Premier Rutte bij Op1: vaag, technisch en een opvallend moment

Interview Premier Mark Rutte liet zich interviewen door Op1 over Oekraïne, zodat het verhaal niet ‘uit de headlines’ zou verdwijnen. Het leverde één opvallend moment op: hij vergeleek Poetin met Hitler.
Op1-presentator Sven Kockelmann met premier Mark Rutte in het Catshuis.
Op1-presentator Sven Kockelmann met premier Mark Rutte in het Catshuis. Foto Op1

Dat Mark Rutte niet om het vertrouwen van de Nederlanders wil „bedelen”, zoals hij op Prinsjesdag had gezegd, dáár heeft hij nu spijt van. Die uitspraak was „ongelukkig” in een krantenkop terechtgekomen, zei hij maandagavond bij Op1. Hij had alleen bedoeld, zei hij: er zit vast niemand op te wachten dat hij „een vind-Mark-Rutte-leuk-campagne” zou gaan voeren.

In het Catshuis, waar hij Op1-presentator Sven Kockelmann ontving voor een interview dat een uur duurde, zocht premier Mark Rutte (VVD) naar een heel andere toon. Hij had zichzelf soms wel „een beetje zielig” gevonden, als mensen hem verweten dat hij onzichtbaar was geweest in de stikstof- en energiecrisis. Hij was toch, zei hij, bij veel boeren langsgeweest, wat elke keer op televisie was uitgezonden? „Maar dan zeg ik tegen mezelf: luister eens, Mark, als mensen dat vinden, dan hebben ze gelijk.”

Lees ook: Een prijsplafond kon écht niet - totdat het wel kon

Het waren zinnen die een paar keer terugkwamen, in verschillende variaties. Was zijn kabinet wel erg laat geweest met het idee van een ‘energieplafond’, om mensen te helpen met hun hoge energierekening? Dan zei hij tegen zichzelf: „Mark, als ze dat zeggen, dan moet je je dat aantrekken.” Een 3,3 als rapportcijfer, voor hemzelf? „Dat doet me pijn. Ik heb het te accepteren en ik moet kijken: waar komt het vandaan? Hoe kan ik het verbeteren?”

Dat Rutte met Kockelmann in het Catshuis zat, sinds begin jaren zestig de ambtswoning van de minister-president, moest het interview extra gewicht geven. De dichter Jacob Cats had de woning laten bouwen en was er in 1652 zelf gaan wonen. Rutte woont er niet. Al hangt op een van de deuren een heus naambordje met ‘familie Rutte’ erop.
Vanuit het Torentje had EenVandaag vorige week nog, op Prinsjesdag, een interview met Rutte uitgezonden. Voor zo’n extra lang verhaal, met een ernstige boodschap, kon het ook overkomen als een herhaling van Ruttes tv-toespraken over corona.

Vaag en technisch

De kritiek op zijn toespraken vanuit het Torentje had Rutte zich aangetrokken. Hij noemde de tweede toespraak, toen demonstranten lawaai maakten met potten en pannen. „Dat was tot daar aan toe”, zei Rutte, hij ging gewoon wat harder praten, „Er was ook andere kritiek op: één keer zo’n toespraak snappen we, maar je kan niks terugzeggen.” Het leek hem daarom een goed idee zich te laten interviewen met „stevige vragen”, bijna alsof Sven Kockelmann die namens Nederland stelde.

D66 had er al een tijdje op aangedrongen dat Rutte, net als andere Europese leiders, een moment zou kiezen om Nederland toe te spreken: over de oorlog in Oekraïne en wat daar op het spel staat, en wat er aan offers gevraagd zal worden van Nederlanders. In de Algemene Politieke Beschouwingen had Rutte het ook beloofd: hij zou op zoek gaan naar „podia” om dat verhaal te vertellen, het mocht, zei hij, niet uit „de headlines” verdwijnen.

Het verhaal moest ook gaan over ‘de stand van het land’ - de angst voor hoge prijzen, de woede van boeren, het gebrek aan vertrouwen in de overheid. Het was voor Rutte, die bij steeds minder kiezers populair is, ook een kans om zichzelf te laten zien als de leider. Net als in de coronacrisis. Vanaf de inval van Rusland in Oekraïne had Rutte het wel élke week over de oorlog gehad, in zijn persconferentie op vrijdag na de ministerraad, maar dat was bijna niemand opgevallen.

Lees ook: Zelfverzekerde Rutte zoekt steun voor ‘half af plan’

In het tv-interview bleef Rutte over veel onderwerpen vaag en technisch, ook als ze met Oekraïne en de energiecrisis te maken hadden. Bijvoorbeeld over de energierekeningen, die als gevolg van de hoge gasprijzen enorm zijn gestegen. Het ging over de ‘vulgraad’ van gasreserves, over de markt voor vloeibaar gas. „Die LNG, dat werkt interessant, dat zijn wereldmarktprijzen.” En het ging over de Europese discussie over een plafond voor energieprijzen, waar Rutte altijd „zeer terughoudend” over was, gaf hij toe. Maar dat lag anders dan bij de Nederlandse discussie over zo’n plafond, legde hij uit.

Poetin en Oekraïne

Maar toen het over Vladimir Poetin ging, veranderde de toon van Rutte. Hij kreeg de vraag of de samenleving achter militaire steun aan Oekraïne zou blijven staan als de gasreserves op raken. Rutte vergeleek hierop Poetin met Adolf Hitler. „Ik ken de Nederlander een beetje. Als we één ding weten uit de Tweede Wereldoorlog, is het dat het niet stopt bij één land als we toegeven aan bruut geweld en expansionisme. Dat weten we van Hitler.”
Een gevoelige vergelijking, die wereldleiders vrijwel nooit gebruiken. De Poolse president Andrzej Duda is één van de weinige Europese leiders die Rutte voorgingen, en de passage kan de komende dagen internationaal gaan opvallen.

Een paar uur voor de uitzending had Rutte een foto van zichzelf op Twitter laten zetten, bellend met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky - in het Torentje, met twee medewerkers om zich heen. Hij spreekt Zelensky meestal om de twee weken, deze keer beloofde hij hem meer wapens voor Oekraïne, en meer sancties tegen Rusland.

De hoge energieprijzen en de oorlog in Oekraïne zijn in de ogen van burgers de twee grootste crises van dit moment. Vooral over de energiecrisis, bleek vorige week uit onderzoek van I&O Research, heerst ontevredenheid onder burgers. Rutte zei steeds maar weer dat hij dat begreep. Hij had ’s middags nog „drie brieven” gelezen van mensen met een middeninkomen die óók in de problemen raakten. Hij nam, zei hij daarna weer, alle kritiek „heel serieus”. „Maar er zijn soms problemen die je niet overnight oplost.”