Özcan Akyol zoekt in ‘Neven van Eus’ naar wat verbroedert in plaats van wat vervreemdt

ZAP In het tweede seizoen van De neven van Eus (NTR) neemt Özcan Akyol de kijker opnieuw mee naar het geboorteland van zijn ouders. Met redenen omkleed kan hij uitleggen dat ‘de’ Turk niet bestaat, zelfs niet in Turkije.

Hoogtepunt van grappig op mijn jaren-zeventig basisschool was om op de kaart van Nederland aan de muur van het speel-leerlokaal een hoofdletter T te krabbelen bij Urk. Woehaha. Met potlood, zo laf was het dan weer wel. Waarom dat leuk werd gevonden, kan ik niet precies meer terughalen, maar ik vrees dat kinderen in de vorige eeuw ‘Turk’ gebruikten als container-scheldwoord voor iedereen die geen geboren Hollander was.

Nou neemt Özcan Akyol, in het tweede seizoen van De neven van Eus (NTR). Hij neemt de kijker al drie weken mee naar het geboorteland van zijn ouders. De vierde keer, zondagavond, kon hij met redenen omkleed uitleggen dat ‘de’ Turk niet bestaat, zelfs niet in Turkije. Hij vertelt dat hij niet alleen in Nederland, maar ook in Turkije tot een minderheid behoort. Hij is Turks in Nederland, maar in Turkije Aleviet. Het Alevisme is een liberaal-humanistische zijtak van de islam. In deze aflevering spreekt hij met Koerden en Armenen, met Arabieren en Suryoye. En dan ontbreken nog de Lazen en Circassiërs, de Zaza en Turkmenen.

Reisprogramma’s zijn er ook in soorten. Je had Ruben Terlou in China, Jelle Brandt Corstius in Rusland. Ze spraken de taal, en ze zochten de mensen op die hun de verhalen vertelden van het land. Maar ze bleven vreemdelingen, buitenstaanders. En dat is Eus niet. Tenminste, dat dènk ik, als ik zie hoe makkelijk hij ook daar met mensen praat.

‘Gelukkig en blij’

Eus zoekt de „gemene deler” van al die bevolkingsgroepen in het land dat nog nèt geen eeuw bestaat (in 2023 viert Turkije het eeuwfeest). Lijkt me verstandig, veiliger ook, om te zoeken naar wat verbroedert in plaats van wat vervreemdt. In Sanliurfa, een stad met twee miljoen inwoners, vindt hij een en al saamhorigheid. Er wonen Koerden, Turken en Arabieren en wie hij ook spreekt, iedereen is zo „gelukkig en blij” dat je iets in het drinkwater vermoedt. Eus is er ten tijde van de Ramadan, de vastenmaand, dat speelt vast mee bij de opperbeste stemming. Eus concludeert dat het geloof de mensen in deze profetenstad bij elkaar brengt en houdt. En die gemene deler ging me net even te snel. Ik kauwde nog op wat de jonge mannen zeiden die hij op straat sprak. Ze waren lyrisch over hun stad, iedereen was elkaars broeder. Eentje was wel eens in Istanbul geweest, maar dat vond hij niks. Waarom? De meisjes. Die waren er te bloot gekleed. Dat wekt de indruk dat mensen niet alleen erbij worden gehouden in Sanliurfa, maar ook erónder. Geen vasten tijdens ramadan voor Eus, trouwens. Niet dat hij de speciaal voor hem bereide wrap met lamslever en lamsvet opat. Maar dat kwam omdat hij geen lever lust.

Eus bezoekt een Armeens dorp in het Zuidwesten van Turkije waar nog 130 mensen wonen. Een Suryoye-dorp waar van de 150 gezinnen nog vijftien over zijn. De inwoners spreken nog hun eigen taal, belijden hun eigen (christelijke) geloof en ze hebben hun eigen cultuur en gewoontes. Alleen jongeren hebben ze niet, de een na de ander vertrekt naar de grote stad, of liever nog naar Europa. Jongeren weg, cultuur weg, taal weg, redeneert Eus. In het laatste Armeense dorp spreekt hij daarover met ‘opa Musa’. Hij schrijft sinds jaar en dag over de geschiedenis van zijn dorp en de zeven buurdorpen die al zijn uitgestorven. In welke taal?, vraagt Eus. Turks, zegt opa. Eus, verbaasd: „U bent toch Armeens?” Opa, net zo verbaasd: „Wat heeft dát ermee te maken?” In één handgebaar veegt hij Eus’ nostalgische behoudzucht van tafel. Hij is een „Turkse burger” en schrijft dus in het Turks. Of het niet jammer is dat zijn taal verdwijnt? Zal opa een zorg zijn.

In het Suryoye-dorpje treft hij een Turkse Duitser die er weer komt wonen, ook zijn in Duitsland geboren volwassen zoons willen niets liever. In Europa, zegt hij, blijf je die vreemdeling. Een buitenstaander. Waarop Eus meer zegt dan vraagt: „En hier niet?”