Intelligentie moet je niet testen, maar herkennen

Lees-, kijk- en luistertips van onze redacteuren bij het nieuws.

Deze week:

kunstmatige intelligentie

Doodmoe kun je soms worden van het soort megabestsellers waarin met een paar slagzinnen ‘het westerse denken’ wordt aangeklaagd als planetaire verkrachter en bron van alle Kwaad. Dat hele denken zou materialistisch zijn, technologisch, kapitalistisch én – ook dat nog! – binair.

Meestal staat het dan tegenover ‘oeroude ‘ inheemse wijsheid’ die ons van een klimaat-Apocalyps kan redden, een tegenstelling die even grof is als goed verkoopbaar. Patent voorbeeld van die trend is het populair-wetenschappelijke The Web of Meaning (2021) van Jeremy Lent, die de lezer in hapklare brokken oplossingen serveert uit de oosterse keuken om het kosmische web te herstellen dat het Westen de afgelopen eeuwen zo lelijk heeft uiteengereten.

Ook technologie-journalist James Bridle schrijft al op de eerste pagina’s van Ways of Being. Beyond Human Intelligence dat we uit „de Hof van Eden” zijn verdreven door – schrijft u even mee – „hebzucht en hoogmoed, Aristoteles en Descartes, door het idee dat mensen uitzonderlijk zijn en door de westerse, Europese filosofie”. Een uitvoerige verhandeling over die filosofie en de bijdragen van Descartes blijft achterwege, maar wat geeft het: ‘foute’ namen noemen is genoeg.

Toch zou het een vergissing zijn dit boek dan maar meteen dicht te slaan. Want ondanks dat luie cliché in het begin heeft Bridle een sympathiek, interessant en bij vlagen inspirerend boek geschreven over intelligentie in wat hij noemt ‘de meer-dan-menselijke wereld’. Hun betoog (de auteur wil als non-binair door het leven gaan) komt erop neer dat intelligentie een gevarieerder en veel breder verschijnsel is in de levende natuur dan we gewend zijn te denken. Bridle bespreekt een reeks voorbeelden uit de moderne biologie, informatica en andere disciplines om te laten zien dat allerlei diersoorten intelligent gedrag vertonen (inclusief kritiek op de ‘spiegeltest’ die wordt gebruikt om te testen of dieren zichzelf herkennen). Maar ook planten en bomen die elkaar in nood voeding toespelen komen langs. Net als intelligente octopussen en olifanten, dierentalen, rechten van de natuur en non-binaire computers. Nederland krijgt een eervolle vermelding voor de talrijke dierencorridors, een bijdrage aan „het proces van menselijke heling”.

Veel van die voorbeelden zijn al bekend, sommige zelfs klassiek, maar Bridle verweeft ze soepel in een helder en goed geschreven narratief. Met als moraal dat intelligentie niet langer vanuit de mens moet worden bekeken, als iets dat moet worden ‘getest’, maar een breed vermogen is van de ‘meer-dan-menselijke wereld’ dat we moeten leren herkennen. Dat komt in de buurt van ‘panpsychisme’, het fringe-idee dat bewustzijn een fundamentele eigenschap is van de werkelijkheid; maar gelukkig voelt Bridle in dit boek maar met één teen dat speculatieve water. Het heeft dat ook niet nodig om, ondanks de valse start, te blijven boeien.

James Bridle: Ways of Being. Beyond Human Intelligence. Allen Lane, 364 blz. euro 23, 99