Analyse

‘Radicaalste regering sinds Mussolini’ wacht loodzware klus

Rechtse zege Italië In Italië heeft het rechtse blok zondag overtuigend de parlementsverkiezingen gewonnen. De radicaal-rechtse premierskandidaat Giorgia Meloni wacht een moeilijk karwei. Ze heeft geen bestuurservaring en haar bondgenoten zijn tegelijk rivalen.

Giorgia Meloni, de leider van de radicaal-rechtse Broeders van Italië, won zondag overtuigend de verkiezingen.
Giorgia Meloni, de leider van de radicaal-rechtse Broeders van Italië, won zondag overtuigend de verkiezingen. Foto Andreas Solaro / AFP

De Italiaanse verkiezingen hebben zondag een duidelijke winnaar opgeleverd. Het rechtse blok van Broeders van Italië (Giorgia Meloni), Lega (Matteo Salvini) en Forza Italia (Silvio Berlusconi) behaalt op basis van de bijna volledige uitslagen op maandagavond bijna 44 procent van de stemmen, voldoende voor een comfortabele meerderheid in beide kamers van het Italiaanse parlement.

De winst van Broeders van Italië is ontegenzeggelijk toe te schrijven aan Giorgia Meloni. De blonde politica uit Rome heeft de voorbije jaren haar partij, die in 2018 nog 4,3 procent van de stemmen haalde, met een consequente oppositierol naar 26 procent geloodst. Het ligt voor de hand dat de Italiaanse president Sergio Mattarella aan haar het initiatief laat om een nieuwe regering te vormen.

Lees ook dit artikel: Wie is het boegbeeld van de partij met fascistische wortels? Een profiel

De Amerikaanse nieuwszender CNN kopte op zijn website meteen dat Italië de meest radicaal-rechtse premier krijgt sinds Mussolini. Dat geldt niet alleen voor de vermoede nieuwe regeringsleider, maar ook voor de rest van de nieuwe regering die met dit verkiezingsresultaat waarschijnlijk snel wordt gevormd. Evenals Giorgia Meloni is Matteo Salvini radicaal-rechts. En bij hun twee partijen ligt het zwaartepunt van deze winnende verkiezingscoalitie.

Meloni torent met haar 26 procent wel uit boven haar politieke bondgenoten. Salvini’s Lega haalt net geen 9 procent, Berlusconi’s Forza Italia iets meer dan 8 procent. Een groot deel van haar kiezers heeft Meloni bij Salvini weggesnoept. Die krijgt rake klappen van zijn achterban, zelfs in de twee noordelijke regio’s Friuli Venezia-Giulia en Veneto, waar zijn Legapartij bestuurt.

Critici paaien

Salvini’s leiderschap van de Lega staat door dit povere verkiezingsresultaat zwaar onder druk. Zijn radicaal-rechtse koers wordt al enige tijd niet door iedereen binnen de Lega gewaardeerd. Hij probeert zijn interne critici nu te paaien met het vooruitzicht op deelname aan een voluit rechtse regering, en zegt dat hij aanblijft „zolang de partij-activisten dit wensen”.

Daarbij doet Meloni er goed aan om over die electorale verhouding binnen het rechtse blok geen leedvermaak te tonen. Op electoraal vlak staan Salvini en Berlusconi weliswaar in haar schaduw, maar haar ontbreekt het aan enige bestuurservaring. Berlusconi, die donderdag 86 jaar wordt en vier maal premier was van Italië, is daarentegen gepokt en gemazeld in de Italiaanse politiek. Terwijl hij zondag zijn stem uitbracht, omschreef de oud-premier zichzelf al als „de regisseur van de nieuwe Italiaanse regering”.

Berlusconi noemde zichzelf zondag al „de regisseur van de nieuwe Italiaanse regering”

Ook met Salvini zelf kan Meloni maar beter uitkijken. Ze hebben allebei een nationalistische agenda en delen hetzelfde harde anti-immigratiestandpunt, maar terwijl Meloni zeer kritisch is op Rusland en een pro-Atlantische lijn wil volgen, ligt dat bij Salvini anders. Hij staat koel tegenover de sancties tegen Moskou en zei enkele jaren geleden nog dat hij „Poetin bewondert en respecteert”. Ook Berlusconi leek enkele dagen voor de verkiezingen zijn oude vriend Vladimir Poetin te willen verdedigen. In een televisie-interview zei hij dat de Russische autocraat „in Kiev louter een regering van fatsoenlijke mensen had willen vormen”.

Om te besturen hebben Meloni, Salvini en Berlusconi elkaar nodig, ondanks hun soms sterk uiteenlopende standpunten. „Hun bewind zal vrijwel zeker tot spanningen leiden, onderling, maar ook met de EU en met de Verenigde Staten”, voorspelt politicoloog Alessandro Chiaramonte van de universiteit van Florence. „Tegelijk bleek rechts in het verleden al zeer goed in staat de rangen te sluiten, en openlijke verdeeldheid te vermijden.”

Linkse verdeeldheid

Verdeeldheid bleek tijdens deze campagne juist de grote zwakte van het andere kamp. De centrum-linkse Partito Democratico (PD) behaalde zondag net 19 procent. De Vijfsterrenbeweging eindigde op 15,5 procent, maar zet in delen van Zuid-Italië een uitstekend resultaat neer en krijgt nu al de bijnaam „de zuidelijke Lega”. Als de PD en de Vijfsterrenbeweging, gesteund door het centrumblok van onder meer oud-premier Matteo Renzi (7,7 procent) vooraf de handen in elkaar hadden geslagen, dan had het duel met het rechtse blok zondag spannend kunnen worden.

Dat gebeurde niet, en nu kijkt Europa met argusogen naar de koers die dit zeer rechtse Italië zal varen. Tijdens deze verkiezingscampagne deed Giorgia Meloni met een opvallend gematigde toon haar uiterste best om de internationale gemeenschap gerust te stellen. In eerste instantie zal ze ook geen gekke dingen doen, vermoedt politicoloog Chiaramonte. „Ze beseft zelf ook dat Italië stevig zit ingekapseld in Europa, en dat het financieel-economische beleid van het land ook mede door de internationale context wordt gedicteerd.”

Ook haar oerconservatieve standpunten met betrekking tot sociale rechten, zoals abortus, houdt ze in eerste instantie vermoedelijk voor zichzelf. Ze behaalde zondag ruim een kwart van de Italiaanse stemmen, maar de opkomst lag met 63,9 procent historisch laag. Meloni weet dus dat ze niet het hele land achter zich heeft. Radicaal optreden zou een campagne tegen haar ontketenen, in Europa en in eigen land, die haar prille bewind niet zou overleven, vermoedt Chiaramonte.

Lees ook dit artikel: Vrouwen en lhbt’ers in Italië vrezen voor ‘orbánisering’ als radicaal-rechts aan de macht komt