Profiel Giorgia Meloni

ITALIAANSE PREMIERKANDIDAAT

Wie is het boegbeeld van de partij met fascistische wortels? Een profiel

Radicaal-rechts aan de macht in Italië: hoe nu verder?
Deze podcast luister je ook in onze app

Veni, vidi, vici. Ik kwam, ik zag, en ik overwon. De beroemde spreuk van de Romeinse veldheer en heerser Julius Caesar pronkt in vette letters op het blauwe shirt van een jonge partijmilitant van Fratelli d’Italia (Broeders van Italië). Het is een hete zondagmiddag in september, en op het plein voor de statige Domkerk in Milaan wachten honderden aanhangers op Giorgia Meloni (45), boegbeeld van een partij met de wortels stevig in het fascisme.

De radicaal-rechtse politica draagt een lichtblauwe rok, haar lange blonde haar wappert in de wind. Haar stem is nog wat dieper en rauwer dan anders, de tol van een intensieve verkiezingscampagne. Meloni haalt prompt uit naar haar linkse tegenstanders, die „een monster willen creëren, omdat ze geen verklaring hebben voor de toestand van dit land, dat zij jarenlang hebben bestuurd.” Kort erna volgt een nieuwe uithaal, ditmaal naar de media. „Ik lees nauwelijks nog kranten, ik kijk niet langer naar talkshows. Genoeg fake news en leugens, ik wil alleen nog rechtstreeks met de Italiaanse burgers praten!” Gejuich en applaus.

Italianen, zegt Meloni, moeten opnieuw trots worden op hun sterke nationale merk. Nederland en Duitsland verzetten zich onlangs tegen een plafond op de prijs van gas, puur uit eigenbelang, roept ze luid. „Italië is het enige land dat in Europa zijn nationaal belang níet verdedigt! En o ja, nu is Europa ‘bezorgd’. Omdat het straks gedaan is met profiteren!” Haar medestanders roepen „Brava, Giorgia!” en steken een partijvlag of een Italiaanse driekleur in de azuurblauwe lucht.

De voorbije jaren verspreidde de populistische politicus via Twitter meer dan eens dat er een „etnische vervanging” aan de gang zou zijn, een samenzweringstheorie die stelt dat de autochtone bevolking door immigranten wordt vervangen. Met het premierschap in zicht matigt Meloni sinds kort haar toon. Maar haar toehoorders hebben ook aan een suggestie genoeg. Als Meloni luid roept dat je „het gebrek aan geboortes in Italië níet oplost door al die migranten binnen te laten!” barst de menigte los. Het plein verandert in een patriottische vlaggenzee.

Waar komt deze vrouw plots vandaan? Het is een vraag die je vooral buiten Italië hoort. Giorgia Meloni is bepaald geen eendagsvlieg en begon haar politieke activisme al dertig jaar geleden. Ze werd ondervoorzitter van de Italiaanse Tweede Kamer toen ze 29 jaar was, en trad twee jaar later aan als minister van Jeugd in de regering van Silvio Berlusconi. Volgens intimi begraaft ze zich in studie- en leeswerk. Ze doet dat uit angst anderen én zichzelf teleur te stellen, zei ze vorig jaar tegen de krant Corriere della Sera. „Ze was het meest pientere meisje in de klas. Maar verder studeren zat er niet in, wegens geldgebrek”, zegt Andrea De Priamo (51), gemeenteraadslid in Rome en al dertig jaar een persoonlijke vriend.

Meloni, die ongehuwd samenleeft met tv-journalist Andrea Giambruno met wie ze een zesjarige dochter heeft, leidt een partij die het traditionele gezin – getrouwde heteroseksuele ouders met meerdere kinderen – beschouwt als de hoeksteen van de maatschappij. Komt Broeders van Italië aan de macht, dan mogen zulke gezinnen straks op fiscale voordelen rekenen.

Zelf groeide Meloni op in een gebroken gezin. Toen zij en haar twee jaar oudere zus Arianna nog erg jong waren, voer vader Franco, een financieel adviseur, met een boot naar de Canarische eilanden. Hij keerde nooit terug. „Het gebrek aan vaderliefde verklaart waarschijnlijk die constante drang om goed genoeg te willen zijn, om aanvaard te willen worden in een mannenomgeving”, schrijft ze in haar vorig jaar verschenen biografie Ik ben Giorgia.

Haar levensverhaal leest als een Italiaanse neorealistische roman. Drie en vijf jaar oud staken Giorgia en Arianna per ongeluk met een kaars het appartement waar zij met hun moeder Anna woonden in brand, waardoor zij moesten verhuizen, naar Garbatella, een linkse volkswijk in het zuidwesten van Rome.

De zusjes brachten veel tijd door bij hun grootouders, die in een klein tweekamerflatje in de buurt woonden. Tijdens de frequente logeerpartijtjes sliepen ze op dezelfde matras, hun hoofden aan de tegenovergestelde kant van het bed. Moeder Anna knoopte de eindjes aan elkaar, onder andere door meer dan 140 liefdesromannetjes schrijven. Ook Giorgia zou allerlei baantjes aannemen om financieel bij te springen. Ze werkte als babysitter, als barvrouw bij Piper – een in Rome bekende discotheek – en stond op Porta Portese, de historische vlooienmarkt van Rome.

Politiek activisme zou haar al vanaf jonge leeftijd houvast bieden. Ook politiek actieve jongeren om haar heen hadden gescheiden ouders of leefden anderszins in een moeilijke context, schrijft ze in haar biografie. „De jongeren die het meest politiek actief werden, waren op zoek naar een referentiepunt. Ze wilden ergens bij horen.”

Meloni zocht dat referentiepunt toen ze vijftien was. Het was 1992 en dat jaar daverde Italië op zijn grondvesten. Met ‘Operatie Schone Handen’ bracht justitie de wijdverspreide corruptie in de Italiaanse politiek aan het licht, traditionele politieke partijen stortten erdoor als kaartenhuizen in. Tot overmaat van ramp werden de twee meest gerespecteerde antimaffiarechters, Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, door de Siciliaanse maffia vermoord.

Net als veel Italianen had ook Giorgia Meloni het gevoel dat ze iets moest doen. Garbatella stond dan wel bekend als een ‘communistenwijk’, maar in de buurt was sinds enkele jaren ook een levendige jeugdafdeling van de neofascistische partij Movimento Sociale Italiano (Italiaanse Sociale Beweging, MSI) actief. Hun Fronte della Gioventù, ‘jeugdfront’, trok veel jongeren aan, en Andrea De Priamo, nu kandidaat voor een Senaatszetel namens Broeders van Italië, was toen voorzitter van die wijkafdeling.

Hij herinnert zich de dag dat Giorgia Meloni zich kwam inschrijven nog als gisteren. „Voor mij stond een klein tienermeisje, dat zei dat ze bij ons wilde horen. Ik was toen al onder de indruk van haar indringende blik en haar persoonlijkheid”, zegt De Priamo tijdens een gesprek in een koffiebar in EUR, een wijk van Rome die is gebouwd in de strakke stijl van de fascistische jaren dertig. „Giorgia stortte zich vanaf dag één op de politiek. Ze stopte met volleybal, om voldoende tijd over te houden voor onze jongerenafdeling. Ze had het altijd druk, want natuurlijk werkte ze ook nog na school, om thuis te kunnen bijdragen.”

Studeren kon ze zich niet veroorloven, maar de jongerenafdeling van de uiterst rechtse MSI kon haar wél een politieke vorming bieden. „Ze zat altijd van alles te noteren, in kleine schriftjes, liefst van al met een groene pen”, zegt De Priamo grinnikend, „en dat doet ze vandaag nog steeds.”

Hij is niet de enige politieke vriend uit die prille jaren negentig die nog altijd tot Meloni’s inner circle behoort. Fabio Rampelli (62), nog een kopstuk van de oude, neofascistische MSI, was haar eerste politieke mentor. Vandaag zit Rampelli namens Broeders van Italië in de Italiaanse Tweede Kamer. „Ik begreep al heel vroeg dat Giorgia een nieuw en fris gezicht kon geven aan rechts in Italië. Wij werden in een hoek gezet en bestempeld als gevaarlijk en extreem, en zij kon dat imago doorbreken”, zegt het parlementslid bij een espresso in San Giovanni, een volkse wijk achter het Colosseum.

Meloni stapte naar de neofascistische MSI op een kantelmoment. De partij was in die jaren al aan het vervellen tot Alleanza Nazionale (‘Nationale Alliantie’). Die AN nam afstand van het fascistische verleden en evolueerde succesvol tot een rechts-conservatieve partij. Meloni werd nationaal studentenleider van AN en daar leerde ze de politieke stiel, zegt Rampelli. „Dat was heel wat, zo’n jonge vrouw aan het roer van de jongerenvleugel van een nationale partij. En vandaag is ze in Italië nog altijd de enige vrouwelijke partijvoorzitter, en straks wie weet wel premier. Giorgia is een pionier.”

Met Meloni zou Italië een radicaal-rechtse premier krijgen, en dat verontrust Europa. Haar partij Broeders van Italië is de opvolger van de rechts-conservatieve Alleanza Nazionale, maar is opnieuw een stuk radicaler. In het partijlogo brandt de driekleurige vlam, een verwijzing naar de vlag van de neofascistische MSI en ook elders in Europa een bekend logo van extreem-rechts. Hoewel de partij Broeders van Italië zelf niet extreem-rechts is, wijst dit wel op een continuïteit met het verleden, en dat is dubbelzinnig, zegt populismekenner Mattia Zulianello van de universiteit van Triëst.

„Dit zijn geen ‘gewone’ conservatieven”, zegt Zulianello aan de telefoon. „Broeders van Italië is een radicaal-rechtse en populistische partij, die het nativisme aanhangt, wat betekent dat de autochtone bevolking altijd en overal voorrang moet krijgen.” Die overtuiging klinkt ook door in het discours van Meloni’s eerste mentor Fabio Rampelli, die de omstreden term „gastbevolking” hanteert. „Integratie”, zegt die, „kan enkel slagen als de juiste proportie tussen de ‘autochtone’ bevolking en de ‘gastbevolking’ wordt gerespecteerd. Kijk naar een klein land als Hongarije, met 9 miljoen inwoners. Italië telt 6 miljoen immigranten. Volgde Hongarije het beleid van links in Italië, dan zou Hongarije op den duur verdwijnen!”

De Hongaarse premier Viktor Orbán is een politieke vriend van Broeders van Italië. Meloni’s partij heeft, net als haar rechtse Italiaanse bondgenoot Lega, in Europa tégen het rapport gestemd dat Hongarije „niet langer een volwaardige democratie” noemt. Broeders van Italië en Lega trekken zondag in één blok naar de kiezer. Lega-voorzitter Matteo Salvini – die reddingsboten verbood aan te leggen voor de Italiaanse kust – hoopt straks opnieuw minister van Binnenlandse Zaken te worden, wat Italië inzake migratie weer op ramkoers met de EU kan brengen.

Met Orbán hebben Meloni én Salvini niet alleen hun radicale anti-migratiestandpunten gemeen. Vooral Meloni’s partij is ook op ethisch en sociaal vlak uitgesproken conservatief. Italië loopt op bio-ethisch vlak al jaren flink achterop bij de rest van West-Europa, het gevolg van de grote invloed van het Vaticaan. Italië heeft geen euthanasiewet, en mensen van hetzelfde geslacht kunnen pas sinds 2016 een samenlevingscontract afsluiten. Een homohuwelijk blijft uit den boze, en lhbt-stellen mogen niet adopteren. De abortuswet van 1978 ten slotte, gold als een belangrijke mijlpaal in Italië, maar vrouwenrechtenactivisten hekelen dat Broeders van Italië nu al hindernissen voor abortus opwerpt in regio’s waar de partij bestuurt.

In haar biografie vertelt Meloni dat ze er zelf bijna niet was geweest. Haar moeder overwoog een abortus, maar bedacht zich op de dag dat ze het klinische onderzoek daarvoor zou ondergaan. Aangrijpend, alleen is er een probleem met de datum: Meloni is geboren in januari 1977. Haar moeder was dus zwanger in de lente van 1976, en abortus werd in Italië pas twee jaar later legaal.

Nooit zal je Meloni betrappen op de uitspraak dat ze tégen abortus is, maar onlangs zei ze het als volgt. „Ik wil vrouwen ook het recht geven om geen abortus te móeten plegen.” Met andere woorden, door ook sterk in te zetten op preventie van zwangerschappen. Die uitspraak lijkt vooral ideologisch, want de cijfers tonen aan dat preventie al werkt. De voorbije veertig jaar is het aantal zwangerschapsonderbrekingen in Italië met 71 procent gedaald.

Als het oerconservatieve Broeders van Italië straks de klok al niet terugdraait, dan zal het land op bio-ethisch vlak ook geen enkele stap vooruit zetten. De centrumlinkse krant La Repubblica vatte het vlijmscherp samen als volgt: „Voor Giorgia Meloni zijn grenzen belangrijker dan sociale rechten.”