Foto Vidar Logi

Interview

Zangeres Björk: ‘Liedjes vind ik een vanzelfsprekender gezelschap dan mensen’

Björk Muzikant Björk (56) koos voor haar nieuwe album Fossora beats die luisteraars het gevoel geven in de grond te zitten, „diep weg, waar de bodem trilt en rommelt.” Haar stem is lager nu, en ze „kan niet wachten tot-ie nog lager is.”

Zangeres Björk praat vrolijk en uitvoerig. Elf jaar geleden ontmoetten we elkaar een keer in Manchester waar Björk toen een muzikaal project presenteerde over de natuur. Nu verloopt het gesprek via Zoom. Björk is toegankelijker. Misschien omdat we elkaar niet kunnen zien („m’n camera is stuk”) of omdat ze thuis in Reykjavik zit en de zon schijnt („ongewoon”). Of omdat Björk Guðmundsdóttir (1965, Reykjavik) een „wortelschiet-periode” achter de rug heeft die haar, naar eigen zeggen, goed heeft gedaan.

Dat wortelschieten gebeurde min of meer gedwongen, de afgelopen twee jaar. Na decennia lang touren en nieuwe muziek bedenken stopte ze door corona begin 2020 haar activiteiten, midden in een Europese tournee. De uitgebreide show met orkestleden en bewegende projectieschermen werd opgedoekt en Björk begon aan een andere manier van leven.

Een leven met tijd voor vrienden en familie, elke dag wandelen en luisteren naar podcasts – vooral over psychiater Carl Jung –, afspreken met de slechts tien mensen uit haar ‘bubbel’.

En er was gelegenheid om te slijpen aan het album Fossora, een volgende fase in Björks zoektocht naar nieuwe muzikale mogelijkheden. Die zoektocht begon op haar twaalfde, toen ze een eerste album opnam met covers. Daarna werd ze radicaal punk en koos vervolgens voor een uitbundige popstijl, als zangeres van de band Sugarcubes.

Haar solocarrière begon in 1993, met het album Debut. Björk bedacht de muziek goeddeels zelf, waarbij ze haar liefde voor dans en beweging verwerkte tot stotterende beats en hoekige melodieën. In het kielzog van de house-stroming voer ze mee op de behoefte aan gesoigneerde dansmuziek.

Foto Vidar Logi
Foto Vidar Logi
Foto’s Vidar Logi

Maar Björk werkte volgens eigen inzichten: haar optredens waren zorgvuldig geënsceneerd, ze ontwierp gestileerde decors en stond op het podium in bolle kleurige kostuums.

Ze werd een voorbeeld voor anderen, en niet alleen voor muzikanten. Want Björk liet zien dat je je eigen muziek kunt maken met tegendraadse ritmes en een nadrukkelijke IJslandse tongval en nog erkenning kunt krijgen ook. In 2000 speelde ze de hoofdrol in de film Dancer In The Dark van de Deense regisseur Lars von Trier, waarvoor ze de Best Actress Award in Cannes kreeg. Björk was overal.

In de nieuwe eeuw werd haar muziek avantgardistischer. Als producer werkt ze volgens strikte concepten, ze smeedt elementen uit de klassieke muziek samen met gabber en elektronica. Björk is geen popzangeres meer, ze is een klankarchitect.

Alsof je in een hol zit

De fanatieke liefde voor muziek en haar mogelijkheden stamt uit haar kindertijd, zegt ze. Haar ouders draaiden altijd platen, thuis hadden ze geen boeken of tv. De afgelopen paar jaar ervoer ze het belang van muziek nog heviger. „Voor mij zijn liedjes een vanzelfsprekend gezelschap, meer dan mensen”, ze lacht even. „De confrontatie met een kamer vol mensen met wie je een gesprek moet voeren, vind ik bevreemdend. Een liedje is een natuurlijker omgeving.”

Een liedje kan aanvoelen als een hol, een uitgegraven ruimte in de bodem. En dat is de geborgenheid die ze zoekt. Daarom noemde ze het album Fossora, een zelfbedachte vrouwelijke vorm van het Latijnse ‘fossor’, graver.

„De beats en ritmes die ik programmeerde, moesten het gevoel geven alsof je in een hol zit”, zegt ze. „Diep weg, waar de grond trilt en rommelt.”

Ik kan niet wachten tot mijn stem nog lager wordt

Björk

Zo stapte ze van de feeëriek hoge klanken van het vorige album Utopia (2017), over naar een diepe aardsheid. ‘Laagte’ ontstond door het gebruik van basklarinetten. Zes, maar liefst. Ze moest langdurig schaven en bijsturen om te zorgen dat de bastonen elkaar niet in de weg zouden zitten.

„Daarom was het goed dat we de tijd hadden. We repeteerden en namen op in mijn huisje in de bergen. Daar sliepen we met zijn allen, kookten, bleven met de auto steken in de sneeuw en vonden met vallen en opstaan de manier om zes bassen tegelijk te gebruiken. Dat is het voordeel van IJsland. In studio’s in Europese steden moet je met een kant-en-klare partituur binnenkomen en heb je één uur om op te nemen.”

Ook haar stem is tegenwoordig lager. „Na vijftig jaar zingen is mijn stem veranderd, ik ben in de hoogte wat kwijt, maar ik kan meer basnoten halen. Geweldig, ik kan niet wachten tot het nog lager wordt. Ongeveer zo!” Ze barst los in schor gezang, als een vrouwelijke Tom Waits.

Eerst dansen, dan praten

In de nieuwe nummers dwaalt haar zang tussen de klanken van drum, klarinet en elektronica, die als grote blokken heen en weer lijken te schuiven en soms in botsing komen met de dansritmes van Gabber Modus Operandi, een Indonesisch elektronica-duo dat bekendstaat om zijn radicale versie van Hollandse ‘gabber’.

In haar huis in Reykjavik organiseerde ze de afgelopen jaren feestjes met vrienden, zegt Björk. „We aten samen in een restaurant en gingen daarna thuis muziek luisteren op mijn grote speakers. Eerst rustig, dan dansmuziek, en uiteindelijk zetten we Gabber Modus Operandi op, waarbij we op en neer sprongen als in een catharsis, zo’n vijftien minuten.

Foto’s ANP

„Om een uur of elf ging iedereen weg, behalve degene die een probleem had, met liefde of zo. We zetten wat droevige muziek op en praatten een tijdje. Ik vond dat een prima volgorde. Vóór Covid ging je eerst praten en om drie uur ’s nachts pas dansen. Maar dan ben ik te moe, ik draai het liever om, eerst dansen, dan praten.”

Dat is waar het nieuwe album over gaat, zegt ze, over je huis als dansvloer, als psychiater, als ruimte voor de muziekliefde. Op Fossora staan ook liedjes over Björks moeder Hildur Rúna, de milieu-activiste die ooit in hongerstaking ging om de bouw van een stuwdam in IJsland tegen te houden. Rúna overleed in 2018. In ‘Sorrowful Soil’ benoemt haar dochter liefdevol haar levenskracht, in ‘Ancestress’ bezingt ze de nog altijd aanwezige invloed: „You see with your own eyes, but hear with your mother’s”.

Björk raadt aan om dit album op zo groot mogelijke speakers te beluisteren, en niet op een koptelefoon. „Ga zitten in je luie stoel voor de box, zet het volume hard en laat je omgeven door een zee van geluid.”

Dat geldt vooral voor ‘Victimhood’, zegt ze. Het idee voor dit nummer ontstond door de podcast over Jung. Naar aanleiding daarvan verdiepte Björk zich in zijn ideeën over psychologische archetypen, vooral die van het ‘slachtoffer’. „Er zijn zo’n vijftig soorten slachtoffers, volgens Jung. Mensen die in de ban zijn van samenzweringstheorieën, is er één, zij denken dat ze achtervolgd worden. Ik wilde er eerlijk over zijn, wanneer voel ik me slachtoffer?”

Eerst was ze eerlijk in haar dagboek, toen in de liedtekst. „Mijn slachtofferschap ontstaat in mijn werk, als mensen samenkomen, of in mijn familie en vriendengroep. Soms is er geen harmonie tussen mensen onderling. Dan doe ik mijn best om de harmonie terug te brengen. Mijn eigen wensen en belangen offer ik op ten behoeve van de groep, met zelfbeklag als gevolg.”

De kreunende klarinetten drukken hier zelfmedelijden uit („Ik haat die emotie. Bij mezelf en bij anderen”). Björk arrangeerde ze in draaierige lussen om de sensatie van drijfzand op te roepen. „Je zinkt, zinkt, zinkt, en komt niet los, omdat je jezelf zo zielig vindt.” Dat ze met dit gevoel wil afrekenen, blijkt uit de woorden: „Out of victimhood, here I go now.”

Na het wandelen in de IJslandse natuur in een joggingbroek, is het inmiddels weer tijd voor grootse producties en optredens, in zalen van Parijs tot Chili. Op dit moment bereidt Björk zich voor op het verschijnen van haar album, maakt ze video’s en bedenkt ze decors voor de tournee die binnenkort begint. Ze houdt nog altijd van de extravagante stijl. In de betoverende ‘onderwater’-clip bij de nieuwe single ‘Atopos’ danst ze op een zelfgemaakt koraalrif, gekleed als zachtgroene anemoon.

Maar vandaag hoeft ze nergens aan te denken. „Ik verheug me op vanmiddag, als ik voor een paar dagen naar mijn huisje ga, lekker buiten met m’n familie. Het is tien graden. Dat noemen we hier warm.”