wel versterkt en aan de andere kant niet. „Technisch was dat misschien helemaal in orde, maar menselijk was het niet te begrijpen”, zei Ollongren. „De gedachte dat je iets op de tekentafel kunt bedenken zonder overleg met regiobestuurders en bewoners werkt in de praktijk helemaal niet.”

Ondanks verwoede pogingen tot versnelling van de versterkingsoperatie, zijn nog steeds duizenden panden niet versterkt. Inmiddels wordt er rekening gehouden met de versterking van mogelijk 27.000 panden. Pas een vijfde daarvan is intussen versterkt. Ollongren, inmiddels minister van Defensie, kondigde vorig jaar aan dat de versterkingsoperatie in 2028 afgerond moet zijn en gelooft nog steeds dat dat kan lukken.

Onderschat heeft ze de versterkingsoperatie niet, zei Ollongren. Ze wisten op het ministerie hoe groot de operatie was. Wel was het „weerbarstig” om de uitvoering goed te krijgen. Had ze dan de weerbarstigheid onderschat, vroeg voorzitter Tom van der Lee (GroenLinks)? „Dat zou goed kunnen”, antwoordde Ollongren.

Kajsa Ollongren bij het verhoor in de Tweede Kamer. Foto Bart Maat/ANP

Topambtenaar BZK noemde berekeningen EZ over versterkingsoperatie ‘wishful thinking’

Dat met het dichtdraaien van de gaskraan het aantal te versterken huizen aanzienlijk zou dalen was „wishful thinking”, schreef topambtenaar Chris Kuijpers van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) aan zijn minister in een nota voorafgaand aan dat besluit in 2018. Zou de gaskraan dichtgaan in 2030, dan hield het ministerie van Economische Zaken rekening met de versterking van slechts drieduizend huizen. „Dat lijkt me zeer optimistisch en ook niet realistisch”, citeerde Kuijpers een mail van een collega aan hem. Hij kreeg gelijk, aangezien de huidige versterkingsoperatie rekening houdt met de versterking van mogelijk 27.000 panden.

In 2018 besloot toenmalig minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) de gaskraan dicht te draaien, zodat er minder huizen in Groningen preventief versterkt hoefden te worden vanwege de aardbevingen in het gebied. De gedachte vanuit het ministerie was dat minder gaswinning zou leiden tot minder bevingen en dus minder benodigde versterkingsmaatregelen.

Een jaar na dat besluit raakte het ministerie van BZK betrokken bij de versterkingsoperatie. De uitvoeringsorganisatie NCG viel vanaf 2019 onder BZK, omdat het ministerie meer ervaring had met bouwen, wonen en regiobestuur, vertelde Kuijpers vrijdag voor de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag. Maar de afhandeling van de schade verliep via een andere instantie, die onder het ministerie van EZK viel. Bewoners hadden tot hun grote frustratie te maken met twee loketten, terwijl de schade en versterking hetzelfde huis betrof. „Als je vanuit nul zou starten zou je het gelijk bij elkaar kunnen zetten”, reflecteerde Kuijpers.

Trage versterkingsoperatie
De versterkingsoperatie in Groningen verliep vanaf het begin uitermate traag. Toen de NCG verantwoordelijk werd, bleek dat er veel minder versterkingsrapporten waren gemaakt dan gedacht. „Ook was de kwaliteit van de stukken erg laag”, zei Kuijpers. Die versterkingsrapporten kwamen van het CVW, een organisatie die vanaf 2015 tot en met 2019 verantwoordelijk was voor de versterking en werkte in opdracht van de NAM.

Nadat het CVW uit de versterkingsoperatie werd gehaald, bleef de NAM invloed uitoefenen, vertelde Kuijpers. De NAM wilde continu dat volgens de nieuwste veiligheidsnormen de huizen werden beoordeeld. „Prima”, zei Kuijpers. „Maar de NAM wilde dat bij voorkeur met terugwerkende kracht.” Dus als huizen al beoordeeld waren, wilde de NAM die opnieuw beoordelen volgens nieuwere normen. „Dat was een belangrijke oorzaak van de vertraging van de versterking”, zei Kuijpers. „Het is alsof bij de uitbouw van je huis de criteria tijdens het bouwen veranderen, dan is de uitbouw niet snel klaar.”

Aan tafel met bewoners
Kuijpers, inmiddels niet meer betrokken bij het dossier omdat het sinds de kabinetswisseling weer onder EZK valt, vindt dat er te lang naar de versterking is gekeken als een „vrij technische veiligheidsoperatie”. Uiteindelijk, zei Kuijpers, gaat het om mensen hun huis, omgeving en leefbaarheid. „We hadden meer oog moeten hebben voor de geestelijke ondersteuning.”

Daarbij is een belangrijke les volgens Kuijpers dat er „indringender” had moeten worden gedacht vanuit het perspectief van de bewoners. „Je kunt stukken lezen en mailtjes beantwoorden, maar pas als je in het gebied en aan de tafel zit met bewoners zie je wat er echt gebeurt.”

Oud-directeur NCG: als er niks geks gebeurt, kan versterking in 2028 klaar zijn

Peter Spijkerman, die in augustus vertrok als directeur van de NCG, de organisatie die de massale versterking van huizen in Groningen moet regelen, acht de kans „substantieel” dat die megaklus, waarbij steeds veel vertraging is geweest, in 2028 afgerond kan zijn. Maar dan moeten er „geen grote gekke dingen gebeuren”, zei hij tegen de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag die hem donderdagmiddag had opgeroepen. Als de gaskraan toch weer verder opengaat, als er een zware aardbeving komt in Groningen of als er te weinig aannemerscapaciteit is, dan gaat het volgens hem niet lukken.

Twitter avatar marioomiskovic Mario Miskovic Hoe groot is de kans dat de versterkingsoperatie in 2028 is afgerond, wil de commissie weten. Dit is het antwoord van Peter Spijkerman. #pegas #rtvnoord https://t.co/xHoH7Aka9I

De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) was bij de oprichting in 2015 één persoon (Hans Alders) met medewerkers, maar toen Spijkerman in 2018 begon was het een organisatie, waarvan hij directeur werd. Hij vertrok in augustus, na drieënhalf jaar. Op de vraag van de enquêtecommissie waarom hij gestopt is, zei hij: „Je ziet het niet, maar ik ben al 61.” Hij wilde meer tijd besteden aan zijn gezin en aan hobby’s, zei hij, zoals hij ook in andere media heeft verklaard. Maar uit zijn relaas bleek ook wel dat het werk bij de NCG hem zwaar was gevallen. „Het was heel intensief. Ik stond ermee op en ging ermee naar bed.”

Tempo onvoldoende
De NCG heeft een totale werkvoorraad van 27.000 huizen. Daarvan zijn er pas 2.600 versterkt. Tienduizend zitten er nog in de planfase. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) oordeelde in juni dit jaar dat het tempo van de versterking „ruimschoots onvoldoende” is om de operatie in 2028 afgerond te hebben. De voormalige NCG-directeur geeft toe dat de versterkingsoperatie onder zijn leiding niet het tempo heeft bereikt waarop werd gehoopt. „Ze hebben wel gelijk, het duurt veel te lang”, zei hij tegen de enquêtecommissie. „Dat is een beetje mijn frustratie. Ik kan geen ijzer met handen breken.” Toch bleef hij voorzichtig optimistisch over het halen van de doelstelling - klaar zijn in 2028. „Ik denk nog steeds dat het kan. Je moet dan wel echt timmeren.”

De vertraging lag niet alleen aan de NCG, zei hij. De versterkingsoperatie had voor zijn komst stilgelegen en „als het te lang stilstaat, gaat het stinken.” Bovendien werd er in politiek Den Haag „steeds weer wat nieuws” bedacht. Dat had hij „heel vervelend” gevonden. De discussie werd soms gevoerd op een „te hoog abstractieniveau”. „Als uitvoerder heb ik behoefte aan een rustige omgeving.”

Over zijn eigen functioneren oordeelde hij voorzichtig. Boven een interview dat hij eerder gaf aan regionale media had gestaan dat hij zichzelf een „dikke voldoende” gaf. Daarna had hij veel „bagger” over zich heen gekregen op sociale media. „Ik ben voor een stuk wel geslaagd. Ik ben niet tevreden en niet ontevreden.”

Foto Bart Maat / ANP Peter Spijkerman, oud-directeur NCG

Verweesdheid
Bij zijn komst in 2019 trof hij een organisatie in verwarring aan. „Er was onwetenheid: wat gaan we eigenlijk doen?”, vertelde hij. En er was „verweesdheid” en ook „wantrouwen” richting het ministerie van Economische Zaken, dat de NCG betaalde. Er waren „spanningen” met de regionale overheden. En er was veel „miscommunicatie” met het Centrum Veilig Wonen (CVW), dat de versterking in die tijd uitvoerde. De rolverdeling was „continu een worsteling”.

De NCG was bij de oprichting in 2015 opgezet als een ‘regie-organisatie’ die de samenwerking tussen alle verschillende partijen die bij de versterking waren betrokken, moest coördineren. Hans Alders was als Nationaal Coördinator Groningen de belichaming daarvan. Maar nadat Alders in 2018 boos was opgestapt, omdat toenmalig minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken) de regie naar zich had toegetrokken en lopende versterkingsprojecten had stilgelegd, kreeg de NCG een andere taak. Spijkerman moest de NCG omvormen tot een organisatie die de versterking zelf ging uitvoeren, aanvankelijk nog in samenwerking met het CVW. Spijkerman voerde twee reorganisaties uit, maar veel NCG-medewerkers vertrokken ook uit zichzelf, omdat ze zich niet op hun gemak voelden bij die nieuwe taak.

Er was met de andere betrokken partijen veel discussie over het karakter en de doelen van de versterkingsoperatie, vertelde hij: „Is dit een veiligheidsoperatie, een gebiedsontwikkelingsoperatie of een genoegdoeningsoperatie?” Hoewel het ministerie en de Nederlandse Aardoliemaatschappij, die de versterking moest betalen, wilden dat huizen alleen versterkt werden omwille van de veiligheid, had Spijkerman ook begrip voor de wens van gemeenten om de leefbaarheid in dorpen te verbeteren. „In mijn beleving hoeft het niet te bijten”, zei hij.

Voorzitter schadeloket wil ruimere bevoegdheden om Groningers te kunnen helpen

Bas Kortmann, voorzitter van het Instituut Mijnbouwschade (IMG), zou graag ruimere bevoegdheden en een „knelpuntenpot” willen hebben om de Groningers beter te kunnen helpen. Dat zei hij donderdagochtend tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag die de gaswinning onderzoekt. Liefst zou hij ook zien dat zijn organisatie één loket kan vormen met de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), de organisatie die verantwoordelijk is voor het versterken van huizen in Groningen. Als een huis schade heeft én moet worden versterkt, zou dat in één keer kunnen worden aangepakt, is de gedachte van Kortmann.

Commissievoorzitter Tom van der Lee (GroenLinks) stelde Kortmann de vraag wat hij in Groningen anders zou doen als zijn bevoegdheden groter zouden zijn. „Voor een groot deel is het achtergebleven economisch gebied in Nederland, waar het heel goed zou zijn als er iets gebeurt. We hebben een enorm profijt gehad met zijn allen in Nederland van de gasbaten die daar zijn ontstaan”, zei Kortmann. Hij pleitte voor een „deltaplan” waarbij niet huis-voor-huis maar straat-voor-straat wordt gewerkt. Hij zou dan willen afstappen van alle deskundigenrapporten die er nu nodig zijn om schade te herstellen. Maar hij beseft dat dit een „grote omslag” vergt.

Bewijsvermoeden
Het IMG is een onafhankelijk instituut dat sinds 2020 de schade van de gaswinning afhandelt en vergoedt, als opvolger van de in 2018 opgerichte Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG), waar Kortmann ook voorzitter van was. De IMG-voorzitter zei dat de mogelijkheden van zijn instituut om de Groningers echt goed te helpen nu beperkt zijn. Dat komt doordat het IMG niet meer mag doen dan zijn wettelijke taak uitvoeren, namelijk de schade vergoeden waarvoor de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) wettelijk aansprakelijk is. Het bedrijf dat het gas wint moet de schade aan de ‘achterdeur’ vergoeden.

Het vergoeden van de schade moet ‘ruimhartig’ gebeuren, en daarom is bepaald dat tot zes kilometer buiten het aardbevingsgebied schade vergoed wordt als het ‘aannemelijk’ is dat die door de gaswinning is veroorzaakt. Dat wordt het ‘bewijsvermoeden’ genoemd. Maar toch rijzen er regelmatig vragen over die causaliteit. En als dat verband er niet is, weigert het gasbedrijf de schade te betalen. Dat betekent dat het IMG bij alle schademeldingen zeer precies te werk moet gaan, legde Kortmann uit. De afhandeling van de meldingen duurt daarom vaak langer dan een half jaar en brengt hoge kosten met zich mee, omdat deskundigen de schade moeten onderzoeken. De Algemene Rekenkamer klaagde al een paar keer over de hoge uitvoeringskosten.

Sociale onrust
Bovendien komt het regelmatig voor dat het IMG een schade afwijst, bijvoorbeeld als het gaat om funderingsschade, die ook een andere oorzaak kan hebben. Dat leidt tot rechtszaken waarbij burgers in feite tegenover de Staat komen te staan. Onder meer gedupeerde Annemarie Heite, die al in juni werd verhoord, zei dat mensen die het in de rechtszaal moeten opnemen tegen de landsadvocaat „volstrekt kansloos” zijn.

Lees ook: Gedupeerde is kansloos nu overheid schade afhandelt

Het komt ook voor dat mensen in één straat verschillend worden behandeld. Bij het ene huis wordt dan wel schade uitgekeerd en bij het huis ernaast niet. Dat leidt tot grote sociale onrust in Groningen, ziet Kortmann. Om die verschillen te verkleinen en de uitvoeringskosten te drukken heeft het IMG al een regeling ingevoerd waarbij mensen die voor het eerst schade melden zonder verder onderzoek een eenmalige vergoeding van 5.000 euro kunnen krijgen, als ze dat willen. Kortmann zou ook voor grotere schades dit soort ‘forfaitaire’ regelingen willen invoeren, zei hij.

Daarnaast zou hij de schade liever per straat in plaats van per huis afhandelen. Maar dat kan niet zolang elke schade apart moet kunnen worden verantwoord tegenover de NAM. Het zou wel kunnen als er een schadefonds zou komen waaruit het IMG met meer vrijheid kan putten. Kortmann heeft dat als idee ingebracht bij de formatie van het kabinet Rutte IV, vertelde hij. Op de vraag hoeveel geld er in zo’n schadefonds zou moeten zitten, antwoordde hij: „In Brabant zeggen ze dan: veul.”

Opgestapte Groningen-coördinator Hans Alders voelde zich ‘belazerd’ door de NAM

Er waren grote verwachtingen toen Hans Alders in 2015 werd aangesteld als Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Hij moest er met zijn organisatie voor zorgen dat de versterking van huizen vaart zou krijgen. Al sinds de beving van Huizinge in 2012 was duidelijk dat die preventieve versterking nodig was, zodat mensen bij een zware beving hun huis veilig konden verlaten. Maar welke woningen en hoeveel, dat wist niemand. „De verwachtingen liepen uiteen van een paar honderd woningen tot 170.000”, zei Hans Alders woensdag voor de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag.

Maar voor die versterkingsoperatie was „niks” geregeld, ontdekte Alders op zijn eerste werkdag als NCG. „Er was geen kennis, er waren geen bouwnormen, geen mensen met ervaring, software was er niet in Nederland.” Terwijl minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) met de komst van de NCG had aangekondigd dat alle panden in Groningen binnen vijf jaar zouden zijn versterkt. „Dat was onmogelijk”, zei Alders toen al tegen de minister.

Samen met de gemeenten, provincie en de NAM – die laatste moest als gaswinner betalen voor een gedeelte van de versterkingskosten – ging Alders aan de slag. Hij had geen wettelijk mandaat om besluiten door te drukken, maar werkte op basis van samenwerkingsafspraken. Daar had de NAM mee ingestemd, maar het gasbedrijf betaalde alleen de kosten voor zover de veiligheid in het geding was. Dat leidde tot grote bemoeienis van de NAM; elke week was er overleg met de gaswinner over de meest „fabelachtige details”, zei Alders. Op een gegeven moment voelde hij zich zelfs „belazerd” door de NAM, die afspraken niet nakwam.

‘Het gaat om iemands thuis’
Uiteindelijk was er in 2018, drie jaar na de start van de NCG, duidelijkheid over de versterking van zo’n 4.500 panden, onderverdeeld in drie zogenaamde ‘batches’. De meeste panden moesten zwaar versterkt worden of zelfs gesloopt en herbouwd. Een aantal panden werd nog nader onderzocht.

De NCG heeft de harde boodschap dat hun huis onveilig is net meegedeeld aan een deel van de bewoners, als in het voorjaar van 2018 Kamps opvolger Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) besluit de gaskraan langzaamaan dicht te draaien. Daardoor zouden er minder bevingen plaatsvinden en was er dus minder versterking nodig, was de aanname van de nieuwe minister. „Een logische gedachte”, aldus Alders. Maar de minister besloot ook dat de versterking van twee batches „on hold” werd gezet, totdat duidelijk was wat de invloed van het dichtdraaien van de gaskraan op de versterking zou zijn. Alders: „Net toen we op stoom kwamen, gingen we iets anders doen.”

Hij vond dat onverkoopbaar. „Probeer je ogen dicht te doen en stel je voor dat onze brief op jouw mat valt”, zei Alders tegen de enquêtecommissie. „Daarin wordt meegedeeld dat je huis niet veilig is. Elke avond leg je jouw kind in bed in dat onveilige huis. Dat hebben we meegedeeld.” Dat proces stopzetten of zelfs terugdraaien vanwege nieuwe berekeningen is volgens Alders „ondenkbaar”. Al helemaal in een dossier waarin de bewoners het vertrouwen al kwijt waren in de overheid, zei Alders. „Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, maar hier hebben de paarden wel heel hard gelopen.”

Het besluit van Wiebes om de versterkingsoperatie deels stop te zetten was voor Alders de reden om zijn functie in mei 2018 neer te leggen. Dat hij door Wiebes’ besluit beloftes moest breken richting de bewoners vond hij „ongelooflijk”, zei Alders. „Het gaat niet om stenen, maar om iemands thuis.” Maar ook was hij „zeer gepikeerd” hoe met het personeel van de NCG was omgegaan. Die medewerkers hadden „dag en nacht” gewerkt aan een succesvolle versterkingsoperatie, zei hij geëmotioneerd.

Achteraf, zei Alders, had hij moeten weten dat de NCG niet kon slagen zonder wettelijke doorzettingsmacht, waarbij hij zelf besluiten zou kunnen nemen zonder ruggespraak van het ministerie of de NAM. „Ik had moeten weten dat het niet zonder instrumentarium kon, want dit was een crisis.”

Hans Alders woensdag in de Enquêtezaal van de Tweede Kamer. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Hoogste ambtenaar Economische Zaken: gassector had ‘geen enkele invloed’ op benoemingen

Maarten Camps, secretaris-generaal bij het ministerie van Economische Zaken, voelde in 2013 „ongemak” omdat er bij het sollicitatiegesprek voor een nieuwe inspecteur-generaal voor het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) ook een vertegenwoordiger van de gas- en oliesector aanwezig was. Maar voor dat ongemak had Camps zelf gezorgd: hij was als secretaris-generaal verantwoordelijk voor het sollicitatieproces.

Het was een ongemakkelijke kwestie die de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag Camps, die van 2013 tot 2020 secretaris-generaal was, woensdagochtend bijna meteen na zijn binnenkomst in de verhoorzaal voorlegde. Kon hij verklaren waarom er destijds een vertegenwoordiger van de NOGEPA, de brancheorganisatie van olie- en gasbedrijven, aanwezig was geweest bij het sollicatiegesprek van Harry van der Meijden naar de functie van inspecteur-generaal? De kandidaat die werd uitgekozen zou later toezicht moeten houden op deze sector. Van der Meijden had dinsdag tijdens zijn verhoor verteld dat hij die aanwezigheid „niet zuiver” had gevonden.

Camps verklaarde dat het ministerie, ook hijzelf, het belangrijk had gevonden dat er bij de sollicitatiegesprekken voor een nieuwe inspecteur-generaal iemand aanwezig was met kennis van de olie- en gaswinning. De vertegenwoordiger van de NOGEPA zat er alleen in een „adviesfunctie”, benadrukte hij. Die moest helpen beoordelen: „Hebben we hier nu iemand met kennis van zaken?” Maar de olie- en gassector had volgens Camps „op geen enkele manier” invloed op de besluitvorming over de nieuwe inspecteur-generaal of andere posities binnen het ministerie. Dat nam niet weg dat hij zelf ook „ongemak” had gevoeld over de aanwezigheid van iemand uit de sector waarop de nieuwe inspecteur-generaal toezicht zou moeten houden.

Het was een van de voorbeelden die de enquêtecommissie Camps voorhield om erachter te komen hoe groot de invloed van de olie- en gassector was binnen het ministerie. Camps moest ook uitleggen hoe het zat met de aanwezigheid van de directeuren van NAM, Shell en ExxonMobil bij een gesprek in 2015 tussen het SodM en toenmalige minister Henk Kamp (VVD). Dat ging over een SodM-advies over de gaswinning. De toezichthouder vond dat die verder omlaag moest. Waarom de directeuren bij het gesprek aanwezig waren „weet ik niet meer”, zei Camps, waarschijnlijk was het „eens wens van de minister om in één keer het gesprek te voeren waarin alle inzichten op tafel kwamen”.

‘Het ging over geld’
Jaren later in 2018, besluit Kamps opvolger Eric Wiebes (VVD) de gaswinning in Groningen af te bouwen tot nul. Een zware beving in Zeerijp in januari van dat jaar en een daarop volgend advies van het SodM om de gaswinning te verlagen naar 12 miljard kubieke meter, waren daarvoor volgens Camps de aanleiding. „Dat rapport riep de vraag op of de opbrengst van 12 miljard kubieke meter gas wel in verhouding stond tot de kosten van de schade-afhandeling en versterking van huizen”, zei Camps. „Het ging over geld, maar ook over de impact op de mensen in Groningen.”

Maar met dat besluit om de gaswinning in de toekomst te stoppen, werd ook de versterking van huizen stopgezet. Minder gaswinning zou leiden tot minder zware bevingen en dus minder benodigde maatregelen om huizen preventief te versterken, was de gedachte vanuit het ministerie. „We wilden niet de trein voort laten denderden, maar even stilzetten en weer laten rijden als we wisten waar die trein naar toe moest.” De versterkingsoperatie moest onder de loep worden genomen vanwege de verminderde gaswinning.

Het leidde tot veel kritiek in de regio en uiteindelijk zelfs tot het opstappen van Hans Alders, als Nationaal Coördinator Groningen (NCG), verantwoordelijk voor de versterkingsoperatie. Alders had namelijk in januari van dat jaar ruim 1.500 bewoners beloofd hun huis te versterken, maar die belofte werd door dit besluit niet ingelost. „De kritiek vond ik begrijpelijk”, zei Camps. „Maar met alle nadelen en chagrijn die dat opriep in de regio was het toch verstandig om even stil te staan. Met pijn in het hart, want er was geen optimale keuze.”

Later deze woensdag wordt Hans Alders gehoord door de enquêtecommissie.

Maarten Camps, voormalig Secretaris-generaal bij ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Voormalig inspecteur-generaal: NAM was ‘woedend’ op advies productieverlaging

Al tijdens zijn sollicitatieprocedure voor de positie van inspecteur-generaal bij het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) viel Harry van der Meijden van de ene verbazing in de andere. In de selectiecommissie zat een vertegenwoordiger van NOGEPA, de brancheorganisatie voor gas- en oliebedrijven in Nederland. „Ik vond het niet vanzelfsprekend dat iemand die de sector vertegenwoordigt waarop jij toezicht houdt, aanwezig is bij een sollicitatiegesprek”, vertelde de voormalig inspecteur-generaal (2014-2017) dinsdag voor de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag. „Dat vind ik niet zuiver.”

Later in de sollicitatieprocedure kreeg hij een vraag van een ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken (EZ): wat hij zou doen als de minister een advies van het SodM naast zich neerlegt? „Ik ga ervan uit dat de minister het advies aan de Kamer kenbaar maakt”, antwoordde hij. Maar vragen over zijn aandelenpakket kreeg hij tot zijn grote verbazing niet. Hij kaartte dat later aan bij een topambtenaar van EZ – dat hij zelf afstand deed van aandelen in bedrijven waarop hij nu toezicht moest houden, maar dat hij had verwacht dat de selectiecommissie hem daarop zou bevragen. Daarin was de sollicitatiecommissie volgens hem „niet zorgvuldig”.

De komst van Van der Meijden als inspecteur-generaal van het SodM kwam niet zonder kritiek tot stand vanwege zijn jarenlange carrière bij Shell. Ook hijzelf stelde vraagtekens, want hij voorzag „spanningsvelden”. Maar, zei Van der Meijden later in het verhoor, „ook een oud-Shelltopman kan goed toezicht houden.”

Sluimerende oorlog
In 2016 praat Van der Meijden minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) bij over het advies van het SodM om de gaswinning terug te schroeven naar 24 miljard kubieke meter aardgas per jaar. Dat waren gebruikelijke afspraken, waarbij de minister werd ingelicht over het advies, voordat het openbaar werd.

Maar tot Van der Meijdens grote verbazing zat niet alleen de minister met zijn ambtenaren aan tafel, maar ook de directeur van de NAM Gerald Schotman en de aandeelhouders van het gasbedrijf Dick Benschop (Shell) en Joost van Roost (Esso Nederland). „Dat was een zeer ongemakkelijke vergadering”, zei Van der Meijden, die zich „totaal overrompeld” voelde door de aanwezigheid van de drie directeuren.

De NAM was volgens Van der Meijden „woedend” over het advies van het SodM. Na afloop liep Schotman, geflankeerd door Benschop en Van Roost, op Van der Meijden af en beet hem toe dat de inspecteur-generaal „alleen tevreden is als de productie nul is”. Hij antwoordde dat het hem ging om de veiligheid en niet om de productiecijfers.

Zijn relatie met EZ beschreef Van der Meijden als een „sluimerende oorlog”. Toen het SodM zelf besloot om „ongecensureerd” persberichten te sturen, werd EZ „nerveus”. Op verstuurde Kamerbrieven moest het SodM „alert zijn”, omdat het SodM-advies soms werd aangepast. Met EZ „moest alles bevochten worden”, concludeerde Van der Meijden. „Het was knokken, het ging er soms knetterhard aan toe.”

Inspecteur-generaal Harry van der Meijden (Staatstoezicht op de Mijnen) verklaart de vragen van de parlementaire enquêtecommissie correct te beantwoorden. Foto Bart Maart/ANP

Oud-ambtenaar: versterking werd stopgezet vanwege zorgen over de veiligheid

Het besluit van minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken) in 2018 om de versterking van huizen in Groningen stil te leggen en de hele operatie om te gooien, werd genomen vanwege grote zorgen over de veiligheid van huizen die op dat moment niet in het versterkingsprogramma zaten. Zo verdedigde Anita Wouters, die van 2017 tot 2019 ‘project-directeur-generaal Groningen Bovengronds’ was bij het ministerie van Economische Zaken, het „indrukken van de pauzeknop” in 2018. Zij was daar zelf op het ministerie nauw bij betrokken.

Wiebes veroorzaakte in maart 2018 eerst veel vreugde in Groningen, door aan te kondigen dat de gaskraan op termijn dicht zou gaan. Maar al snel daarna maakte die vreugde plaats voor ontgoocheling, omdat hij ook de versterkingsoperatie grotendeels stillegde. Wouters werd maandagmiddag gehoord door de parlementaire enquêtecommissie die de gaswinning onderzoekt. Uit haar verhoor bleek dat zij het nog steeds een logische ingreep vond die Wiebes destijds deed. Zij hielp het besluit voorbereiden en uitvoeren.

Berekeningen van de NAM
Wouters vertelde dat ambtenaren van EZ en de minister zich vreselijke zorgen maakten toen uit informatie van ‘wetenschappers’ en allerlei andere partijen bleek dat er allerlei onveilige huizen in Groningen waren die niet in het versterkingsprogramma van Nationaal Coördinator Hans Alders zaten. Ze zei dat Wiebes de versterkingsoperatie deels pauzeerde om op zoek te gaan naar die onveilige huizen. In werkelijkheid, zo blijkt uit een reconstructie van NRC, kwam die informatie vooral uit berekeningen van gasbedrijf NAM. Berekeningen die door de regio en de NCG werden gewantrouwd, maar die door ambtenaren van EZK als neutrale informatie werden beschouwd.

Lees ook: Hoe Wiebes het vertrouwen van de Groningers verspeelde

Het probleem was juist dat er heel veel discussie was over welke huizen onveilig waren, en welke niet. En dat de minister en zijn ambtenaren onverkort kozen voor de positie van de NAM. Zo schreef topambtenaar Maarten Camps aan Nationaal Coördinator Hans Alders dat niet de NCG, maar de NAM „een inventarisatie van de meest risicovolle huizen” moest maken, en dat die lijst leidend zou worden voor de versterking.

Opstappen Alders
De ingreep van minister Eric Wiebes zette in 2018 kwaad bloed bij de regiobestuurders en maatschappelijke organisaties en was voor Alders reden om op te stappen. Alders had al vergevorderde plannen om de versterking gebiedsgericht aan te pakken, maar Wiebes wilde daar niet mee doorgaan. Over Alders had Wouters weinig positiefs te zeggen. Hij leverde volgens haar „geen stabiele cijfers” aan over het verloop van de versterking, daar had zij zelf veel last van, zei ze. En hij weigerde ook zijn rol in te perken tot die van adviseur, zoals minister Wiebes wilde. Op het ministerie werd al verwacht dat hij snel zou opstappen.

Het pauzeren van een groot aantal versterkingsprojecten die in gang waren gezet door Alders betekende dat mensen die in een huis woonden dat al geïnspecteerd was en die te horen hadden gekregen dat hun huis onveilig was, hun versterkingsadvies plotseling niet meer kregen. „Dat is ontzettend teleurstellend en vervelend voor die mensen” erkende Wouters. „Er zaten ook mensen tussen die al te horen hadden gekregen dat hun huis onveilig was. Het is ook een kwestie van hoe je dat gaat proberen uit te leggen. Het is heel lastig uit te leggen, maar de werkelijkheid veranderde substantieel.” Volgens Wouters werd het stopzetten van de versterking verkeerd geframed. „Je kunt het frame kiezen: de minister gunt je geen nieuw huis. Dat frame kwamen we een beetje in terecht.”

Het ministerie wilde de capaciteit die vrijkwam gebruiken om eerst de meest onveilige huizen te versterken, zei Wouters. Maar inmiddels zijn veel van deze huizen nog steeds niet versterkt.

Twitter avatar DerkStokmans Derk Stokmans Topambtenaar Anita Wouters zegt dat de versterkingsoperatie moest worden gepauzeerd om de ‘echt’ onveilige huizen voorrang te verlenen. Dat is niet super goed gelukt. Van die huizen is nu, 4 jaar later, 12 procent versterkt: https://t.co/Q7NhePGkDv

De nieuwe versterking werd gebaseerd op een model en gegevens van de NAM. Het ministerie had gehoopt dat de versterking sneller zou verlopen en dat er minder huizen hoefden te worden versterkt, maar de werkvoorraad van het aantal huizen dat geïnspecteerd moest worden liep al snel op tot 26.000.

Anita Wouters in de Enquêtezaal van de Tweede Kamer tijdens een openbaar verhoor van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Foto Bas Czerwinski/ANP

Oud-gedeputeerde: provincie voerde achterhoedegevecht

Eelco Eikenaar (SP), die van 2015 tot 2019 als gedeputeerde bij de provincie Groningen de gaswinning in zijn portefeuille had, heeft het gevoel dat hij jarenlang een „achterhoedegevecht” heeft gevochten. „We konden niet winnen”, zei hij maandagmiddag tegen de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag die de gaswinning onderzoekt.

Kort nadat zijn verhoor is begonnen, komen bij Eikenaar de tranen. Vanaf de publieke tribune kijkt zijn partijgenoot en Tweede Kamerlid Sandra Beckerman mee. „Argumenten telden niet”, zegt hij. „Alle rapporten konden politici en bestuurders niet overtuigen. We voerden de druk op, maar het is niet geslaagd.” Hij vindt dat hij als provinciaal bestuurder zijn rol niet goed heeft vervuld, ondanks alle energie die hij erin heeft gestoken. „Ik kan niet zeggen dat het is geslaagd. We staan waar we nu staan.” Het is een „realiteit waar ik dagelijks mee worstel”, zegt hij.

Done deal
Eikenaars grootste frustratie betreft het omgooien van de versterkingsoperatie waarbij huizen in Groningen veiliger werden gemaakt tegen de aardbevingen. Toenmalige minister Eric Wiebes (VVD, Economische Zaken) zette die operatie, die toch al moeizaam liep, in het voorjaar van 2018 op pauze. Kort daarvoor had hij aangekondigd dat de gaskraan geleidelijk aan dicht zou worden gedraaid.

Uit onderzoek van NRC en Dagblad van het Noorden blijkt dat het kabinet Rutte III aan het dichtdraaien van de gaskraan een voorwaarde had gesteld: de versterkingsoperatie moest kleiner worden. Eikenaar zei tegen de enquêtecommissie: „Ik vermoedde wel dat het van te voren was bepaald. Als je inzet is: we gaan minder versterken als de gaswinning naar nul gaat, dan is het een done deal, de enige weg die nog begaanbaar is. Dan kan ik doen wat ik wil, maar dat maakt geen verschil meer.”

Eikenaar zegt dat hij, toen Wiebes aankondigde dat de gaswinning naar nul ging, „een kort moment van optimisme” had. Hij hoopte dat de versterking meer gebiedsgericht zou worden, zoals ook Hans Alders, de Nationaal Coördinator Groningen, wilde. Dan zou niet alleen de veiligheid van huizen aangepakt worden, maar zou er ook gekeken worden naar de sociale samenhang in dorpen. Dan zou niet het ene rijtje huizen wel worden versterkt en het rijtje er tegenover niet. Maar Wiebes wilde alleen de veiligheid als criterium gebruiken.

Complete onzin
Wiebes liet de Mijnraad advies uitbrengen. Daar kwam uit dat de nieuwe versterking gebaseerd moest worden op een model van de NAM. Het model was eigenlijk bedoeld om de veiligheid in een gebied te voorspellen. Maar Wiebes ging mee in de redenering van de NAM en de Mijnraad dat je er ook op adresniveau huizen mee kon aanwijzen die versterkt konden worden. Eikenaar: „Ik wist dat het complete onzin was, dat was gewoon lachwekkend.”

Achteraf heeft hij spijt dat hij zich heeft laten „meesleuren” in het proces dat Wiebes op gang had gebracht. „We hebben ons in een tempo laten drukken dat ik achteraf dacht: hoe hebben we dat kunnen doen? Eerst lag het stil en toen moest het ineens weer heel snel.”

Bij de vraag van de enquêtecommissie of Eikenaar vindt dat hij de belangen van de Groningers voldoende heeft kunnen borgen, heeft de oud-gedeputeerde het zichtbaar moeilijk. „Ik vind het een hele moeilijke vraag”, zegt hij. „Ik denk: nee.”

Eelco Eikenaar in de Enquêtezaal van de Tweede Kamer tijdens een openbaar verhoor van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Foto Bas Czerwinski/ANP

Gedupeerde: om schade af te handelen kwamen in één jaar 60 mensen over de vloer

De familie Postma-Doornbos in Schildwolde kreeg alleen al in het jaar 2015 zestig verschillende mensen over de vloer vanwege de schade die de aardbevingen hadden veroorzaakt aan haar woning. Dat vertelde Frouke Postma-Doornbos maandagochtend aan de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag die onderzoek doet naar de gaswinning en alle problemen die daaruit zijn voortgekomen.

De eerste schade aan hun jarendertigwoning ontstond na de aardbeving in Huizinge op 16 augustus 2012, met een kracht van 3,6 de zwaarste beving tot nog toe in het gaswinningsgebied. Het gezin kwam thuis van vakantie en trof water in de kelder aan. Er zat een grote scheur in de keldervloer. Albert Postma-Doornbos probeerde de schade zo goed als hij kon te repareren, want er was nog geen loket waar ze terecht konden om de schade te melden. Dat was het begin van meer ellende. Later bleek de schoorsteen van hun huis van binnen helemaal kapot. En in de muren verschenen steeds meer grote en kleine scheuren.

Niet serieus genomen
„Je rolt in een spaghetti van versterking, herstel, schadeafhandeling, opnieuw kijken”, zei Frouke Postma-Doornbos. Zij was degene die het regelwerk deed, terwijl haar man het huis uit- en inruimde als er weer een scheur moest worden hersteld. Delen van het huis werden daardoor tijdenlang onbruikbaar. En Frouke moest elke keer weer een dag vrijnemen van haar werk in het Groningse ziekenhuis UMCG om aan de keukentafel mensen te ontvangen om te praten over het herstel van de schade. „Wij voelden ons vaak eenzaam”, vertelde ze aan de Tweede Kamerleden. Want er was niet één aanspreekpunt waar het gezin terechtkon. Steeds kwamen er weer andere mensen over de vloer.

Vaak voelde het echtpaar zich niet serieus genomen. Dan kregen ze te horen dat de schade niet veroorzaakt kon zijn door de laatste beving die er was geweest, want die was niet zo zwaar geweest. Als de schade niet aan de ene beving gekoppeld kon worden, kon-ie ook niet vergoed worden, schreef het protocol voor de schadevergoeding dan voor. Of ze kregen te horen: we lezen in uw dossier dat u ook al nieuwe voegen heeft gekregen. „Alsof we te veel vroegen. Dat was een klap in mijn gezicht.”

Depressieve zoon
„We hebben jarenlang geen vrije tijd gehad”, vertelde ze. „Alle vrije tijd van Albert en mij ging op aan mailen, bellen, plannen bespreken, het huis uitruimen, het huis weer inruimen, opnieuw het huis weer uitruimen.” Albert Postma raakte er overspannen van. En Frouke kreeg hartproblemen.

Maar het ergste vond Frouke de psychische schade die de kinderen opliepen. Hun drie zoons maakten verschillende aardbevingen mee en werden angstig. De jongste zoon, die in een kamer sliep die onveilig was geworden, door de gescheurde schoorsteen en een kapotte dakkapel, moest zijn kamer uit, raakte depressief en ging het steeds slechter doen op de middelbare school. De middelste ging voortijdig het huis uit omdat hij niet meer tegen de spanningen kon. „Wij waren voortdurend gestresst”, zei Frouke Postma-Doornbos. „Ik heb gewoon gefaald als moeder.”

Twitter avatar Swaalfke Susan Top En opnieuw hakt het erin. Het verhoor van Frouke Postma-Doornbos maakte glashelder hoe gedupeerde Groningers worden vermalen door de bureaucratie. Stap voor stap nam ze ons mee in de lijdensweg die het werd. Eenzaam, gekleineerd, gekwetst. Ik voel weer die machteloosheid. #pegas

Geen arme Groninger
Als ze alles optelt, wat is volgens haar dan de schade, wilde Kamerlid Judith Tielen (VVD) weten. „De schade zit ’m erin dat je heel klein wordt gemaakt”, zei Frouke. Ze maakte een vergelijking met de manier waarop de slachtoffers van het Toeslagenschandaal zijn behandeld: „Dat ervan uit wordt gegaan dat je dingen doet die niet in de haak zijn.”

Frouke Postma-Doornbos wil dat er niet naar haar wordt gekeken als enkel „een arme Groninger”. „Ik ben een Nederlands staatsburger. Ik heb er recht op dat de overheid mij beschermt, dat de overheid mij veiligheid biedt.” Ze vindt: „Ik heb evenveel rechten als iemand uit Den Haag of Middelburg of van een Waddeneiland. Toevallig is er een gaswinningsgebied onder een groot deel van de provincie waar ik leef. Dat moet er niet voor zorgen dat de rechten van die mensen verdwijnen of veranderd worden.”

Frouke Postma-Doornbos maandag tijdens haar verhoor door de enquêtecommissie. Foto Bas Czerwinski/ANP

Welkom in dit blog

Welkom in dit blog over de parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen. NRC doet hier verslag van het belangrijkste nieuws uit de verhoren van de enquêtecommissie. Eind juni vond de eerste verhoorweek plaats en na een zomerpauze van acht weken werden de openbare verhoren eind augustus hervat. Afgelopen week lag de enquête even stil vanwege Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen.

De komende tijd gaat de parlementaire enquêtecommissie, die bestaat uit zeven Tweede Kamerleden, zich buigen over de periode waarin Eric Wiebes (VVD) als minister van Economische Zaken in het kabinet-Rutte III verantwoordelijk was voor de gaswinning. Hij nam het besluit de gaskraan voor 2030 dicht te draaien, maar pauzeerde ook het versterken van huizen, waardoor veel vertraging ontstond.

De enquêtecommissie hoort in totaal zo’n zeventig mensen. De week begint met het verhoor van een gedupeerde, Frouke Postma-Doornbos, gevolgd door een oud-gedeputeerde van de provincie Groningen, Eelco Eikenaar (SP). Vervolgens wordt een topambtenaar van het ministerie van Economische Zaken, Anita Wouters, verhoord. Later in de week wordt onder anderen Hans Alders gehoord. Hij was eerst oud-commissaris van de koning in Groningen en later Nationaal Coördinator Groningen. Aan het eind van de week zal minister Kajsa Ollongren (D66) voor de parlementaire enquêtecommissie verschijnen. Ze was als minister van Binnenlandse Zaken in het vorige kabinet Rutte III verantwoordelijk voor het versterken van huizen in Groningen.

Lees ook dit artikel: Hoe Wiebes het vertrouwen van de Groningers verspeelde