De een z’n schuld is de ander z’n verdienmodel

Schuldproblematiek Hoe kan het dat kleine schulden vaak zo snel tot grote schulden oplopen? De manier waarop ze in Nederland worden geïncasseerd, helpt niet mee.

Illustratie Khattar Shaheen

Menig arme sloeber kent ze: de brieven „in naam van de Koning”, waarin een deurwaarder in juridisch jargon („met aanzegging”, „mitsdien”) de oorspronkelijke rekening met een berg kosten verhoogt. Zo gaan schulden tot soms wel tien keer over de kop en komen mensen verder in de problemen – tot ze mogelijk, jaren later, in de schuldsanering belanden. Vanaf dat moment zijn ze de regie over hun financiën kwijt en moeten ze leven van vijf tot zeven tientjes per week.

Nadja Jungmann, lector schulden en incasso aan de Hogeschool Utrecht, ziet het vaak gebeuren. „Hoe kan het dat kleine schulden in grote schulden veranderen?”, zegt ze. „Dat vind ik een belangrijke vraag, vooral nu we in een crisis zitten en meer mensen betalingsachterstanden dreigen op te lopen.”

Schulden lopen vaak snel op, merkt Jungmann. „Het begint al met incassokosten. Als ik een abonnement van 15 euro niet betaald heb, krijg ik al snel een betalingsherinnering die er nog eens 40 euro bovenop legt. Dat is best veel, vooral als het gaat om een automatisch gegenereerde brief. Dan is de schuld al 55 euro. Als je die niet betaalt, komen er met een beetje pech honderden euro’s aan dwangbevelen, exploten en griffierechten bovenop.”

Jungmann vraagt zich af: is het wenselijk dat aan schulden een verdienmodel gekoppeld zit? „Er zou in elk geval niet exorbitant aan verdiend mogen worden. In Zweden geldt voor een betalingsherinnering een wettelijk maximum van 60 kronen, 5,60 euro.”

Emeritus hoogleraar Nick Huls pleitte acht jaar geleden in zijn afscheidsrede, ‘Vergeef ons vaker onze schulden’ getiteld, voor een ander model, waarin incasso en schuldhulpverlening samengaan. „Ik ben voorstander van een geïntegreerde aanpak van schulden”, zegt Huls. En ook hij laat zich inspireren door Zweden: „Daar is maar één groot incassobureau, in handen van de overheid.” Maar Huls heeft gemerkt dat zoiets in Nederland op veel verzet stuit. „Het zou een te grote machtsconcentratie opleveren, wordt dan gezegd, en het vertrouwen in de overheid is de laatste jaren ook niet bepaald toegenomen. Kijk naar de Toeslagenaffaire.”

Lees ook: ‘Er móést iets gebeuren. Ik had overal schulden’

Ambtenaar en ondernemer

Zo’n Zweeds systeem mag dan op weerstand stuiten, er is ook kritiek op het huidige model. „Een Nederlandse deurwaarder is tegelijk ambtenaar en ondernemer”, zegt Connie Maathuis, directeur van de Nederlandse Vereniging van gecertificeerde Incasso-ondernemingen. „Hij heeft ambtelijke bevoegdheden, zoals het ten uitvoer leggen van vonnissen, maar opereert tegelijk met een winstoogmerk. Daar komt bij dat alle deurwaardersbedrijven ook incasso doen en zelf mogen bepalen wanneer ze het minnelijke incassotraject afbreken en naar de rechter gaan. Dan volgen proces- en beslagkosten, die bovenop de uitstaande schuld komen. Die gang naar de rechter brengt de schuldenaar dus verder in de narigheid, terwijl de deurwaarder er juist aan verdient. Ik vind dit een perverse prikkel in het huidige systeem.”

Mede daarom pleiten Jungmann en Huls ervoor het recht op een betalingsregeling te verankeren in de wet. „Dat is nu namelijk niet zo”, zegt Huls. „Schuldeisers, incassobureaus en deurwaarders mogen zelf bepalen of ze een regeling met de schuldenaar treffen of niet.”

Voorzitter Chris Bakhuis van de Koninklijke Beroepsvereniging van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) erkent dat deurwaarders weinig tot niets verdienen aan het minnelijke traject – of, zoals zij het noemt, ‘preventieve’ maatregelen. „Daarmee bedoel ik de inspanningen die gerechtsdeurwaarders doen om te voorkomen dat de kosten verder oplopen. We zijn daar wettelijk toe verplicht, en externe auditoren zien erop toe. Maar we worden nu niet betaald voor zulk preventief werk. Het zou goed zijn als dat wel zo was. Dat zou een gezonde prikkel zijn.”

Bakhuis vindt het niet terecht dat deurwaarders worden gezien als mensen die verdienen aan andermans geldzorgen. „Het is niet zo dat deurwaarders rücksichtslos beslagen leggen om er zelf aan te verdienen. Het mag sowieso al niet zonder uitspraak van de rechter. We zijn verplicht een digitaal register te raadplegen om zinloos beslag te voorkomen. En als een deurwaarder zich niet aan de regels houdt, kun je naar de tuchtrechter.”

Maathuis kijkt er anders naar. „Je kunt vertrouwen op de goede intenties van de deurwaarders, benadrukken dat ze aan regels gehouden zijn en dat er toezicht is, maar je kunt beter de perverse prikkels uit het systeem halen. Want pas als het niet meer kan, weet je zeker dat het niet meer gebeurt: te snel overgaan tot justitiële maatregelen die voor de deurwaarder lucratief zijn en voor de consument desastreus.”

Regie ontbreekt

Gebrek aan coördinatie bij de schuldinning is een ander probleem, vindt Maathuis. „Er is geen centraal systeem waar je kunt kijken of iemand nog andere betalingsachterstanden heeft. De verschillende schuldeisers opereren los van elkaar en proberen allemaal een zo groot mogelijk stuk van de taart te krijgen, hoe klein de taart van de schuldenaar ook is.”

Zo gebeurt het volgens Jungmann vaak dat schuldeisers problemen bij elkaar veroorzaken. „Dan is een te hoog bedrag afgesproken met een schuldenaar, waardoor die zijn andere schuldeisers niet kan betalen. En hoewel we in Nederland een beslagvrije voet hebben, een sociaal minimum om van te leven, mag je daar als schuldenaar vrijwillig onder gaan zitten. Een schuldeiser of incassopartij kan iemand daartoe overhalen, terwijl dat diegene weer achterstanden bij andere partijen kan bezorgen. Zo lopen de schulden verder op.”

Een paar jaar geleden kwam het ‘sociaal incasseren’ op. De toon daarbij is vriendelijker, begripvoller. ‘Kunt u niet betalen, neem dan contact met ons op.’ Maar inmiddels blijkt volgens Jungmann dat de onderlinge concurrentiestrijd tussen invorderingsbedrijven die trend in de weg zit. „Er is nog steeds een grote groep die zegt: wij willen sociaal incasseren, maar ook een groep die toch weer meer druk zet. Als je socialer incasseert, zien zij, geef je daarmee vooral meer ruimte aan andere schuldeisers die zich harder opstellen.”

De gemiddelde schuld loopt op tot zo’n 37.000 euro bij dertien à veertien schuldeisers

Wel voeren de deurwaarders, zo meldt Bakhuis, „rondetafelgesprekken” met minister Weerwind (Rechtsbescherming) „om het sociaal incasseren handen en voeten te geven, bijvoorbeeld met een sociaal tarief voor preventieve handelingen.”

Maar de critici van het huidige model vrezen dat zo’n tarief nog geen soelaas biedt zolang er geen collectieve, gecoördineerde aanpak van iemands schulden is. „Het zou goed zijn sneller een volledig beeld te krijgen van de situatie van een schuldenaar, vindt ‘schuldexpert’ André Moerman, de man achter website schuldinfo.nl. „Er is meestal geen enkele regie, waardoor mensen met geldproblemen jaren doormodderen. Ze denken ten onrechte: ik kom er wel uit. En als ze dan uiteindelijk in de sanering belanden, is de gemiddelde schuld opgelopen tot zo’n 37.000 euro bij dertien à veertien schuldeisers. Pas bij de schuldsanering wordt alles op een rijtje gezet en goed gekeken naar wat iemand kan betalen. Die coördinatie zou er veel eerder moeten zijn. Ook omdat huishoudens met schulden de samenleving jaarlijks 11 miljard euro kosten.”

Belgische deurwaarders

Arie Lodder, deurwaarder te Rotterdam, is het daarmee eens. „Eerder ingrijpen en afstemmen is beter voor iedereen. Zo voorkom je dat de schulden voor de schuldenaar verder oplopen en krijgt de schuldeiser eerder zijn geld.”

Daarom wil Lodder in Nederland experimenteren met MyTrustO, een aanpak die is ontwikkeld door Belgische deurwaarders. Onder het motto ‘Pak zelf je schulden aan en vermijd extra kosten’ nodigen zij consumenten uit al in een vroeg stadium aan de bel te trekken bij geldzorgen. De consument laat dan ‘een foto maken’ van inkomen, bezittingen en betalingsachterstanden en treft vervolgens regelingen met alle schuldeisers, op basis van zijn afloscapaciteit. „Die is soms maar, zeg, 200 euro per maand”, weet Lodder. „Nu proberen alle incassobureaus en deurwaarders die 200 euro te pakken. Het idee van MyTrustO is een collectieve schuldenregeling: we gaan die 200 euro tussen de schuldeisers verdelen. Zo kun je veel stress weghalen bij de schuldenaar, zodat die niet ziek wordt van zijn geldzorgen maar zich juist kan richten op zijn werk en in staat is zijn afloscapaciteit te verbeteren.”

Bakhuis vindt het idee mooi, maar wil wel naar de uitwerking kijken. „Ik ken dat Belgische model niet, maar het is goed om zo vroeg mogelijk overzicht te krijgen. De deurwaarder is de aangewezen partij voor een coördinerende rol. Hij is degene die bij de mensen aan de deur komt. Dus waar het oplosbaar is, kan de deurwaarder een mooie regierol vervullen. Maar als er geen geld is, dan is het iets voor de schuldhulp.”

Het Belgische model is juist een combinatie van invordering en schuldhulpverlening, zegt Lodder. „Het kan ook gemeenten helpen mensen met geldproblemen vroeg bij te staan. En het werkt. MyTrustO bestaat nu zeven jaar, veel mensen hebben ervan gehoord, en ze melden zich nu vroeger en met een gemiddeld lager bedrag aan betalingsachterstanden.”

Een vroege aanpak, méér coördinatie, aflossing op basis van wat iemand echt kan betalen? Dat lijkt een goed idee, zeker nu grote groepen Nederlanders in de problemen dreigen te raken. Want de schuldensector is op dit moment volgens betrokkenen een wirwar van belangentegenstellingen: tussen deurwaarders en schuldhulpverleners, tussen deurwaarders en incassobureaus, tussen deurwaarders onderling, tussen private en publieke partijen.

„De lijst is nog langer”, weet emeritus hoogleraar Huls. „Want, om maar iets te noemen: critici stellen dat incasso zelfs voor de rechtspraak in Nederland een verdienmodel is. Maar tussen al die belangen raken er een paar ondergesneeuwd: die van de schuldenaar, de oorspronkelijke schuldeiser en de samenleving als geheel.” Daarom bepleit ook hij een collectieve benadering. „De schuldindustrie is zelf toe aan een sanering.”

Huls is niet de enige die dat zo ziet. „Iedereen zit elkaar in de weg”, zegt Maathuis. „We moeten naar een ander model toe. Het huidige stelsel is onhoudbaar.”