Een update voor de kikkerkamasutra

Necrofilie Padden paren zonder probleem met dode vrouwtjes. ziet voor het eerst een nieuw standje.

Necrofilie bij de reuzenpad in de in het dierenrijk zeldzame missionarispositie. Foto Bas Bruning
Necrofilie bij de reuzenpad in de in het dierenrijk zeldzame missionarispositie. Foto Bas Bruning

Eindelijk zijn de rafelrandjes van de kikker- en paddenseks in kaart gebracht. Braziliaanse onderzoekers stelden een wereldwijde database samen van 378 goed gedocumenteerde gevallen uit de afgelopen honderd jaar waarbij de voortplanting niet volgens het boekje verliep. In verreweg de meeste gevallen (282) ging het om niet-soortgenoten die in amplexus – de paargreep – gehouden werden. Vijftig keer werd er een paringspoging ondernomen met een voorwerp (kaplaars, kokosnoot, tennisbal, drol van een jak) of een niet-amfibie (meestal een vis). Van regelrechte necrofilie was sprake in 46 gevallen.

Hitsige mannetjes

De eerste wetenschapper die op het spoor van paddennecrofilie kwam, is de Oostenrijkse etholoog Irenäus Eibl-Eibesfeldt (1928-2018). In zijn proefschrift Ein Beitrag zur Paarungsbiologie der Erdkröte uit 1950 meldt hij dat paddenwijfjes vaak onder het gewicht van meerdere hitsige mannetjes verdrinken, met dramatisch gevolg: „Ich fand Klumpen, bei denen sich bis zu 12 Männchen um ein totes Weibchen balgten.”

De term ‘necrofilie’ vertrouwt hij echter niet aan het papier toe. Dat geldt ook voor Daniel Wilhoft in zijn klassieker getiteld An unusual act of amplexus in Bufo marinus. Hierin doet hij droogjes verslag van zijn observatie, in 1959 in het noorden van Australië, van een reuzenpad (Rhinella marina) die midden op een weg acht uur lang paarde met een doodgereden en half verrotte vrouwelijke soortgenoot.

Deze publicatie in de North Queensland Naturalist bleef onbekend bij het grote publiek tot in 1988 de documentaire Cane Toads: An Unnatural History werd uitgezonden. Hierin wordt de strijd die de Australische bevolking levert met de schadelijke, invasieve reuzenpad sfeervol in beeld gebracht, inclusief een zorgvuldige reconstructie van het necrofiliegeval uit 1959 – de eerste en enige keer dat dit gedrag bij dieren is verfilmd. De documentaire bereikte, mede door de necrofiele pad, de cultstatus.

Paargreep

Hoewel reuzenpadden massaal oprukten tot in grote delen van Australië, duurde het tot 16 november 2008 voordat daar een tweede necrofiliegeval werd opgemerkt. De Nederlandse bioloog Bas Bruning deed destijds laboratoriumonderzoek naar de kracht van de paargreep van mannetjesreuzenpadden. Op een van zijn verzameltochten op zoek naar dode vrouwtjes in The Northern Territory vond hij ’s nachts op een snelweg een mannetje bovenop een dood vrouwtje, in amplexus. Tot zover niets nieuws, maar Bruning meldde mij wel een bijzonderheid: „De reuzenpadden hadden niet de normale paringspositie. Het wijfje was ongetwijfeld aangereden en daarbij dood op haar rug terechtgekomen, en het mannetje had haar stevig bij de buik gepakt zoals je op de foto kunt zien.” De foto blijft zeldzaam. Ik heb er de meest recente kikkerkamasutra even op nageslagen. Daar is in 2016 het laatste nieuwe standje aan toegevoegd, maar de missionarispositie ontbreekt nog steeds.