Mag ik de spullen van mijn kinderen zomaar weggooien?

Opgevoed Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag voor aan deskundigen.

Illustratie Martien ter Veen

Moeder: „Wij zijn niet de beste opruimers en in ons huis ligt overal wat. Bij mijn eigen ouders was het ook altijd rommelig, maar mijn schoonfamilie vindt dat het netter kan. De meeste rommel bestaat uit speelgoed. Er komt zoveel binnen! Zelfs bij schooltraktaties krijgen kinderen tegenwoordig plastic dingetjes. Ik zou graag wat speelgoed en knuffels weggooien. Ik deed dat weleens stiekem maar mijn oudste begint nu te onthouden wat ze heeft. Ik probeer het in overleg te doen: ‘Laten we samen je kamer opruimen, kan er iets weg, zullen we wat ruimte maken voor wat Sinterklaas brengt?’ Maar dan hoor ik: nee, nee en nee. Moet dat weggooien echt in overleg, en wat als ze nergens afstand van kunnen nemen?”

Naam is bij de redactie bekend. (Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen.) Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl

Selecteren

Anke Klein: „Het is fijn voor uzelf eerst duidelijk te hebben wat het probleem is en wat de oorzaak. Heeft u zelf last van de rommel, of heeft u last van de kritiek van uw omgeving? Als het vanuit de omgeving komt, ligt de oplossing misschien niet in opruimen maar in het u minder aantrekken van de verwachtingen van anderen. Perfecte ouders bestaan niet, iedereen doet het op hun eigen manier.

„Mocht het voor uzelf wel een probleem zijn, dan kunt u beginnen met de instroom van spullen te beperken. U zou bij verjaardagen aan het bezoek kunnen vragen of ze mee willen doen aan één gezamenlijk duurder cadeau.

„Het lastige van veel speelgoed is dat kinderen soms moeilijk kunnen kiezen waarmee te spelen. Daarom helpt het om af en toe samen speelgoed en spelletjes uit te kiezen die in de speelkast passen, en het andere even in dozen op te bergen. Om de paar maanden kan het speelgoed dan geruild worden. Kondig dat aan: ‘Zullen we gezellig zaterdagmiddag samen weer eens omruilen wat er in de dozen zit?’ Op die manier wordt het thuis een soort speel-o-theek waardoor kinderen steeds verrast worden en leren kinderen kiezen zonder grote consequenties. Dat is fijn, want kiezen is best lastig en sommige kinderen hechten nu eenmaal erg aan spulletjes en knuffels.

„Als een kind voor de derde of vierde keer niet voor bepaald speelgoed kiest, kunt u opperen of het weg mag. Dat zal in het begin voor kinderen lastig zijn, maar naarmate u het vaker doet en ze ouder worden, zal dit steeds makkelijker worden.”

Andere betekenis

Stijn Sieckelinck: „Zodra ons iets dreigt te worden afgenomen, wordt het onmiddellijk meer waard. Dat is niet leeftijdsgebonden. We willen niet in de situatie komen waarin iets wordt afgepakt, dat raakt aan onze autonomie en identiteit. Ook kinderen willen iets te zeggen hebben over wat in hun leven belangrijk is en welke spullen daarbij horen. Dus zodra we speelgoed weg willen doen dat ongebruikt in de hoek staat, wordt hun interesse ogenblikkelijk weer gewekt, en vinden ze het het belangrijkste wat ze ooit hebben gehad.

„We hebben in Nederland de mooie traditie van Koningsdag, waarop kinderen al heel jong leren om op een positieve manier van spullen afscheid te nemen. Iets wat ze zelf gekoesterd hebben, gaat tegen betaling mee met een ander kind. Die traditie leidt tot minder weggooien en tot hergebruik. Tegenwoordig zijn er door de gestegen armoede ook weggeeftafels, waarop kinderen spullen voor anderen kunnen achterlaten. Zo geef je aan wegdoen een mooie betekenis, en niet die van verlies.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.