Reportage

Buren werden vijanden in het Russisch-Oekraïense grensgebied

Grensgebied Simone Peek was in het Oekraïense dorp Kozatsja Lopan en Eva Cukier in het Russische Belgorod – hemelsbreed waren ze enkele tientallen kilometers van elkaar verwijderd. Aan beide zijden van de grens heeft de bevolking zwaar geleden onder de gevechten. Twee reportages uit het grensgebied. ‘Wat we zeven maanden in handen hadden, moesten we in één dag opgeven.’

Oekraïense militairen en bewoners van Kozatsja Lopan in de weer met hulpgoederen.
Oekraïense militairen en bewoners van Kozatsja Lopan in de weer met hulpgoederen. Foto Kostyantyn Chernichkin

Kozatsja Lopan, Oekraïne

‘Er heeft zich haat voor de Russen in me genesteld’

De heldin van het onlangs bevrijde Oekraïense dorp Kozatsja Lopan is dorpshoofd Ljoedmilla Vakoelenko (62). Op straat kan iedereen het navertellen. „Zoeken jullie nazi’s? Die zijn hier niet”, zou Vakoelenko hebben gezegd tegen de Russische soldaten. „Ik heb geen geweer en nog nooit geschoten, maar als het nodig is schiet ik raak. Als het nodig is dan ben ik de grootste nazi hier. Ik hou van Oekraïne!” De soldaten keken haar alleen maar aan. „Ze gingen me toch niets doen, ik ben een vrouw, een grootmoeder,” licht Vakoelenko haar actie toe.

Uren nadat de Russen op 12 september verdreven waren, haalde Vakoelenko de Oekraïense vlag tevoorschijn die ze in huis had verstopt, stapte op de fiets en hing de vlag aan de stok op het gemeentehuis. Verzorgd, met zwartgeverfd haar en lila nagellak, zit ze nu weer achter haar bureau in het gebouw van de dorpsraad, documenten te stempelen en vragen van dorpsbewoners te beantwoorden.

Als het nodig is schiet ik raak. Als het nodig is dan ben ik de grootste nazi hier

Ljoedmilla Vakoelenko dorpshoofd

Noorderburen

Kozatsja Lopan ligt 2,5 kilometer van de Russische grens. Verder weg kunnen de Russen dus niet worden teruggedrongen. De inwoners moeten zich nu zien te verhouden tot hun noorderburen. Lastig te verkroppen voor Vakoelenko: „Ik ben bang voor mezelf, er heeft zich haat voor de Russen in me genesteld. Hoe kun je op vreedzame burgers schieten? Vroeger kon ik Russisch spreken, maar ik ga die taal niet meer gebruiken. Ik zal nooit meer hetzelfde zijn.”

Op straat loopt een gepensioneerde lerares met een vriendin met een blauw mutsje op. De vrouwen vragen niet bij naam genoemd te worden. Ze hebben voor het eerst sinds de invasie hun pensioengeld gekregen – drie van de zeven maanden die ze tegoed hebben. Tijdens de bezetting werd alleen eten uitgedeeld.

Over de nabije Russische grens maakt de lerares zich geen zorgen. „Ik ben nergens meer bang voor. Die grens lag daar altijd al”, zegt ze. Het waren onze Slavische broeders en toen kwamen ze hier.” Ze is mild: „Zowel in Oekraïne als in Rusland zijn goeie en slechte mensen. Niet alle Russen willen oorlog voeren. Ik hoop dat zij wat kunnen veranderen, dat zij de toekomst hebben.”

Wie richting het dorp rijdt hoort de autobanden hard zoemen over het wegdek als een vliegtuig dat overvliegt. Rupsbanden hebben het asfalt een grof reliëf gegeven. Aan het begin van de oorlog op 24 februari werd de regio meteen onder de voet gelopen door de Russische troepen. Oekraïners verdedigden niet de grens, maar richtten zich op het versterken van de Oekraïense stad Charkov, 25 kilometer verderop.

Vermiste kinderen

Voor de oorlog woonden er zo’n vijfduizend mensen in Kozatsja Lopan. Tijdens de bezetting waren dat er nog 1.500. Sinds de bevrijding zijn er nog 1.300. Een deel van de inwoners verhuisde naar Charkov, een aantal vertrok naar Rusland. Dertien kinderen uit het dorp zijn vermist. Ze werden eind augustus door het nieuw aangestelde Russische dorpshoofd en een directeur van een school uitgenodigd voor vakantie in een kinderkamp in de buurt van Krasnodar in Rusland. De ouders zijn radeloos.

Tatiana (38) en Joeri Hlahola gaven hun dochter Polina (9) mee. Het gebeurde vrijwillig. „De kinderen werden uitgenodigd op vakantie. We hebben ingestemd omdat er hier geschoten werd. De oorlog is geen plek voor kinderen. We dachten dat het leuk zou zijn als ze kon uitrusten en naar de zee zou gaan.” Ook het meisje keek ernaar uit, zegt de moeder. Op 20 september had Polina terug moeten komen, maar in de tussentijd is het gebied bevrijd. Nu weet Tatiana niet meer hoe ze in contact moet komen met haar dochter.

Mobiele telefoons hebben geen ontvangst in het gebied – waarschijnlijk is de verbinding opzettelijk platgelegd om te voorkomen dat inwoners Oekraïense posities doorgeven aan de Russen. Maar zelfs als bellen mogelijk was, dan weet ze niet waarheen. Dus hoopt moeder Tatiana via de krant een bericht naar buiten te brengen: „Polina, maak je geen zorgen. Wij zijn gezond, we komen je snel weer halen. Alles komt goed. Jij bent ons vechtertje”.

Bij het terug op poten krijgen van het dorp zijn gasvoorziening en elektriciteit het belangrijkst. Ook moet er psychologische hulp komen, zegt dorpshoofd Vakoelenko. Toen het dorp bevrijd was verzamelden de inwoners zich op het centrale pleintje en kwamen de verhalen los.

Foto Kostyantyn Chernichkin
Foto Kostyantyn Chernichkin
Foto Kostyantyn Chernichkin
Foto’s Kostyantyn Chernichkin

Verkrachtingen

Zo weet Vjatsjeslav Zadorenko, het hoofd van de regio Dernachiv waar Kozatsja Lopan ligt, te vertellen dat zeker drie vrouwen verkracht zijn. Een van hen door een groep Russische soldaten, tot ze haar bewustzijn verloor. Op dit moment zijn deze verhalen nog niet geverifieerd door de Oekraïense openbaar aanklager.

Op straat loopt een lokale boer die door de Russen werd gearresteerd en maandenlang in een vochtige put is vastgehouden. Militairen wilden hem dwingen de rechten van zijn land aan hen af te geven. Dat vertelt Zadorenko. De boer zelf kan er niets over kwijt: „Probeer je een oude man soms aan het huilen te maken?” vraagt hij. Zijn ogen springen vol.

Net als in Izjoem en Boetsja is in Kozatsja Lopan een provisorische gevangenis aangetroffen waar Oekraïners gemarteld zijn. Het doet vermoeden dat deze op nog meer plekken in bezet gebied zijn ingericht.

De ‘martelkelder’ ligt achter een vuilnisbelt. Een aantal bakstenen treden naar beneden is het koud en vochtig. Rechts in de hoek staat een verroeste kooi die is gebouwd voor opslag. Daarin liggen stukken piepschuim op de grond met vuile dekens met verweerde kleuren. Hoeveel mensen hiervoor lange of korte tijd zijn vastgehouden, is nog niet bekend. „Tientallen”, schat Zadorenko. „Misschien honderd.”

De martelwerktuigen zijn door politie meegenomen. Er zouden kabels hebben gelegen waarmee mensen geëlektrocuteerd werden, maar dit is niet door NRC te verifiëren. Vanuit de kooi kon je zien hoe de Russen te werk gingen, wat een extra laag van psychologische marteling met zich meegebracht kon hebben. In een hoek van de ruimte liggen tientallen halve literblikken van het Russische biermerk Baltika.

„We proberen de wegen te repareren, het licht weer te laten branden en bloemen te planten. We proberen weer schoonheid te creëren. Maar hoe kunnen we begrijpen wat de Russen ons hebben aangedaan? Ik heb er geen woorden voor,” zegt Vakoelenko.

Simone Peek

 

Belgorod, Rusland

‘De Oekraïeners vinden ons moordenaars en verraders’

In een laag bijgebouwtje van het Marfa-en-Maria-vrouwenklooster in de Russische stad Belgorod, pal aan de grens met Oekraïne, is het een komen en gaan van vrouwen, met kinderen aan de arm, en een enkele man. Aan drie tafels zitten vrouwen om nieuw aangekomenen vanuit Oekraïne van informatie te voorzien over huisvesting en humanitaire hulp. Maar de meeste bezoekers lopen meteen door naar het uitgiftepunt voor voedsel en kleding, graaien in tassen met kinderkleding, of schrijven bij het altaartje in de hoek een gebedswens. In een gaarkeuken wordt dampende soep bereid, priesters met lange baarden lopen af en aan.

De bezoekers zijn vluchtelingen die de afgelopen twee weken in paniek de Russische grens overstaken vanuit dorpen en steden rond het door Oekraïne bevrijde Charkov, anderhalf uur rijden zuidwaarts. In de ruimte klinkt Russisch, Oekraïens en ‘soerzjyk’, de mengvorm van beide talen die in tot ver in het Russische zuiden wordt gesproken. Ze vluchtten voor het geweld en de raket

inslagen, of uit angst voor represailles van de Oekraïense regering. Oekraïners die de afgelopen maanden samenwerkten met de Russen kunnen in Oekraïne rekenen op hoge straffen. Maar wie collaborateur is en wie niet, is een netelige vraag.

„We zijn gevlucht vanwege de kinderen”, zegt een tengere vrouw van een jaar of vijfendertig met een groene trui en een zwarte paardenstaart. Uit angst wil ze haar naam niet zeggen. Ze vluchtte op 10 september uit het dorp Vovtsjansk net over de grens en belandde in de lange file voor de Russische grens. Nu staat ze te wachten bij het loket waar vrijwilligers tassen met kleding en eten uitdelen. In haar hand houdt ze een mapje met twee Oekraïense paspoorten. „We hebben ook Russische paspoorten. We bewaren ze allebei, want niemand weet hoe het verder zal gaan”, glimlacht ze voorzichtig. Een vrouw uit Charkov komt met een tas vol spullen het klooster uitgelopen. Gevraagd naar haar verhaal, kijkt ze peinzend in de verte. „Liever niet. Dan ga ik huilen en kan ik niet meer stoppen.”

Onderschepte raketten

Waar het overgrote deel van Rusland de verschrikkingen van de Russische ‘militaire operatie’ de afgelopen maanden grotendeels kon negeren, was dat voor de 1,5 miljoen inwoners van de regio Belgorod onmogelijk. ’s Nachts trilden de afgelopen tijd soms de huizen van overvliegende raketten, die door het afweersysteem van de stad worden onderschept. Dorpen aan de Russische kant van de grens liggen in puin, naar schatting tien Russische burgers kwamen om het leven. Een klein aantal in vergelijking met het dodental in Oekraïne, maar de angst is er niet minder om. Arbeiders gaan in kogelvrij vest naar hun werk, scholen zijn gesloten.

De ligging en de infrastructuur maken Belgorod tot een belangrijk knooppunt voor het Russische leger. De stad is dan ook de plaats waar duizenden Russische soldaten heentrokken, toen zij halsoverkop hun posities verlieten voor „hergroepering” naar andere delen van het front. Legertrucks en medische konvooien met het oorlogsteken Z rijden af en aan. Op de markt kopen de soldaten spullen waar het leger gebrek aan heeft: camouflagejassen, balaklava’s, legerkistjes van Chinese makelij, thermokleding voor de naderende winter.

Dorpen aan de Russische kant van de grens liggen in puin

Dooie boel

Danila, Daniil en Anastasia vinden het maar wat spannend. De drie tieners studeren aan het bouwinstituut en brengen hun pauze door op straat in het centrum. „Natuurlijk is het eng, maar nu zijn we er eigenlijk wel aan gewend”, zegt de 17-jarige blonde Danila, terwijl hij een trek neemt van zijn elektronische sigaret. „Er gebeurt tenminste eens iets. Anders is het hier maar een dooie boel.” De drie kennen niemand die aan het front is gesneuveld, maar daar kan snel verandering in komen.

Afgelopen woensdag werd de grootste angst van veel Russen werkelijkheid, toen president Poetin een ‘gedeeltelijke’ mobilisatie aankondigde van 300.000 reservisten en militair specialisten, en harde straffen instelde op desertie en ontduiking. De overhaaste maatregel dompelde Rusland in chaos en verwarring. Op sociale media gaan beelden rond van mannen – jong, oud, met of zonder militaire ervaring – die met grote tegenzin en onder geweeklaag van geliefden in bussen worden gezet naar militaire verzamelpunten. Een „wanhoopsdaad” concludeerde de internationale gemeenschap.

Foto Joelia Nevskaja
Foto Joelia Nevskaja
Op de markt in Belgorod kopen de soldaten spullen bij waar het leger gebrek aan heeft, zoals camouflagejassen.
Foto Joelia Nevskaja
Op de markt in Belgorod kopen de soldaten spullen bij waar het leger gebrek aan heeft, zoals camouflagejassen.
Foto Joelia Nevskaja

Kozakkenleider

De 85-jarige Valentina Mizjoelina had nooit gedacht dat oorlog haar leven nog een keer overhoop zou gooien. De oude vrouw staat in rode jas en met een kleurig hoofddoekje bij de eeuwige vlam voor de gesneuvelden van de Tweede Wereldoorlog. Een stukje verderop staat het standbeeld voor de zeventiende-eeuwse Oekraïense kozakkenleider Bohdan Chmelnytsky dat in 2014 werd onthuld. De buste staat symbool voor de eenheid van het Russische en Oekraïense volk. „We gaan door moeilijker tijden en we zijn aangetast door woede en haat, pijn en mededogen. Nieuwe Chmelnytsky’s zullen opstaan om de broederoorlog te stoppen”, sprak de toenmalige gouverneur bij de onthulling.

Acht jaar later woedt de strijd alleen maar heviger, Mizjoelina heeft er haar buik van vol. Als driejarige verdronk ze bijna op de vlucht voor Duitse bezetters in Karelië, nabij de Finse grens. Ze trok via Saratov naar Tadzjikistan, waar ze in de jaren negentig opnieuw vluchtte, voor de burgeroorlog. En nu scheren Oekraïense raketten en Russische legerhelikopters over haar moestuintje, niet ver van de stad. „Mijn buurvrouw rent telkens naar de schuilkelder, dan roep ik: ‘Tanjoesjka het heeft geen zin, je haalt het toch niet’.” Net als bijna alle inwoners heeft ook de oude vrouw familie in Oekraïne. Twee nichten. „Mijn nicht Ira sprak ik laatst nog via Skype. Ze zei: ‘Valentina, ze haten ons. Ze vinden ons moordenaars en verraders en willen he-le-maal niets met ons te maken hebben.’ Natuurlijk was ik bedroefd, maar wat kan ik doen. Op een dag zal God over ons oordelen.”

De mobilisatie zorgt ervoor dat de harde oorlogswerkelijkheid, waarin de Belgoroders sinds februari leven, in één klap tot de rest van Rusland is doorgedrongen. Horen Russen al maanden dat Rusland zich moet verdedigen tegen de agressie van „fascistische” en „drugsverslaafde” Oekraïense leiders, de animo om te deel te nemen aan een strijd met een uiterst onduidelijke einddoel, blijkt klein. Wanhopig probeerden Russen de afgelopen dagen het land te ontvluchten of vrijstellingen te bemachtigen.

Piepjonge soldaat

Zo niet de piepjonge soldaat die met zijn plunjezak neerploft in de trein naar Moskou. Zeven maanden was hij gelegerd bij de Oekraïense stad Izjoem, waar na de bevrijding honderden graven werden ontdekt van burgers en militairen. „Ik dacht eerst, wat moet ik hier? Maar nu begrijp ik het beter. Oekraïne heeft plannen de grens met Rusland over te steken.” De jongen kijkt verbaasd als hij het hoort wat zich in Izjoem zou hebben afgespeeld. „Massagraven? Wij schieten niet op de burgerbevolking, dat doen de Oekraïners. Maar een zootje is het wel. Wat we zeven maanden in handen hadden, moesten we in één dag opgeven.” Tegenslag of niet, hij zal terugkeren naar het front, waar zich dat ook bevindt. Eén ding wil hij graag verduidelijken: „Dit een speciale operatie, géén oorlog. Dat zou het einde betekenen.”

Eva Cukier