Duitse Uniper en Frans EDF wankelen door dichtdraaien Russische gaskraan

Energiecrisis in Europa Door het dichtdraaien van de Russische gaskraan viel het Duitse Uniper bijna om. Het zal niet het laatste slachtoffer zijn in deze crisis.

Uniper-topman Klaus-Dieter Maubach spreekt met de pers na de nationalisatie deze week.
Uniper-topman Klaus-Dieter Maubach spreekt met de pers na de nationalisatie deze week. Foto FRIEDEMANN VOGEL/EPA

En weer heeft Poetins energieoorlog tegen Europa een formidabel slachtoffer gemaakt. Deze week werd het continent opgeschrikt door de noodgedwongen redding door de Duitse staat van energieconcern Uniper. Dat bedrijf, dat met 11.500 mensen goed is voor een omzet van 165 miljard euro per jaar, levert gas aan bijna de helft van alle huishoudens en bedrijven in Duitsland. Door het sluiten van de Russische gaskraan deze zomer was Uniper zo in de problemen gekomen, dat de Duitse regering geen keus meer zei te hebben dan ingrijpen.

Twee maanden geleden moest ook de Franse staat al overgaan tot een vergaande reddingsactie. In juli werd Électricité de France (EDF) genationaliseerd, omdat het dusdanig in de knel was gekomen door de door Poetin veroorzaakte prijsexplosie op de energiemarkten dat het niet meer op eigen benen kon staan. EDF is met 160.000 werknemers en een omzet van 85 miljard euro het tweede grootste stroombedrijf van Europa. Het kampt niet alleen met torenhoge kosten van zijn verouderde kerncentrales, maar wordt ook door de nationale toezichthouder verplicht om stroom van die centrales onder de marktprijs aan binnenlandse concurrenten te verkopen. Zo moeten al te grote prijsstijgingen voor de burger voorkomen worden.

Net als Berlijn gaf Parijs aan dat het zich niet kon permitteren dat zo’n „voor het systeem” onmisbare energieleverancier om zou vallen. Dan zou een kettingreactie volgen van andere bedrijven die failliet gingen en huishoudens die in het donker kwamen te zitten.

In de knel

Uniper en EDF trekken dan de meeste aandacht, op veel meer plekken in Europa moeten overheden energiebedrijven nu te hulp schieten. Sommige krijgen geen Russisch gas meer en moeten net als Uniper peperduur inkopen op de ‘dagmarkt’, terwijl de klant contractueel recht heeft op lage prijzen. Andere komen in de knel doordat op de energiemarkten sterk oplopende financiële garanties worden geëist door marktpartijen, zoals de leveranciers van kostbaar gas. In Finland, Zweden en Tsjechië zijn miljarden beschikbaar gesteld die de ondernemingen verlichting moeten bieden. In het Verenigd Koninkrijk werd vrijdagmiddag nog een steunpakket voor burgers en bedrijven bekendgemaakt van 60 miljard pond (68 miljard euro). Duitsland blijft Italië en Frankrijk nipt voor qua uitgaven om de energiecrisis te bezweren: 100,2 miljard dat gelijk staat aan 2,2 procent van de economische omvang (bruto nationaal product).

De redding van Uniper lijkt de grootste bail out van een noodlijdend bedrijf te zijn sinds de bankencrisis van 2008

De baas van de Europese Investeringsbank Werner Hoyer zei na de redding van Uniper te vrezen voor meer nationalisaties. „We gaan dit waarschijnlijk nog wel een tijdje zien”, constateerde hij somber. Zijn organisatie geldt als belangrijkste investeringsbank van de EU en investeert veel in de energietransitie. De Duitse regering zou op het punt staan enkele andere, energiebedrijven te nationaliseren. Dat zou gaan om VNG en SEE (het voormalige Gazprom Germania), twee grote gasimporteurs die eveneens kampen met het verlies van de Russische toevoer.

In een week waarin verschillende Europese overheden, waaronder de Nederlandse, verder tot ongekende hulppakketten voor huishoudens en andere bedrijven besloten, leidt het tot een wrange conclusie: Poetins fysieke oorlog in Oekraïne mag dan steeds verder vastlopen, zijn economische oorlog tegen Europa begint er juist steeds meer in te hakken. De Brusselse denktank Bruegel becijferde deze week dat Europese landen samen zo’n half miljard euro hebben uitgetrokken om hun economieën te beschermen – louter voor hulp aan huishoudens en bedrijven, daar zit de steun voor energiebedrijven niet bij. „Duidelijk onhoudbaar vanuit het perspectief van overheidsuitgaven”, concluderen de onderzoekers. Het zou bovendien verdeeldheid aanwakkeren tussen Europese landen. Want het ene land heeft nou eenmaal niet zulke diepe zakken als het andere, en dat kan oneerlijk voelen.

Vooral risico’s in de groothandel

En hoe zit het in Nederland? Grote ongelukken zijn hier nog niet gebeurd. Een aantal kleine energiebedrijven is failliet gegaan. In de meeste gevallen gebeurde dat al eind vorig jaar. Van een Russische invasie was toen nog geen sprake, maar gas en olie werden toen al wel duurder als gevolg van de grote vraag naar energie. Die was weer het gevolg van het einde van de corona-tijdperk.

Volgens brancheorganisatie Energie-Nederland liggen de risico’s voor energiebedrijven vooral op de groothandelsmarkt. „Daar kunnen bedrijven door hoge prijzen en grote prijsschommelingen geconfronteerd worden met extreem hoge margin calls”, stelt de organisatie. Die ‘margin calls’ zijn financiële garanties – die meegroeien met de waarde van een contract – die de tegenpartij van een contract moeten overtuigen dat de ander voldoende geld heeft.

Grote energiebedrijven als Vattenfall en Essent verklaarden deze zomer zich grote zorgen te maken over de prijsstijgingen waar de klanten tegenaan lopen. Door het prijsplafond dat het kabinet afgelopen week voorstelde, zal het aantal betalingsproblemen afnemen, verwacht Energie-Nederland. „Maar het invoeren van dat prijsplafond levert ook weer risico’s op voor de energieleveranciers.” Onduidelijk is immers nog hoe (snel) de leveranciers worden gecompenseerd, stelt de organisatie in een schriftelijke reactie.

Nieuw hoofdstuk

Daarbij komt dat er nog geen prijsplafond is voor zakelijke gebruikers. Zo’n plafond heeft ook weinig zin als een klein bedrijf relatief veel energie gebruikt. „Dan blijven de risico’s op betalingsproblemen bestaan. Voor energieleveranciers is het niet mogelijk om maatwerk te leveren; die zien alleen het verbruik en niet of dit het grootste deel van de bedrijfskosten uitmaakt”, aldus Energie-Nederland dat benadrukt geen zicht te hebben op de financiële situatie van zijn leden.

Met ‘Uniper’ lijkt de Europese energiecrisis een nieuw hoofdstuk te beginnen. In tegenstelling tot EDF, dat al grotendeels in handen was van de Franse staat, was het bedrijf tot vorig jaar een financieel gezond bedrijf. Inmiddels is duidelijk dat het veel te afhankelijk is geworden van goedkoop Russisch gas. Maar liefst de helft van het gas dat Uniper aan zijn klanten leverde kwam van Gazprom. Het bedrijf kwam in problemen doordat Rusland sinds begin dit jaar de afgesproken toevoer stapje voor stap terugschroefde, waarna het bedrijf gedwongen werd op de dagmarkt tegen extreem hoge tarieven gas in te kopen om toch zijn verplichtingen aan klanten te voldoen. Daardoor stapelden de verliezen zich met tientallen miljoenen per dag op.

Het bedrag dat Berlijn – normaal wars van ingrijpen op de vrije markt – uiteindelijk neertelde voor de reddingsactie toont evenzeer hoe uitzonderlijk de situatie is: bijna 30 miljard euro heeft de hulpactie de Duitse schatkist al gekost. Daarmee lijkt de redding van Uniper de grootste ‘bail out’ van een noodlijdend bedrijf te zijn sinds de bankencrisis van 2008.

‘Lehman-scenario’

Sommigen maken zich inmiddels grote zorgen dat de crisis onder de energiebedrijven andere, hevige schokgolven kan veroorzaken. In Zweden zei de minister Mikael Damberg van Financiën, nadat hij begin deze maand had aangekondigd dat de Zweedse overheid voor 23,4 miljard euro energiebedrijven ging helpen, dat het probleem „vooralsnog beperkt is tot energiebedrijven. Maar als we niet ingrijpen, kan er besmetting optreden van de financiële markten. Uiteindelijk zou dit kunnen leiden tot een financiële crisis”.

De Finse minister van Economie Mika Lintilä bood dezelfde dag hulp aan voor de Finse energiesector en waarschuwde onomwonden voor een „Lehman-moment”. Lehman Brothers was de Amerikaanse bank die in 2008 als eerste in problemen kwam tijdens de kredietcrisis, en die in zijn val tal van andere financiële instellingen meesleurde, met een mondiale economische en financiële crisis als gevolg.

Bruegel-onderzoeker Georg Zachmann, die de Europese energiemarkt al jaren volgt, acht het geen ondenkbaar scenario. „Niemand die precies weet wat gaat komen. We kunnen niet in de boeken kijken van energiebedrijven. We weten niet in hoeverre ze zijn blootgesteld aan risico’s. Er zijn elk jaar miljarden transacties tussen honderden grote partijen en enkele hele grote in de Europese energiesector. Het lijkt onwaarschijnlijk dat die allemaal perfect afgedekt zijn.”

Als zo’n bedrijf in problemen komt, kunnen andere volgen, zegt hij. „Banken zijn nauw verweven met energiebedrijven, via leningen en omdat ze vaak liquiditeit verstrekken aan energiebedrijven die handelen op de energiemarkten.” Tientallen geldschieters, waaronder BNP Paribas uit Frankrijk, Deutsche Bank en het Amerikaanse Goldman Sachs, hebben gezamenlijk 1,8 miljard dollar gestoken in Uniper, meldde financieel persbureau Bloomberg deze week. „Zo kom je van een probleem in de energiesector bij een probleem in het financiële systeem”, zegt Zachmann. „We zitten in een storm en we weten niet of het schip houdt.”